Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `laatste`

  1. de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
  2. de laatste hand aan iets leggen (=iets afmaken/voltooien)
  3. de laatste loodjes wegen het zwaarst (=het afwerken is vaak het lastigst)
  4. het laatste hemd heeft geen zakken (=je kunt niets meenemen als je dood gaat (laatste hemd = doodshemd))
  5. het laatste woord willen hebben (=de baas willen zijn)
  6. hij kijkt alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=hij kijkt heel ongelukkig (een oord is een oude munt))
  7. in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
  8. je laatste adem uitblazen (=sterven, doodgaan)
  9. je laatste hemd aan hebben (=je hebt iets fout gedaan en er zal wat voor je zwaaien)
  10. op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kunnen van vermoeidheid)
  11. zijn laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)

14 betekenissen bevatten `laatste`

  1. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  2. de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
  3. iemand de wacht aanzeggen (=een laatste waarschuwing geven)
  4. met de rug tegen de muur staan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
  5. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  6. zijn laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
  7. het venijn zit hem in de staart (=het slechtste komt op het laatste)
  8. grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
  9. op zijn tandvlees lopen (=in totale uitputting voortdoen, zijn laatste krachten gebruiken)
  10. het laatste hemd heeft geen zakken (=je kunt niets meenemen als je dood gaat (laatste hemd = doodshemd))
  11. in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
  12. ter elfder ure (=op het laatste ogenblik)
  13. op de valreep (=op het laatste ogenblik)
  14. het hieltje van de ham kluiven (=zijn laatste geld opmaken)

Het dialectenwoordenboek kent 27 spreekwoorden met `laatste`

  1. Westerkwartiers: de leste troef uutspeul'n (=het laatste argument aangeven)
  2. Epers: hee kump altied ächteran drieten (=hij is altijd de laatste)
  3. Munsterbilzen - Minsters: dae stond ziëker aateraon èn de raaj waaj ze hiëses autdeelde (=hij was bij de laatsten bij het uidelen van hersens)
  4. Lochristis: en doirmee ponton (=en daarmee is het laatste gezegd)
  5. Munsterbilzen - Minsters: zen lèste kertoesj vërsjiete (=de laatste middelen inzetten)
  6. Sint-Niklaas: op 't nipperken (=op het laatste ogenblik)
  7. Bilzers: haenke de viëste spiële (=altijd het laatste woord hebben)
  8. Giethoorns: Op alle daegen lopen (=De laatste dagen voor de bevalling)
  9. Zeels: Zij watter zie blieëk (=Hij loopt op zijn laatste benen)
  10. Oudenbosch: keb genog in de laoj gat de leste tijd (=ik heb genoeg meegemaakt de laatste tijd)
  11. Waregems: ten iptelle (vb. nog 2 stoeln ten iptelle) (=op 't laatste nog bij te zetten/plaatsen)
  12. Opglabbeeks: heit vanne noalt (=laatste nieuws)
  13. Knesselaars: berechten (=laatste sacramenten toedienen)
  14. Moes: dat es noga t'iën en t'ander (=daar is het laatste woord nog niet over gezegd)
  15. Tilburgs: nòr de miste van de liste fiste is ie meej gewist (=naar de meeste van de laatste feesten is hij mee geweest)
  16. Giethoorns: De laatste drop,is de boterknop (=Bij borstvoeding.de borst flink leeg laten drinken)
  17. Zaltbommels: ik he mun ouwelui netjes oan het end gebrocht (=ik heb mijn vader/moeder in hun laatste levensfase verzorgt)
  18. Hulsters (NL): de leste man de zak gheven (=als laatste weggaan)
  19. Zwols: Een ofzäkkertien nemmn (=Een laatste borrel nemen)
  20. Bilzers: den aaterhaom trèkke (=als laatste komen)
  21. Veurns: De lasten zak opgeven (=Blijven als laatste)
  22. Amsterdams: aan de pan blijven hangen (=als laatste achter blijven)
  23. Tilburgs: list waar de gè de lèste (=laatst was jij de laatste)
  24. Westerkwartiers: de leste loodjes weeg'n 't zwoarst (=het laatste stuk is het zwaarst)
  25. Tilburgs: de liste tèèt gao-g-ut wir un bietje (=de laatste tijd gaat het weer een beetje)
  26. Munsterbilzen - Minsters: noë mene lèste prei kos ich et aofbolle en den dop op gon (=na mijn laatste loon mocht ik het aftrappen en werd werkloos)
  27. Bilzers: dae stond aateraon én de raaj waaj ze hiëses voertgoefde (=hij stond zeker in de laatste rij toen ze verstand uitdeelden)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen