584 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `on`
- iemand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oplossing zomaar aanbieden)
- iemand de woorden uit de mond halen (=voor een ander spreken)
- iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
- iemand een kroon opzetten (=iemand eer bewijzen)
- iemand een veer in de broek/kont steken (=iemand complimenteren of prijzen)
- iemand een vuile mond geven (=iemand uitschelden)
- iemand het bloed onder de nagels vandaan halen (=iemand vreselijk treiteren of irriteren)
- iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
- iemand het volle pond geven (=uitvoerig en duidelijk antwoorden)
- iemand honing om de mond smeren (=tegen iemand aardige dingen zeggen/vleien om iets gedaan te krijgen)
- iemand iets in de mond geven (=iemand de mening van een ander laten geven in plaats van de eigen mening)
- iemand iets onder de roos vertellen (=iemand in het geheim iets meedelen)
- iemand in het zonnetje zetten (=iemand op positieve wijze aandacht geven, iemand eer bewijzen)
- iemand naar de kroon steken (=z`n best doen anderen te overtreffen)
- iemand naar de mond praten (=vleien en vriendelijk zijn om iets gedaan te krijgen)
- iemand onder de duim houden (=iemand in je macht hebben, iemand de baas zijn)
- iemand onder de kin strijken (=vriendelijke of vleiende dingen tegen iemand zeggen)
- iemand onder handen nemen (=iemand flink aanpakken / mishandelen)
- iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
- iemand onder zijn vleugels nemen (=iemand beschermen of verzorgen)
- iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
- iemand ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen, eerlijk zeggen waar het op staat)
- iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
- iets onder de knie hebben/krijgen (=iets kunnen of leren kunnen)
- iets onder de kurk hebben (=iets te drinken hebben)
- iets onder de leden hebben (=niet helemaal gezond zijn)
- iets onder de loep nemen (=iets nauwkeurig onderzoeken)
- iets onder het tapijt vegen (=iets verbergen of negeren.)
- iets prediken/verkondigen (=iets luid, voor iedereen, verkondigen)
- iets uit zijn mond sparen (=iets niet opeten)
- iets verdonkeremanen (=stelen)
- ijdele tonnen rollen het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- ik ga horizontaal (=ik ga slapen)
- ik vond het niet zo bie (=ik vond het niet zo geweldig)
- ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)
- in bonis (=rijk - gegoed) (Latijn)
- in concreto (=in werkelijkheid) (Latijn)
- in de bonen zijn (=verward zijn)
- in de contramine zijn (=tegen alles in gaan of altijd iets anders willen dan anderen)
- in de grond boren (=een idee op vervelende wijze sterk afkeuren)
- in een glazen huis wonen (=iets op zijn kerfstok hebben / geen privéleven hebben)
- in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
- in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
- in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beetje verstand om baas te zijn)
- in het ongelijk stellen (=ongelijk geven)
- in het ongewisse (=in onzekerheid)
- Jantje Contrarie (=iemand die nooit akkoord is)
- je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
- je een ongeluk lachen (=hetzelfde als `In een deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)
- je handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
1039 betekenissen bevatten `on`
- er het mes inzetten (=er grondig op ingrijpen, in de uitgaven besnoeien)
- het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
- er is meer dan de molen in het woud omgegaan (=er is iets bijzonders gebeurd)
- de muren hebben oren (=er kan ongewenst worden meegeluisterd door anderen)
- geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
- akte van iets nemen (=er nota van nemen - onthouden)
- met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
- aardappelbloed hebben (=er ongezond uitzien)
- erbij staan of men geen tien kan tellen (=er onnozel bijstaan)
- het is niet koek en ei (=er ontbreekt iets aan de situatie)
- je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
- een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
- er een vuile pijp aan roken (=er veel nadeel van ondervinden)
- er een lelijke pijp aan roken (=er veel schade van ondervinden)
- de dood of de gladiolen (=er vol voor gaan, zonder compromissen.)
- er zijn hoed voor afnemen (=er voor in bewondering staan)
- de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
- er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige goederen (of personen) tussen de betere)
- om over naar huis te schrijven (=erg bijzonder)
- met open armen ontvangen (=erg hartelijk ontvangen worden)
- om van te kotsen (=erg lelijk, absoluut onplezierig)
- een harde nek hebben (=erg onbuigzaam zijn)
- iemand de voet kussen (=erg onderdanig naar iemand doen)
- iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
- met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
- rust noch duur hebben (=erg onrustig zijn)
- een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
- in vuur en vlam staan (=erg opgewonden zijn / hevig branden)
- iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
- voor anker gaan (=ergens gaan wonen en langer verblijven)
- ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
- ergens verzeild raken (=ergens onbedoeld terechtkomen)
- iets niet koud laten worden (=ergens onmiddellijk op ingaan)
- het hoofd stoten (=ergens onprettig tegen aan lopen)
- de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
- iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iemand als erg onplezierig ervaren wordt)
- tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
- voor de schenen/voeten werpen (=ermee confronteren)
- er over oordelen als een blinde over de kleuren (=erover oordelen zonder kennis van zaken)
- er de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
- je kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)
- de bietenbrug opgaan (=falen, ten onder gaan, zwaar verliezen)
- het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
- jezelf tegenkomen (=geconfronteerd worden met de gevolgen van je eigen acties.)
- er geen been in zien (=geen bezwaar onderkennen. Er niet voor terugschrikken)
- aan elkaar hangen als droog zand (=geen enkele samenhang vertonen)
- geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
- dweilen met de kraan open (=geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken)
- te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken)
- je kruit droog houden (=geen onnodige acties ondernemen of energie verspillen.)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen