Spreekwoorden met `pe`

Zoek


598 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pe`

  1. er geen hout van snappen (=er niets van begrijpen)
  2. er geen peil op kunnen trekken (=er niet van op aan kunnen)
  3. er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  4. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  5. er met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  6. er met de pet niet bij kunnen (=het niet willen/kunnen snappen)
  7. er niet aan kunnen tippen (=er een voorbeeld aan kunnen nemen)
  8. er paal en perk aan stellen (=orde op zaken stellen)
  9. er peper aan eten (=duur betalen)
  10. er uitzien als de dood van Ieper (=er slecht uitzien)
  11. er voor spek en bonen bij zitten (=er voor niets bijzitten)
  12. er zijn kapers op de kust (=er zijn er die willen meeprofiteren)
  13. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  14. eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
  15. fiat justitia et pereat mundus (=het recht moet zegevieren ook al vergaat de wereld) (Latijn)
  16. flink wat achter de knopen hebben (=veel gegeten en gedronken hebben)
  17. gapen als een oester (=met de mond wijd open geeuwen)
  18. gapen als een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
  19. geen mond open doen (=niets zeggen)
  20. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  21. geen spek voor de bek (=ongeschikt - iets wat men niet aankan)
  22. geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegrijpelijk)
  23. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
  24. getelde schapen lopen het hok uit. (=exact alles van tevoren weten)
  25. gezien worden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
  26. goed in de slappe was zitten (=veel geld hebben)
  27. goed voordoen doet verkopen. (=presentatie is belangrijk als je iets wil verkopen)
  28. gooi het maar in je pet (=er komt niks van in)
  29. gouden appels op zilveren schalen (=iets is erg prachtig/goed/verstandig (verwoord))
  30. groot bal op kleine aardappelen (=boven zijn stand leven)
  31. handen als kolenschoppen (=zeer grote, sterke handen)
  32. hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
  33. het bekomt hem als de hond de knuppel na het stelen van de worst (=het valt hem zwaar tegen)
  34. het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
  35. het hart op de lippen hebben (=over zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
  36. het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sokken (=zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verschillende zaken spreken)
  37. het is knudde met de pet op (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  38. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  39. het is of de drommel er mee speelt. (=zo veel tegenslagen dat het absurd wordt)
  40. het juk afschudden/afwerpen (=zich vrijmaken)
  41. het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (=een verkeerde keuze maken)
  42. het klappen van de zweep kennen (=precies weten hoe het eraan toegaat, ervaren zijn)
  43. het moet zo tussen neus en lippen gebeuren (=het moet bijna ongemerkt gebeuren)
  44. het niet begrepen hebben op (=er geen zin in hebben - liever niet hebben)
  45. het onder de pet houden (=het niet in de openbaarheid brengen)
  46. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  47. het op de heupen hebben (=slecht gehumeurd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
  48. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  49. het op de lippen hebben (=het net willen zeggen)
  50. het op iemand begrepen hebben (=iemand goed kunnen verdragen / iemand is altijd de pineut)

435 betekenissen bevatten `pe`

  1. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  2. iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
  3. iemand in het zadel helpen (=iemand aan een (goede) functie/positie helpen)
  4. de hete aardappel doorspelen (=iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  5. iemand bij de kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren grijpen)
  6. een echte huismus (=iemand die het thuis naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
  7. aan het verkeerde kantoor zijn (=iemand die je niet kan helpen)
  8. een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
  9. een profeet die brood eet (=iemand die waardeloze voorspellingen doet)
  10. een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
  11. iemand te paard helpen (=iemand een goede baan helpen krijgen)
  12. de vloer aanvegen met iemand (=iemand gemakkelijk kloppen/verslaan)
  13. in zijn zak hebben (=iemand goed kennen, iets helemaal begrijpen, iets voor elkaar hebben)
  14. iemand laten barsten (=iemand helemaal niet helpen, aan zijn lot overlaten)
  15. voor iemand in het krijt treden (=iemand helpen en verdedigen)
  16. een goede daad is goud waard (=iemand helpen is goed)
  17. iemand te paard helpen. (=iemand helpen, steunen)
  18. iemand iets aansmeren (=iemand iets (weinig waardevols) verkopen)
  19. kroes haar kroeze zinnen (=iemand met gekruld haar is wispelturig)
  20. iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
  21. iemand in de kaart spelen (=iemand onbewust helpen)
  22. iemand de tekst/les lezen (=iemand scherp berispen)
  23. iemand voor vol aanzien (=iemand serieus nemen en respecteren.)
  24. op de proppen helpen (=iemand steunen en verder helpen)
  25. iemand villen (=iemand te veel laten betalen / Iemand afpersen)
  26. iemand tekort doen (=iemand te weinig geven of begrijpen)
  27. iemand uit de brand helpen (=iemand uit de nood helpen)
  28. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  29. iemand van het kastje naar de muur sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
  30. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  31. iemand knollen voor citroenen verkopen (=iemand wat wijsmaken, met praatjes foppen)
  32. iemand op zijn nummer zetten (=iemand zeer nadrukkelijk op zijn fouten wijzen, op een wijze die voor die persoon beschamend is)
  33. iemand in de tang nemen (=iemand zo vasthouden dat hij of zij niet kan ontsnappen. / Iemand in zijn macht hebben)
  34. zo de wind waait, waait zijn jasje (=iemand zonder principes, die zonder eigen mening anderen naar de mond praat)
  35. iemand van haver tot gort kennen (=iemands persoonlijkheid helemaal kennen)
  36. niet aan het juiste adres zijn (=iets aan de verkeerde persoon vragen)
  37. de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
  38. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  39. kolen op iemands hoofd stapelen (=iets goed doen voor een onvriendelijke persoon)
  40. vurige kool op iemands hoofd stapelen (=iets goeds doen voor een vijandig persoon)
  41. baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar als het niet helpt zal het geen problemen geven)
  42. naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
  43. iets bij de roes kopen (=iets kopen in de staat zoals het is)
  44. op de pof komen (=iets kopen zonder direct te betalen)
  45. een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  46. er geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
  47. er geen fluit van begrijpen (=iets niet begrijpen)
  48. iets niet kunnen gebeteren (=iets niet kunnen verhelpen)
  49. iets uit zijn mond sparen (=iets niet opeten)
  50. iets of iemand in de peiling hebben (=iets of iemand begrijpen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen