Spreekwoorden met `gee`

Zoek


300 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gee`

  1. geen wolkje aan de lucht (=niets aan de hand - alles is prima in orde)
  2. geen zee te hoog (=niets is onmogelijk)
  3. geen zier (=niets)
  4. geen zitvlees hebben (=ongedurig zijn - steeds weer opstaan en rondlopen)
  5. geen zo kleine sant of hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere machten moet men gunstig stemmen)
  6. geen zoden aan de dijk brengen/zetten (=niets bijdragen tot)
  7. geen zorgen voor de dag van morgen (=maak je nu nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen)
  8. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  9. geen zuivere koffie (=er is iets niet in orde)
  10. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  11. goede wijn behoeft geen krans (=iets wat goed is hoeft niet geprezen worden)
  12. groen en geel voor de ogen worden (=duizelen en/of erg van schrikken)
  13. handen in de schoot geeft geen brood. (=als je niets doet verdien je ook niets)
  14. het eet geen brood (=het kost niets om het te bewaren, behoeft geen onderhoud)
  15. het geld regeert de wereld (=geld heeft grote invloed)
  16. het houdt geen rooi (=het gaat de perken te buiten)
  17. het interesseert me geen drol (=het interesseert me niets)
  18. het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
  19. het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
  20. het is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
  21. het is geen roofgoed (=het heeft veel geld (of moeite) gekost)
  22. het is kwaad kammen daar geen haar is. (=bij arme mensen valt niets te halen)
  23. het laatste hemd heeft geen zakken (=je kunt niets meenemen als je dood gaat (laatste hemd = doodshemd))
  24. het leven is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  25. het mag geen naam hebben (=het is onbetekenend (bijvoorbeeld een verwonding))
  26. hij geeft niet om wiens huis in brand staat, als hij zich maar aan de gloed kan warmen (=overal voordeel uit halen, ongeacht gevolgen voor anderen)
  27. hoe groter geest hoe groter beest (=wel verstandig, maar daarom niet goedhartig)
  28. iemand geen haarbreed in de weg leggen (=iemand op geen enkele manier ergens mee hinderen of tegenhouden)
  29. iemand geen strobreed in de weg leggen (=niets doen om iemand tegen te houden of te belemmeren)
  30. iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iemand niets in de weg leggen , absoluut niet hinderen)
  31. iets voor geen goud willen doen (=iets absoluut niet willen doen)
  32. ik ben geen uithangbord (=ik heb meer te doen, ik blijf niet wachten/zo staan)
  33. ik snap er geen biet van (=ik snap er niets van)
  34. in de aap gelogeerd zijn (=in een vervelende positie beland zijn)
  35. in geen kerk of kluis komen (=niet godsdienstig zijn)
  36. in geen tijden (=in lange tijd)
  37. in geen twee sloten tegelijk lopen (=voorzichtig zijn en op zichzelf kunnen passen)
  38. in geen velden of wegen te zien zijn (=iets is helemaal nergens te vinden)
  39. je groen en geel ergeren (=je heel erg ergeren aan iets of iemand)
  40. je kan geen ijzer met handen breken (=men kan het onmogelijke niet doen)
  41. je kan geen kaalkop bij het haar vatten (=bij de arme valt niets te rapen)
  42. je kan geen kei het vel afstropen (=bij de arme valt niets te rapen)
  43. je kan geen omelet maken zonder eieren te breken (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken)
  44. je kunt van een kale kikker geen veren plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  45. je moet geen `hei` roepen voordat je de brug over bent (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan)
  46. je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
  47. jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijkt)
  48. kijken alsof je een geest ziet (=verbaasd of geschrokken kijken.)
  49. klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood (=zowel klagers als pochers kunnen de zaken nogal eens overdrijven)
  50. lang vasten is geen brood sparen. (=honger lijden is niet hetzelfde als geld besparen)

235 betekenissen bevatten `gee`

  1. als het bier is in de man dan is de wijsheid in de kan (=van dronkaards verwacht men geen verstandige woorden)
  2. gestolen kunnen worden (=van geen belang meer zijn - niet langer nodig zijn)
  3. van toeten noch blazen weten (=van iets geen verstand hebben)
  4. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
  5. voor een vissers deur vissen (=vergeefse moeite doen)
  6. schrijf het maar op je buik (dan kan je het met je hemd weer uitvegen) (=vergeet het maar)
  7. zand erover (=vergeet het maar (in de zin van : we praten er niet meer over))
  8. leef niet om te eten maar eet om te leven (=vergeet niet om ook plezier te maken in het leven)
  9. naai geen zakken met zijde (=verspil geen dingen aan iets wat niet wordt gewaardeerd)
  10. de tijd is snel, gebruikt hem wel. (=verspil geen tijd aan onbelangrijke dingen)
  11. uit een olievat zal men geen wijn tappen. (=verwacht geen goede dingen van slechte mensen)
  12. om de dooie dood niet (=volstrekt niet, in geen geval, al kost het me mijn leven)
  13. á propos! (=voor ik het vergeet)
  14. op eigen benen staan (=voor jezelf zorgen; geen hulp nodig hebben)
  15. een rollende steen vergaart geen mos. (=voortdurende verandering werpen vaak geen vruchten af)
  16. naar de bekende weg vragen (=vragen naar hetgeen men al weet / Overbodig handelen)
  17. aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
  18. wat niet weet, wat niet deert (=waar je geen weet van hebt kun je ook geen last hebben)
  19. getroffen zijn door (=wat je bijzondere gevoelens geeft, geraakt zijn door)
  20. wat het oog niet ziet, wat het hart niet deert (=wat je niet ziet en niet weet heb je ook geen last)
  21. wie niet sterk is moet slim zijn (=wie geen macht of invloed heeft moet zijn slimheid gebruiken om je doel te behalen)
  22. wie niet waagt, wie niet wint (=wie geen risico neemt, die wint niets)
  23. die niets ontbreekt is rijk. (=wie tevreden is heeft geen geld nodig)
  24. een vette keuken een mager testament (=wie veel uitgeeft tijdens het leven, laat weinig na)
  25. wie een varken is moet in het schot (=wie voor het ongeluk geboren is, hoeft geen geluk te verwachten)
  26. ze is zo plat als een botje (scholletje) (=ze heeft bijna geen borsten)
  27. de speelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen zorgen)
  28. een haastig woord is gauw gezegd. (=zeg geen dingen zonder eerst na te denken)
  29. de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
  30. je koren/korentje groen eten (=zich geen zorgen maken om de toekomst, niet sparen.)
  31. je kinderen in het wild laten opgroeien (=zijn kinderen geen (of een slechte) opvoeding geven)
  32. geen knip voor de neus waard zijn (=zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben)
  33. lieverkoekjes worden hier niet gebakken (=zin of geen zin, je moet het doen)
  34. vuile boter, vuile vis (=zonder goed gereedschap bereik je geen goede resultaten)
  35. als het geld op is, is het kopen gedaan (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen