4381 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `à`
- beter laat dan nooit (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
- beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
- beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=oost West thuis best)
- beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat)
- beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
- beter van een stad dan van een dorp (=beter dat een rijke betaalt dan een arme)
- beurs op de knip / Hand op de knip (=geen geld (meer) uitgeven)
- bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
- bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan)
- bij de kladden krijgen (=te pakken krijgen)
- bij de pakken neerzitten (=geen oplossing meer zoeken, niet meer verder doen)
- bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- bij elkaar flansen (=samenrapen)
- bij elkaar passen als twee trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
- bij het walletje langs (=op het nippertje, zuinig)
- bij iemand aankloppen (=hulp vragen)
- bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
- bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
- bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
- bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
- bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
- bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
- bij moeders pappot (=thuis)
- bij moeders pappot blijven (=thuis blijven - enkel spreken over iets waar men iets over weet)
- bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
- bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
- bij Neck om naar Den Haag (=een onnodige omweg maken)
- bij schering en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren)
- bijna is nog niet half en een koe is nog geen kalf (=iets bijna hebben is hetzelfde als iets helemaal niet hebben)
- binnenskamers gebleven (=geheim gebleven)
- bitter in de mond maakt het hart gezond (=ook wat minder aangenaam is, kan gezond of goed zijn)
- blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
- blijf aan jouw kantje (=je mag hem niet aanraken, hij is niet aanspreekbaar)
- blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
- bloot slaat dood (=iemand voor het blok zetten: iemand dwingen een keuze te maken)
- boe noch bah zeggen (=niets zeggen)
- boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe)
- boerenverstand (=zonder scholing toch slim zijn)
- bokkensprongen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken)
- bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je iemand toevallig tegenkomt is groot)
- boompje groot, plantertje dood (=sommige dingen hebben effecten die je niet kunt voorzien)
- boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
- bot vangen (=ernaast pakken, het niet krijgen)
- boter aan de galg smeren (=tevergeefse moeite doen, iets zal niet helpen)
- botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
- botten blijven platvis (=als je dom bent dan blijf je dat)
- bouw geen molen om een bak zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
4419 betekenissen bevatten `à`
- er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
- een reef in het zeil doen (=besnoeien in de uitgaven, bezuinigen)
- boter bij de vis (=betaling bij de levering)
- beter van een stad dan van een dorp (=beter dat een rijke betaalt dan een arme)
- beter blooie Piet dan dooie Piet (=beter een aarzelend iemand dan iemand die ondoordacht handelt)
- beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
- beter een blind paard dan een leeg halster. (=beter iets dan niets)
- twee koetsiers op één dak. (=beter is er maar één baas)
- beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
- geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
- goed uit de verf komen (=beter tot uiting komen of succesvoller zijn dan verwacht.)
- op heterdaad betrappen (=betrappen tijdens de misdaad)
- in de val lopen (=betrapt worden)
- tegen de lamp lopen (=betrapt/gesnapt worden)
- ons kent ons (=betrekkelijk afgesloten clubje mensen dat onderling de zaken regelt)
- om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
- iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
- met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
- van de sokken gaan/raken/vallen (=bewusteloos vallen)
- aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
- apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
- leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
- captie maken (=bezwaren/aanmerkingen maken)
- per fas et nefas (=bij al wat heilig is)
- buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
- het is kwaad kammen daar geen haar is. (=bij arme mensen valt niets te halen)
- je kan geen kei het vel afstropen (=bij de arme valt niets te rapen)
- je kan geen kaalkop bij het haar vatten (=bij de arme valt niets te rapen)
- op de poot spelen (=bij de kleinste tegenslag flink te keer gaan/razen)
- bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan)
- in andermans weide lopen de vetste koeien. (=bij een ander lijkt het altijd beter)
- vis moet (wil) zwemmen (=bij een goede maaltijd hoort een goed glas wijn (bier))
- de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- bij de tekst blijven (=bij het oorspronkelijke plan blijven)
- waar er twee ruilen moet er een huilen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander)
- bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
- bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
- iemand in het zeer tasten (=bij iemand de gevoelige plek raken)
- iemand de oren van het hoofd eten (=bij iemand erg veel eten)
- nood breekt wet (=bij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd)
- lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
- op apegapen liggen (=bijna dood of erg benauwd zijn)
- aan de rand van het graf staan (=bijna dood zijn)
- met een been in het graf staan (=bijna dood, ernstig ziek)
- op een oor na gevild zijn (=bijna in orde zijn)
- op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kunnen van vermoeidheid)
- op je zenuwen leven (=bijna overspannen geraken)
- goede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kunnen geven)
50 dialectgezegden bevatten `à`
- doe kasjes an a voedn (=trek sokken aan) (Kaprijks)
- doeëg: 'k Em a in doeëg (=Ik hou je in de gaten) (Lebbeeks)
- duffelt a goed in (=kleed je goed aan (tegen de kou)) (Meers)
- e stik in a besse hemmen / e stik in a kloeiten hemmen (=zat zijn) (Moorsel)
- e stik in a gelee emmen (=Zat zijn) (Opwijks)
- eddem zing zing, a zagzag nogal, me zen zigzagoege, zen bloete kloete en ze goe goed on, los deur de deur deur (=iemand die raar kijkt, schrikt) (Antwerps)
- een eijt in a ol emme, ei jeit een eijt in zaan ol (=Bang zijn, Hij is bang) (Brussels)
- een kartasj op a moil - een kest op a bakkes (=een mep op je gezicht) (Aalsters)
- Een mot oep a bakkes geve (=Een tik op je mond geven) (Bornems)
- een mot op a wezen (=een slag in het gezicht) (Temses)
- Een mot/toek oep a bakkes (=Een slag in je gezicht) (Mechels (BE))
- een plak op a bakkes (=een slag in je gezicht) (Meers)
- een smeir tegen a kauk geven (=een oorveeg geven) (Baasrode)
- een toefeling, en rammeling, motten rond a oere (=een pak slagen krijgen) (ternats)
- Een tomat, as gerop zit es ze plat. En as ge rechstoot, angt z' oan a gat (=een tomaat, ga je erop zitten wordt ze plat. en als je opstaat, is uw achterwerk vuil) (Overijses)
- een trok onder a gat geevn (=billenkoek geven) (Kaprijks)
- een vjelle op a oeg (=boks op uw oog) (Overijses)
- eft a gat op, 't is viuër ne priem (=aanmoediging voor extra inspanning) (Kaprijks)
- eft a piuëdn op (=iemand die met de voeten sleept) (Kaprijks)
- ei is op a gebeten (=hij is verbitterd en kwaad op jou) (Sint-Niklaas)
- Ej da nei vazeleevn a gwoord (=Heb je dat nu ooit al gehoord) (Maldegems)
- eje op a sleppen gelegen (=te laat komen) (Moorsel)
- en Eek steet a petsje met zeek bau de kèster ze koske en week (=Eik is maar een hand groot) (Bilzers)
- en'net gin noagel vo a zen gat te klown (=hij bezit niks) (Iepers)
- eten lik à diekedelver (=veel eten) (Poperings)
- etj a bisj op, a petatten meugde lotte stoeën (=eet je vlees op, je aardappelen mag je laten staan) (Meers)
- G'et a grief (=Je hebt alles wat je nodig hebt) (BAmbrugs)
- gat: A oeëgen ni op a gat emmen (=Opmerkzaam zijn, alles gezien hebben) (Lebbeeks)
- Ge got a tiene muigen oitkossje (=Je gaat heel hard je best mogen doen) (Dilbeeks)
- ge keu-t’er a orlozje zjuust op zedn (=alles stipt op tijd doen) (Kaprijks)
- ge keunt er a arloge op gelijk zedn (=vaste gewoontes hebben) (Kaprijks)
- Ge meegt do mee a voeten nie op terren (=Je mag daar met je voeten niet op trappen (lopen) ) (Ninoofs)
- ge meug’t er a van beloovn (=spreek van geluk) (Kaprijks)
- Ge meugt in a andses plak'n (=Ge moogt blij zijn) (Zelzaats)
- ge moedj a piet'n (=je moet correct spelen) (Ninoofs)
- ge moet a bonen niet te week leggen (=je moet niet hopen) (Waaslands)
- ge moetj a dom augen (=(je moet doen alsof je niet op de hoogte bent) (Meers)
- Ge moetj veur a zelf opkom'n (=Je moet assertief zijn) (Bambrugs)
- ge zat-er a van beloovn (=je zal er raar van opkijken) (Kaprijks)
- ge zetj op a kinne megen kloppen (=Het zal niks worden) (Ninoofs)
- ge zotj er a blueët gat lotte van zien (=het is veel te gortig) (Meers)
- Ge't a gezicht glek e suispenne'e (=Je ziet er niet goed uit) (Loois)
- gèèf os vandoëg os doëchleks braud en mörge nog a mikske (=kan het ietsje méér, aub) (Bilzers)
- geeft de stoefer a stuk bruuëd, de klauger ee gien nuuët (=iemand die klaagt heeft geen nood) (Meers)
- geene noegel emme ve on a gat te krabbe (=geen bezittingen hebben) (Overijses)
- gèir'n: 'k Zin a gèir'n (=Ik hou van jou) (Lebbeeks)
- gemak: Aagda gemak, jong! (ook: Op a gemak, jong) (=Kalmpjes aan, jij!) (Lebbeeks)
- geroën: 't Es a geroën (='t Is je geraden!) (Lebbeeks)
- get a onderd (=het is welletjes) (Hams)
- Ghed a gezicht gelek ene van de ellef ure mes. (=Je lijkt niet uitgeslapen.) (Zoutleeuws)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen