296 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `rt`
- uit het zicht, uit het hart (=wanneer iets niet meer zichtbaar is, wordt het vaak vergeten.)
- vaart achter iets zetten (=iets snel (doen) uitvoeren)
- van de dertig penningen niet gehad hebben (=niet al te slim zijn)
- van de kaart zijn (=uitgeschakeld zijn - totaal versuft zijn)
- van december tot maart is de schol de pan niet waard (=platvis moet je in de zomer eten)
- van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
- van zijn hart geen moordkuil maken (=zijn gevoelens niet opkroppen / vrijuit zeggen wat je niet bevalt / eerlijk zeggen over hoe er over iets gedacht wordt)
- varen waar de grote mast vaart (=klakkeloos de baas volgen)
- vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
- vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken)
- volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
- voor de poorten van de hel weghalen (=uit het grootste gevaar redden)
- vorderen als een luis op een teerton (=erg moeizaam opschieten)
- waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten)
- wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
- wat hansje niet leert zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
- wat het oog niet ziet, wat het hart niet deert (=wat je niet ziet en niet weet heb je ook geen last)
- wat in het vat zit, verzuurt niet (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is zal ook worden ingelost)
- wat men aan het zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuinigheid is niet goed)
- wat niet weet, wat niet deert (=waar je geen weet van hebt kun je ook geen last hebben)
- wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
- wie de pastoor niet eert, wie zijn absolutie riskeert (=om je ambitie te bereiken, moet je extra aardig zijn voor de hoge heren)
- wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd (=je moet waardering hebben voor het geringe)
- wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
- wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
- wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)
- wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
- wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
- wie voor het oortje geboren is, zal tot de stuiver niet geraken (=wie in een lage sociale klasse geboren is, zal niet in een hogere sociale klasse terechtkomen)
- wie wat bewaart, die heeft wat (=het bewaren van zaken kan op lange termijn voordelig blijken te zijn)
- wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld)
- wie zichzelf bewaart, bewaart geen rotte appel (=je moet voorzichtig omgaan met jezelf, want het is niet vervangbaar)
- wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
- wilde beren vertoeven graag bij soortgenoten (=soort zoekt soort)
- wortelen doet `t gat bortelen. (=het eten van wortelen bevordert de stoelgang.)
- zand schuurt de maag (=een beetje zand eten is niet erg (meer algemeen: stel je niet aan!))
- zijn schip voert te grote zeilen (=te veel geld uit geven)
- zo `n vaart niet lopen (=niet zo erg zijn als het lijkt)
- zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten (=men ziet de anderen zoals men zichzelf ziet)
- zo doof als een kwartel (=stokdoof)
- zo dronken als een kartouw (=stomdronken)
- zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
- zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
- zorg dat daar geen zwarte hond tussen komt (=pas op dat het niet misgaat)
- zwart van de honger (=uiterst hongerig)
299 betekenissen bevatten `rt`
- als Ieren en Britten op één land (=twee aartsvijanden in één ruimte)
- van de wieg tot aan het graf (=van de geboorte tot aan de dood)
- ex animo (=van harte)
- klein gewin brengt rijkdom in. (=van kleine beetjes komt ook welvaart)
- in hart en nieren (=vanuit volle overtuiging)
- de liefde kent vlek nog gebrek. (=verliefde mensen zijn blind voor tekortkomingen van hun partner)
- de dienst uitmaken (=vertellen wat er gebeuren moet)
- aan de dag leggen (=vertonen)
- de aftocht blazen (=vertrekken als de situatie bedreigend of te moeilijk wordt)
- het veld ruimen (=vertrekken om plaats te maken voor een ander)
- met stille trom vertrekken (=vertrekken zonder iemand het te laten weten)
- je matten oprollen (=vertrekken, weggaan)
- op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geschikte levenspartner)
- geen pot zo scheef of er past een deksel op (=voor iedereen is wel een levenspartner te vinden)
- kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
- een rollende steen vergaart geen mos. (=voortdurende verandering werpen vaak geen vruchten af)
- je lijn vasthouden (=voortgaan volgens de vanaf het begin gehanteerde aanpak)
- haantje de voorste (=voortrekker - wie altijd op het voorplan wil staan)
- op je hoede (of qui-vive) zijn (=voorzichtig zijn omdat het niet helemaal vertrouwd wordt)
- als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
- leven als vrienden en rekenen als vijanden (=vriendelijk met elkaar omgaan uit een soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn)
- hoe later op de avond, hoe schoner volk. (=vriendelijke of juist schertsende verwelkoming van late bezoekers)
- liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
- als de dagen lengen begint de winter te strengen. (=wanneer de dagen korter worden komt de winter eraan)
- wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? (=wat gebeurt er nu voor iets raars?)
- horen zeggen is half gelogen. (=wat je via via hoort is niet altijd waar)
- de een z`n dood is een ander z`n brood (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)
- gedane zaken hebben geen keer (=wat voorbij is, keert niet meer weer)
- geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
- hoe groter geest hoe groter beest (=wel verstandig, maar daarom niet goedhartig)
- wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
- wie liegt bedriegt. (=wie een leugen vertelt doet ook andere dingen die niet mogen)
- wie met honden omgaat, krijgt vlooien (=wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over)
- wie niet horen wil, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
- wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
- twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
- iemand naar de kroon steken (=z`n best doen anderen te overtreffen)
- het is Joris en Trijn (=ze wisselen ruzie en grote liefde voortdurend af)
- ogen in je achterhoofd hebben (=zeer alert en waakzaam zijn.)
- iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
- ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
- met de klompen op het ijs komen (=zich onvoorzichtig ergens begeven waar men niet thuis hoort)
- het komt te paard en het gaat te voet. (=ziekte en ongeluk komen vaak heel plotseling, maar het duurt lang voordat men weer hersteld is)
- ruwe bolster, blanke pit (=ziet er sterk uit, maar heeft een goed hart)
- op het slappe koord dansen (=zijn kunsten vertonen - ook :risico`s nemen)
- volgens de regels der kunst (=zoals het hoort)
- sine loco et anno (=zonder opgave van plaats en jaartal)
- voor de vuist weg (spreken) (=zonder voorbereiden iets moeten vertellen)
- rouwranden aan zijn nagels hebben (=zwarte randjes onder vingernagels hebben)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen