Spreekwoorden met `TS`

Zoek


352 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `TS`

  1. ieTS voor het voetlicht brengen (=iets onder de aandacht brengen)
  2. ieTS voor Jan Joker doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
  3. ieTS voor Jan Lul doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
  4. ieTS voor zijn verantwoording nemen (=iets op zich nemen)
  5. ieTS voor zoete koek aannemen (=iets geloven wat je hoort of ziet zonder kritisch te zijn.)
  6. ieTS voor zoete koek slikken (=iets zomaar geloven)
  7. ieTS wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  8. ieTS zeggen om de kool (=iets zeggen voor de grap)
  9. ieTS zo beu zijn als koude pap (=iets grondig beu zijn)
  10. ieTS zwart op wit hebben (=het op papier hebben staan)
  11. ieTS/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
  12. in andermans weide lopen de veTSte koeien. (=bij een ander lijkt het altijd beter)
  13. in de ban zijn van ieTS (=zo erg in iets geïnteresseerd zijn dat je aandacht alleen nog maar daarop kunt richten)
  14. in de raTS zitten (=bang zijn of angst hebben / in de problemen zitten)
  15. in koelen bloede ieTS doen (=geheel kalm en rustig iets doen, alsof er niets aan de hand is)
  16. in zijn laaTSte schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
  17. je boontjes op ieTS te week leggen (=stellig op iets rekenen)
  18. je hart uiTStorten (=aan iemand alles (in vertrouwen) vertellen)
  19. je ieTS laten aanleunen (=je iets laten welgevallen)
  20. je laaTSte adem uitblazen (=sterven, doodgaan)
  21. je laaTSte hemd aan hebben (=je hebt iets fout gedaan en er zal wat voor je zwaaien)
  22. je laaTSte troef uiTSpelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
  23. je met de borst op ieTS toeleggen (=iets erg vlijtig beoefenen)
  24. je neus voor ieTS ophalen (=iets minderwaardig achten)
  25. je ogen voor ieTS sluiten (=doen alsof iets er niet is)
  26. je vingers aan ieTS branden (=zich in iets vergissen, nadeel aan iets ondervinden)
  27. je voelhorens uiTSteken (=trachten te achterhalen)
  28. je zegel aan ieTS hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven)
  29. jeu de moTS (=woordspeling)
  30. kan uit Nazareth ieTS goeds komen? (=wanneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)
  31. ketters wonen het dichTSt bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
  32. kijken alsof hij zijn laaTSte oortje versnoept heeft (=heel ongelukkig kijken)
  33. lijnrecht tegenover ieTS staan (=volledig het omgekeerde zijn of denken)
  34. maling aan ieTS of iemand hebben (=zich nergens iets van aantrekken)
  35. met de muTS naar ieTS gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)
  36. met de nachTSchuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
  37. met de nachTSchuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
  38. met de pet naar ieTS gooien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht schatten)
  39. met ieTS op de proppen komen (=iets vertellen, ermee voor de dag komen)
  40. met man en macht ieTS doen (=iedereen werkt hard mee)
  41. munt uit ieTS slaan (=voordelen halen uit)
  42. naar de muTSaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
  43. naar ieTS mogen kijken (=van iets moeten afblijven)
  44. naar ieTS talen (=ergens belangstelling voor hebben)
  45. naar ieTS vissen (=iets trachten te achterhalen)
  46. nieTS afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
  47. nieTS dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
  48. nieTS dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
  49. nieTS in de melk te brokken hebben (=niets te zeggen hebben)
  50. nieTS kunnen binnenkrijgen (=niet kunnen eten)

940 betekenissen bevatten `TS`

  1. die het geluk vindt, die mag het oprapen. (=geluk komt onverwachTS)
  2. men heeft het geluk zo vast als een handvol vliegen. (=geluk komt onverwachTS en kan zo weer gaan)
  3. op de kaart zetten (=gemaakt tot ieTS waar rekening mee gehouden wordt.)
  4. een fijne neus hebben (=gemakkelijk ieTS ontdekken, snel ieTS aanvoelen)
  5. je in het slijk wentelen (=genieten van ieTS dat slecht is)
  6. ter ziele zijn / ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: ieTS dat niet meer bestaat of actief is)
  7. er wordt een erfenis verdeeld. (=gezegd als ieTS erg lang duurt)
  8. dood gaan we allemaal. (=gezegd als je ieTS ongezonds doet)
  9. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laaTSte restje uitdrinkt)
  10. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van ieTS waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  11. van wanten weten (=goed weten hoe men ieTS moet aanpakken)
  12. geef mijn fiets terug (=grapje om DuiTSers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fieTSen geconfisqueerd werden)
  13. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uiTSpraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  14. visserslatijn (=grooTSpraak)
  15. als de dood zijn voor iets (=heel erg bang zijn voor ieTS)
  16. er de hand voor in het vuur steken (=heel zeker weten dat ieTS zo is)
  17. er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal nieTS mankeren na een ongeluk)
  18. zwijgen als het graf (=helemaal nieTS zeggen en/of totaal nieTS over ieTS vertellen)
  19. zwijgen in alle talen (=helemaal nieTS zeggen, nieTS van zich laten horen)
  20. de rijpste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grooTSte deel van de oogst is binnengehaald)
  21. het einde van het liedje (=het einde van ieTS goeds)
  22. het is de toon die de muziek maakt (=het gaat om de manier waarop ieTS gezegd wordt)
  23. het leeuwendeel van iets krijgen (=het grooTSte aandeel van ieTS krijgen)
  24. de rook kan het hangerijzer niet deren (=het heeft geen zin te proberen ieTS dat vast staat te veranderen)
  25. het touw wat vieren (=het ieTS minder streng aanpakken)
  26. gas terugnemen (=het ieTS rustiger aan gaan doen)
  27. het interesseert me geen drol (=het interesseert me nieTS)
  28. de dood wil een oorzaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom ieTS gebeurt)
  29. beter laat dan nooit (=het is beter dat ieTS een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  30. beter hard geblazen dan de mond gebrand (=het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of luiheid ieTS fout gaat)
  31. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om ieTS te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  32. zo gaan er geen twaalf in een dozijn (=het is ieTS buitengewoons)
  33. wat de vos niet weet, weet de haas ook niet (=het is moeilijk ieTS te weten als het je nooit verteld is)
  34. late haver komt ook op (=het is niet omdat ieTS laat komt, dat het niet goed zou zijn)
  35. niet meer van vandaag (=het is ouderweTS of niet meer acceptabel)
  36. het is een hopje in een brouwketel (=het is zo goed als nieTS)
  37. het eet geen brood (=het kost nieTS om het te bewaren, behoeft geen onderhoud)
  38. als de dagen lengen, gaan de nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de korTSte dag)
  39. je laatste troef uitspelen (=het laaTSte wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
  40. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is nieTS tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  41. je vel duur verkopen (=het slechTS onder de grooTSte druk opgeven)
  42. het venijn zit hem in de staart (=het slechTSte komt op het laaTSte)
  43. het oog wil ook wel wat (=het uiterlijk van ieTS speelt ook een rol)
  44. een vogel kent men aan zijn veren (=het uitwendige zegt ook ieTS over de aard, het karakter)
  45. iets uit het hoofd laten (=het vaste voornemen hebben om ieTS na te laten, ieTS niet doen)
  46. de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaaTSen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
  47. iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar krijgen dat iemand ergens een uiTSpraak over doet)
  48. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen ieTS te verkrijgen)
  49. de vruchten van iets plukken (=het voordeel van ieTS hebben)
  50. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog ieTS met iemand moeten oplossen.)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen