393 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nie`
- niet wel bij het hoofd (=gek)
- niet zuiver op de graat (=niet helemaal eerlijk)
- niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
- niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
- niets dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
- niets in de melk te brokken hebben (=niets te zeggen hebben)
- niets kunnen binnenkrijgen (=niet kunnen eten)
- niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
- niets om het lijf hebben (=niets betekenen, geen waarde hebben)
- niets te halen (=niets te stelen of te ontnemen)
- niets te verletten hebben (=de tijd hebben)
- nieuw bloed (=nieuwe deelnemers, werkers)
- nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
- nieuwe heren nieuwe wetten (=nieuwe bazen vaardigen ook nieuwe regels uit)
- nieuwe messen snijden scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken)
- nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=nog uiterst onervaren zijn, zodat men er niet over mee kan praten)
- nog niet jarig zijn (=iets ongunstigs te verwachten hebben)
- nog niet op eigen benen kunnen staan (=nog niet zichzelf volledig zelfstandig kunnen redden)
- om de dooie dood niet (=volstrekt niet, in geen geval, al kost het me mijn leven)
- onkruid vergaat niet (=het slechte is moeilijk uit te roeien)
- op de knieën zitten (=onderworpen zijn, geen oplossing meer weten)
- op één been kan je niet lopen. (=gezegd als je één drankje gehad hebt en meer wilt)
- oude bomen moet men niet verplanten (=oude mensen doet men liever niet verhuizen)
- oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
- oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=het onzekere voor het zekere nemen)
- oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
- over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadspreken over overledenen als iets heel onbeleefd, er mag niet gespot worden met de dood)
- over de knie leggen (=een pak slaag geven)
- over smaak valt niet te twisten (=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)
- prijs de dag niet vóór de avond (=trek geen voorbarige conclusies en juich niet te vroeg)
- prijs de dag niet voor het avond is (=pas als alles gedaan is kun je zeggen of het goed ging)
- rijd een paard de rug niet stuk (=je moet niet altijd te veel eisen)
- Rome is niet in één dag gebouwd (=relativeren: Leer geduld te hebben, overhaast niets)
- stel niet uit tot morgen wat je vandaag nog kunt doen. (=wacht niet, morgen kan te laat zijn)
- stoot je hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)
- strenge heren regeren niet lang (=wanneer een baas niet een beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk)
- tap hem maar borg hem niet (=wantrouw hem)
- uitgesteld is niet vergeten. (=uitstel is nog geen afstel)
- van de dertig penningen niet gehad hebben (=niet al te slim zijn)
- van december tot maart is de schol de pan niet waard (=platvis moet je in de zomer eten)
- van een kale kip kun je niet plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
- van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets)
- van een mooie / knappe tafel kun je niet eten. / Van een mooi bord kun je niet eten. (=knap van uiterlijk heeft ook wel eens nadelen.)
- van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belangrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
- van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
- van voren niet weten dat je van achteren leeft (=erg dom zijn)
- van voren niet weten of men van achteren leeft (=erg dom zijn / erg ziek zijn)
- verbaas u niet, verwonder u slechts (=letterlijk)
- verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
- vieze varkens worden niet vet (=wie overal vies van is, zal niet veel te eten krijgen)
1061 betekenissen bevatten `nie`
- de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
- als sneeuw voor de zon verdwijnen (=ergens niets van over blijven)
- onder de schoenzolen schrijven (=ergens niets van terecht komen)
- iets in de doofpot stoppen (=ergens totaal niet meer over praten, verzwijgen)
- het hart ergens aan ophalen (=ergens van genieten)
- bot vangen (=ernaast pakken, het niet krijgen)
- het ervan nemen (=ervan genieten - niet werken)
- een oude vogel is niet licht te vangen. (=ervaren mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt)
- iets aan banden leggen (=ervoor zorgen dat iets zich niet verder kan uitbreiden)
- de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
- in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan)
- te biechte gaan (=gaan vertellen (wat je eigenlijk niet mag vertellen))
- geef, zodat je gevende blijft (=geef niet meer dan dat je kunt missen.)
- de reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (=geef niet op voor het doel geheel is bereikt)
- de geest is gewillig maar het vlees is zwak. (=geef niet toe aan verboden verleidingen)
- er geen been in zien (=geen bezwaar onderkennen. Er niet voor terugschrikken)
- bij de pakken neerzitten (=geen oplossing meer zoeken, niet meer verder doen)
- geen grond houden (=geen steek houden - niet correct zijn)
- al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
- niet thuis zijn van (=geen verstand hebben van - niet willen weten van)
- in koelen bloede iets doen (=geheel kalm en rustig iets doen, alsof er niets aan de hand is)
- het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
- geluk en glas breekt even ras. (=geluk is niet vanzelfsprekend)
- geen geluk zonder druk. (=gelukkig wordt je niet zonder er moeite voor te doen)
- pluk de dag (Carpe diem) (=geniet van vandaag)
- mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
- je in het slijk wentelen (=genieten van iets dat slecht is)
- in goede dorpen zijn/geraken (=genoeg verdiend hebben om niet meer te hoeven werken)
- ter ziele zijn / ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meer bestaat of actief is)
- arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
- achterom is kermis (=gezegd als voorlangs niet de voorkeur heeft)
- als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil trouwen)
- iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te weinig)
- goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
- in ere houden (=goed onderhouden, niet laten voorbijgaan)
- de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
- goederen in de dode hand (=goederen die niet vererven)
- dood en verderf zaaien (=grote schade of vernietiging veroorzaken.)
- zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet (=handel voorzichtig, dan mislukt het niet)
- er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets mankeren na een ongeluk)
- zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
- zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)
- iemand uit de loog borstelen (=hem nieuwe kleren geven)
- hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
- het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven)
- de vingers jeuken hem (=het bijna niet kunnen laten er op los te slaan)
- tegen de draad ingaan (=het er niet er mee eens zijn en er tegen in gaan)
- huilen met de wolven in het bos (=het er niet mee eens zijn maar wel de baas gelijk geven en bevestigen)
- de klad zit er in (=het gaat niet goed)
50 dialectgezegden bevatten `nie`
- azeu billen en no nie willen (=zo een mooi meisje, maar nog altijd vrijgezel) (Waarschoots)
- azichter mene vinger nie kan ènstaeke, geleef ichet nie (=eerst zien en dan geloven!) (Munsterbilzen - Minsters)
- azjiuë biwn in no nie wiwn (=mooi maar nog altijd vrijgezel) (Kaprijks)
- azoan raobe ek no nie gezien (=zo een groot hoofd heb ik nog niet gezien) (Evergems)
- azu billen en nog nie willen (=geen gemakkelijke mooie vrouw) (Moes)
- azuuë zèen we / zèemen nie getraat (=dat hebben we niet afgesproken) (Wichels)
- baeter misgesjoëte dan nie gesjoëte (=beter een gat in je schoen dan een schoen in je gat) (Munsterbilzen - Minsters)
- baeter spijt hëbbe van woste waol gedon, dan van woste nie gedon hëbs (=gedane zaken nemen geen keer) (Munsterbilzen - Minsters)
- bansjeiters hübbe nie tekot (=we hebben genoeg bangerikken) (Bilzers)
- baot ët nie, dan sjaot ët nie (=wat niet baat, niet deert) (Munsterbilzen - Minsters)
- bau de brauwer kimp hoef de bekker nie te koëme (=iemand die veel drinkt heeft niet gauw honger) (Munsterbilzen - Minsters)
- bau de brouwer kump, hoef te bekker nie te koëme (=dronken mensen hebben geen lust en geen geld, om te eten) (Munsterbilzen - Minsters)
- Bau éster nau (én ze vel atter nie gestreep és) (=waar is hij nu toch) (Munsterbilzen - Minsters)
- bau nie gelaach wieëd, doog et nie (=nu en dan moet er wat leven in de brouwerij zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
- bè èm pakta nie (=hem moet je zoiets niet wijsmaken) (Sint-Niklaas)
- beege ésnie braeke, wae geen slaeg kraajg hoef nie te kaeke (=zijn ongelijk bekennen is wijzer dan vechten voor zijn gelijk) (Bilzers)
- begin den daog nie mètte sjerve van den daog tevürre (=begin iedere dag met een zuivere lei) (Munsterbilzen - Minsters)
- beguin'n te dooln, nie goe mieër wijs zijn, niemer weet'n hoe dat 't skeeët (=beginnen te dementeren) (Waregems)
- belofte mok sjuld en dae ze nie hult kraajg nen dikke bult (=beloften worden gemaakt om te houden) (Munsterbilzen - Minsters)
- bemeuit der oew nie met! (=bemoei je er niet mee!) (Vechtdals)
- besjijt tich mér nie (=oei, heb maar geen schrik) (Munsterbilzen - Minsters)
- bèste nie beschëmp (=schaam je) (Munsterbilzen - Minsters)
- bezeek tich mèr nie (=doe maar niet in je broek !) (Munsterbilzen - Minsters)
- bëzeek tich mér nie ! (=begin al, maar niet te schrikken voor zo'n bagatel) (Munsterbilzen - Minsters)
- bezeek tich mér nie ! (=voel je maar niet zo snel gepakt !) (Munsterbilzen - Minsters)
- bezik brink altijd blijdsjap aon, èssët nie bij het koeëme, dan toch wol bij het gon (=welgekomen, wanneer vertrek je!) (Munsterbilzen - Minsters)
- bi j nie wiezder (=wijzer) (Zeeuws)
- bi j nie wiezder? (=ben je wijs?) (Zeeuws)
- bi lange na nie (=nog lang niet) (Terneuzens)
- Bi'j nie wies.. (=Ben je niet wijs) (Arnhems)
- biël zelf, dan moeste zene hond nie kommendiëre (=hou je bevelen voor jezelf) (Bilzers)
- bijt mën naos nie aof (=doe niet zo bitsig) (Munsterbilzen - Minsters)
- bijt mich mér nie èn mën naoës (=doe maar niet zo lelijk tegen mij) (Munsterbilzen - Minsters)
- bin dr die at er nie bin me toch mossen wezen (=er zijn) (Zeeuws)
- bin nie so van dat benauwde (=ik ben niet zo bang aangelegd) (Deventers)
- binne un joar nie hih gevonde (=binnen een jaar niet heeft gevonden) (Schijndels)
- binst dat nog nie reent (=voor het begint te regenen) (Kaprijks)
- bloeës nie te hêl aste métten zwakke bloës zits (=de trompetist heeft ernstige blaas-problemen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Bloës mèr nie zoe hauch van den toën (=hoge bomen vangen veel wind) (Munsterbilzen - Minsters)
- Bloest oi ezuu nie oop. (=Maak je niet kwaad.) (Ronsisch)
- Bo dë browër és mot dë bèkker nie zin (=Waar de brouwer is moet de bakker niet komen) (Tongers)
- boe de brouwer ès, moet de bekker nie zijn. (=waar de brouwer binnen is, moet geen bakker komen.) (Genker)
- boezjeerd'au nie (=verroer je niet) (Wichels)
- boezjeerd'au nie (=blijf onbeweeglijk zitten) (Wichels)
- Bòttert ’t nie tusse hullie? (=Kunnen zij het niet zo goed met elkaar vinden?) (Helenaveens)
- braek mich de maul nie oëpe (=let op voordat ik revanche neem) (Munsterbilzen - Minsters)
- braek mich nie de maul oëpe (=verplicht me niet om te spreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- braek mich te mond nie oëpe (=pas op als ik alles ga vertellen) (Munsterbilzen - Minsters)
- braekmech de bek nie oëpe (=daag me niet te veel uit) (Bilzers)
- braekmechte maul nie oëpe (=als ik alles moet zeggen ...) (Bilzers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen