Spreekwoorden met `Sc`

Zoek


426 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Sc`

  1. Scherven brengen geluk. (=dit zeg je om iemand zich minder schuldig te laten voelen)
  2. Schijn bedriegt (=dingen zijn niet altijd zoals ze zich voordoen)
  3. Schip met zure appelen (=wolk die regen en storm voorspelt)
  4. Schipbreuk lijden (=het niet tot zijn doel geraken / mislukken)
  5. Schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
  6. Schoenmaker blijf bij je leest (=hou je niet bezig met dingen waar je niets van weet)
  7. Schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfsprekend een goede echtgenote)
  8. Schoon genoeg hebben van (=meer dan genoeg hebben van, een hekel hebben aan)
  9. Schoon Schip maken (=schulden betalen, de boel opruimen, na ruzie/problemen samen er uit komen en het verleden laten rusten)
  10. Schot en lot betalen (=zijn burgerplicht naar behoren vervullen)
  11. Schots en Scheef (=ongeordend door elkaar heen)
  12. Schraalhans is hier keukenmeester (=weinig te eten hebben)
  13. Schreeuwen als een mager varken (=vreselijk schreeuwen)
  14. Schreeuwen of men levend gevild wordt (=heel hard schreeuwen)
  15. Schrijf het maar op je buik (dan kan je het met je hemd weer uitvegen) (=vergeet het maar)
  16. Schrijven en wrijven (=een pennenstrijd voeren)
  17. Scoren alsof het warme broodjes zijn (=scoren alsof het helemaal niets is)
  18. semper creScendo (=in sterkte toenemend) (Latijn)
  19. stevig in je Schoenen staan (=erg zeker zijn)
  20. te binnen Schieten (=er plots aan denken)
  21. tegen de Schenen Schoppen (=ruzie zoeken)
  22. tegen het zere been Schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt)
  23. tekortSchieten (=iets onvoldoende hebben of kunnen doen)
  24. ten hemel Schreiend (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten worden)
  25. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te Schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  26. thuis is in je Schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis bent)
  27. tot de jaren des onderScheids komen (=oud genoeg zijn om zelf te weten/mogen wat wel en niet mag)
  28. tranen met tuiten huilen/Schreien (=heel erg huilen zonder dat het echt erg is)
  29. tussen de wal en het Schip geraken (=in de knel komen, iets raakt per ongeluk verloren of zoek)
  30. tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktiSche bezwaren (=praktische belemmeringen weerhouden ons van het realiseren van onze plannen.)
  31. tussen wal en Schip vallen (=er niet bij passen of genegeerd worden.)
  32. uit de heup Schieten (=een discussie ingaan met een ongenuanceerde argumentatie)
  33. uit de School klappen (=iets vertellen wat men niet mag zeggen)
  34. uit zijn slof Schieten (=kwaad uitvallen, boos worden)
  35. van de daken Schreeuwen (=aan iedereen luid kenbaar maken)
  36. van december tot maart is de Schol de pan niet waard (=platvis moet je in de zomer eten)
  37. van liefde rookt de Schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
  38. van zijn mast een Schoenpin maken (=iets goeds bederven om iets van weinig waarde te bekomen)
  39. vast in je Schoenen staan (=erg zeker zijn)
  40. veel geblaat/geSchreeuw maar weinig wol (=veel woorden hebben maar in de praktijk komt daar weinig van terecht)
  41. veel geSchreeuw maar weinig wol. (=veel drukte om niets)
  42. veel gewrijf en geSchrijf (=eindeloze gedachtewisselingen)
  43. verkoop de huid niet voordat de beer geSchoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
  44. vijf poten aan een kalf/Schaap zoeken (=iets proberen te vinden dat er niet is)
  45. voor de Schenen/voeten werpen (=ermee confronteren)
  46. voor het opScheppen hebben (=meer dan genoeg hebben, zonder er iets voor te moeten doen)
  47. voor paal/Schut staan (=een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
  48. voor zijn raap Schieten (=voor het hoofd schieten)
  49. voorbij de Schout zijn deur mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
  50. waar twee kijven hebben twee Schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)

400 betekenissen bevatten `Sc`

  1. over heel veel schijven gaan (=veel hiërarchiSche of administratieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)
  2. krot en compagnie zijn (=veel Schulden hebben)
  3. kijken alsof je een geest ziet (=verbaasd of geSchrokken kijken.)
  4. de hand reiken (=vergiffenis Schenken)
  5. roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geSchoten is)
  6. naar de kelder gaan (=verongelukken (en met een Schip: zinken))
  7. koud en heet uit één mond blazen. (=verSchillende standpunten innemen om zijn eigen belangen te dienen)
  8. met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de Schuld krijgen)
  9. voor zijn raap schieten (=voor het hoofd Schieten)
  10. op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geSchikte levenspartner)
  11. wie mooi wil zijn, moet pijn lijden (=voor Schoonheid moet je wat over hebben)
  12. door het behang gaan (=voor Schut gezet worden)
  13. in zijn hemd laten staan (=voor Schut laten staan)
  14. kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediScipline de democratie om zeep helpt is misSchien wat te kort door de bocht.`)
  15. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opSchieten)
  16. schreeuwen als een mager varken (=vreselijk Schreeuwen)
  17. hoe later op de avond, hoe schoner volk. (=vriendelijke of juist Schertsende verwelkoming van late bezoekers)
  18. beter een goede buur dan een verre vriend (=vriendSchap op afstand is minder waardevol)
  19. als je veel eet, dan ben je lelijk als je dood bent. (=waarSchuwing tegen te veel eten.)
  20. mij een zorg (=wat kan mij het Schelen!)
  21. als de bruid verpatst is wordt zij gewild. (=wat niet meer beSchikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
  22. weer boven water komen (=weer tevoorSchijn komen)
  23. spreek wat waar is, drink wat klaar is, eet wat gaar is. (=wees beScheiden en dankbaar voor wat je hebt)
  24. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=werd gezegd als je te veel zuivel at terwijl het Schaars was)
  25. wie de naam heeft, krijgt de daad (=wie bekend staat als misdadiger, krijgt de Schuld)
  26. wie met honden omgaat, krijgt vlooien (=wie in slecht gezelSchap verkeert, neemt slechte gewoonten over)
  27. wie boter op zijn hoofd heeft moet niet in de zon lopen (=wie Schuldig is houdt zich best gedeisd)
  28. wie de schoen past trekke hem aan (=wie Schuldig is mag zich aangesproken voelen)
  29. wie in een glazen huis woont moet niet met stenen gooien (=wie Schuldig is, moet zich niet laten opmerken)
  30. hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misSchien het einde niet)
  31. ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misSchien wel geluk in de liefde)
  32. woorden zijn dwergen, daden zijn bergen (=woorden doen weinig, daden maken het verSchil)
  33. zeeman geen man (=zeemannen zijn heel vaak van huis en daarom minder als echtgenoot geSchikt)
  34. de juiste man op de juiste plaats zijn (=zeer geSchikt zijn voor het werk)
  35. zo onschuldig als een pasgeboren kind (=zeer onSchuldig)
  36. zo scheel als de hondenwacht (=zeer Scheel)
  37. zo scheel als een otter (=zeer Scheel)
  38. boter op je hoofd hebben (=zelf ook Schuldig zijn)
  39. je in je graf omkeren (=zelfs na zijn dood er nog door geSchokt zijn)
  40. geen haring zo mager of men braadt er vet uit. (=zelfs uit iets kleins of ogenSchijnlijk onbelangrijks valt wel iets waardevols te halen.)
  41. geen mens zo gek of hij heeft een goeie trek. (=zelfs vreemde mensen hebben goede eigenSchappen)
  42. je hand in een wespennest steken (=zich bemoeien met een problematiSch onderwerp en wellicht daardoor zelf moeilijkheden krijgen)
  43. van de nood een deugd maken (=zich naar de omstandigheden Schikken)
  44. voor de drang der omstandigheden zwichten (=zich naar de omstandigheden Schikken)
  45. de beest spelen/uithangen (=zich onbeSchoft gedragen)
  46. binnen de perken blijven (=zodanig beperkt blijven dat het niet te veel overlast of Schade veroorzaakt)
  47. vuile boter, vuile vis (=zonder goed gereedSchap bereik je geen goede resultaten)
  48. het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sokken (=zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verSchillende zaken spreken)
  49. boerenverstand (=zonder Scholing toch slim zijn)
  50. op de lat kopen (=zonder te betalen iets kopen en daarmee Schulden maken)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen