Spreekwoorden met `an`

Zoek


2133 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `an`

  1. cum annexis (=met bijbehoren) (Latijn)
  2. cum grano salis (=met een korreltje zout) (Latijn)
  3. daar hangt de po uit (=het is niet zoals het zou moeten zijn)
  4. daar hangt de schaar uit (=men is daar niet te vertrouwen)
  5. daar hangt het mes uit (=men durft daar een grote uitdaging aan te gaan)
  6. daar helpt geen lievemoederen/moedertje lief aan (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  7. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  8. daar is kop noch staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
  9. daar is wat aan te kluiven (=daar is werk aan)
  10. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  11. daar kan je gif op innemen (=je mag er zeker van zijn dat het gaat gebeuren)
  12. daar kan niets van inkomen (=dat zal niet lukken)
  13. daar kun je ketelaar van blijven (=dat zal niets opbrengen)
  14. daar lusten de honden geen brood van. (=het is volstrekt onacceptabel)
  15. daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
  16. daar staan klompen (=tevergeefs wachten)
  17. daar steekt meer in dan een enkele panharing (=daar zit meer achter)
  18. daar valt wel een mouw aan te passen (=daar is wel een oplossing voor te vinden)
  19. daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
  20. dan is Leiden in last (=dan zijn er problemen!)
  21. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  22. dan zijn we nergens (=dan is er geen oplossing)
  23. dan zwaait er wat (=dan dreigen zware repercussies)
  24. dank je de koekoek (=mij niet gezien!)
  25. dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
  26. dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
  27. dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
  28. dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  29. dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  30. dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)
  31. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  32. dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
  33. dat is een paard van een daalder. (=dat is een trots mens)
  34. dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  35. dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  36. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  37. dat is het geheim van de mis (=zo zit de zaak in elkaar.)
  38. dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
  39. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  40. dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  41. dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
  42. dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken zaak)
  43. dat is van de baan (=dat gaat niet door)
  44. dat is van de Chinese kerk. (=dat is een gerucht.)
  45. dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de zaak)
  46. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  47. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  48. dat kan het paard niet trekken. (=daar heb ik onvoldoende geld voor)
  49. dat kan hij in zijn zak steken (=dat is raak - die zit!)
  50. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein beetje)

2469 betekenissen bevatten `an`

  1. onder de mensen komen (=buitengaan , mensen ontmoeten)
  2. steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
  3. per cassa (=contant)
  4. klinkende munt (=contant geld)
  5. tussen de mazen (van het net) vissen (=creatief te werk gaan)
  6. dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
  7. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
  8. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  9. daar is wat aan te kluiven (=daar is werk aan)
  10. daar komt een schip met zure appels (=daar komt een stevige regenbui aan)
  11. daar komt de zwarte kat in (=daar komt ruzie van)
  12. daar kun je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
  13. dat is algabra voor hem. (=daar snapt hij niets van.)
  14. dat zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
  15. dan zwaait er wat (=dan dreigen zware repercussies)
  16. dan zijn we nergens (=dan is er geen oplossing)
  17. dan is Leiden in last (=dan zijn er problemen!)
  18. je zegeningen tellen (=dankbaar zijn voor wat men heeft.)
  19. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
  20. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  21. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  22. dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
  23. dat is lariekoek (=dat heeft iemand verzonnen)
  24. dat is een stuk! (=dat is een aantrekkelijk persoon)
  25. dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
  26. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  27. dat moet je niet uitpoetsen/uitvlakken (=dat is ernstiger dan het lijkt)
  28. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  29. die perzik smaakt naar meer (=dat is gunstig - nog van dat!)
  30. dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
  31. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  32. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  33. dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  34. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  35. dat is een aalshuid (=dat is van weinig waarde)
  36. dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  37. dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  38. dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)
  39. dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
  40. dat groeit uit het raam (=dat kan men niet geheim houden)
  41. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  42. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  43. dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
  44. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  45. daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
  46. dat sluit als een haspel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
  47. koffen en smakken zijn waterbakken (=dat soort dingen kan veel doorstaan)
  48. dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de zaak)
  49. er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
  50. dat houdt me op de been (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol)

50 dialectgezegden bevatten `an`

  1. doe eu schorte goe an (=je correct aankleden) (Evergems)
  2. doe kasjes an a voedn (=trek sokken aan) (Kaprijks)
  3. Doe triks an 't langste zeel (=Je trekt aan het langste eind) (Mechels (NL))
  4. doet 't heanig an (=maak het je zelf niet te moeilijk) (Vechtdals)
  5. Doet heandig an (=Doe kalm aan) (Vechtdals)
  6. doo mer heanig an (=doe maar niet zo druk) (Twents)
  7. Doo-t hènig an (=Doe het rustig aan) (Twents)
  8. Doot moar röstig an: wi'j komt allemoal tegelieke an Ni'jjoar. (=Maak je niet druk.) (Winterswijks)
  9. Dor is gén koe ân kapot (=Dat is niet zo erg) (Genneps)
  10. dr elpt hin lievemoederen an (=er helpt niks aan) (Zeeuws)
  11. dr es geeën droad an ebrookn (=we nemen het u niet kwalijk) (Waregems)
  12. Dr nie goewd an zèn (=Jezelf niet goed voelen) (Liessents)
  13. drinkn toe dat an zijn uurn uitkomt (=overmatig drinken) (Knesselaars)
  14. Drokte aan z’n gat hebben, ij èt veel dròkte an ze gat (=Veel drukte meebrengen, hij brengt veel drukte mee) (Volendams)
  15. droogn an de staake (=drogen aan het lichaam) (Veurns)
  16. Du has de eapel an 't bleune (=Je hebt gaten in je sokken) (Mechels (NL))
  17. dät is zo läkker, iej zollen oe der an tebässen eaten (=zich ongans eten) (Epers)
  18. Dör hèdde 't schaop ân 't schiete (=Nu beginnen de problemen) (Genneps)
  19. e zoe klapn teegn en oend me en oedj an (=allemansvriend) (Veurns)
  20. ee ef trek an de rok (=Zij heeft veel aantrekkingskracht op jongens) (Staphorsts)
  21. ee zieter em geein gat an (=iets niet aandurven) (Sint-Laureins)
  22. èèk Entwuk an van U Meskiens (=heb je iets tegen mij) (Kortrijks)
  23. Eemand ziep an zaonen bôôk straoke (=Iemand vriendelijk afwijzen) (Mechels (BE))
  24. één 't vuur an 'e scheen'n legg'n (=iemand dwingen de waarheid te zeggen) (Westerkwartiers)
  25. één an 'e taand voel'n (=iemand ondervragen) (Westerkwartiers)
  26. een spew mee'n spel an (=niet voordehandliggend) (Kaprijks)
  27. een stofke an de weegschoal (=een pietepeuterig niemendalletje) (Westerkwartiers)
  28. één wat an 'e haand doen (=iemand een tip geven) (Westerkwartiers)
  29. eene flink an de pinne loat'n roek'n. (=iemand hard laten werken) (Twents)
  30. eentwie elpn an de karre steekn (=iemand financieel helpen) (Kortemarks)
  31. effies gauw gauw is an de skeet sturven (=hopelijk) (Westfries)
  32. Effies gauw, gauw is an de skeet sturven! (=Haastige spoed is zelden goed) (Westfries)
  33. Ei'j is an de kärreke (=Hij is financieel bankroet) (Kampers)
  34. ek wat vaai an (=kijkt (te) lang naar iemand) (Zeeuws)
  35. elp' n an de karre trek' n (=iemand bijstaan in zijn werk) (Waregems)
  36. em an z'n ooëre trekk'n veur... (=hem iets in het oor bijten) (Waregems)
  37. emus an ziên engd brengen (=iemand verzorgen tot aan de dood) (Sevenums)
  38. ene an 'n kop houwn (=iemand om de oren slaan) (Twents)
  39. enet gin nogel voe an zin gat te klown (=hij is zeer arm) (Poperings)
  40. Er komp een schip mit zoere appels an (=Zwaar weer op komst) (Giethoorns)
  41. Ergens aan raken: je raak an nuwe skoene (=Nodig hebben , je hebt nieuwe schoenen nodig) (Volendams)
  42. Ergent et land an hebbe (=Ergens een hekel aanhebben) (Liessents)
  43. et an de tied emmen (=de tijd hebben) (Steenwijks)
  44. Et storremt pas, as de worrevels an de skaithoize draaie as molewuke. (=Stormt het?) (zaans)
  45. ew dilder vast an de nummeros van d'huizn (=er gaat iets geweldigs gebeuren) (Knesselaars)
  46. Ga.w is ân de schiet gestörve; langsaam lèèft nog (=Haast je langzaam) (Genneps)
  47. Gao maor manges an . (=Ga maar vast .) (Achterhoeks)
  48. gao nich an mie hang'n (=Niet teveel aandacht vragen) (twents)
  49. gaot 's nen tred an (=loop eens door) (Twents)
  50. gart an de kant, gart uut de goerte (=maak dat je wegkomt) (Kortemarks)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen