Spreekwoorden met `og`

Zoek


267 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `og`

  1. iemand het licht in de ogen niet gunnen (=iemand absoluut niet kunnen verdragen)
  2. iemand in de ogen schijnen (=iemand hinderen)
  3. iemand in de ogen steken (=iemand ergeren)
  4. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  5. iemand met schele/scheve ogen aankijken (=iemand afgunstig bekijken)
  6. iemand naar de ogen zien (=proberen iemands` wensen te raden)
  7. iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
  8. iemand uit de loog borstelen (=hem nieuwe kleren geven)
  9. iemand zand in de ogen strooien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
  10. iemands oogappel/ooilam zijn (=iemands lieveling zijn (vaak kind))
  11. iets door het oog van de schaar halen (=materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toe-eigenen)
  12. iets hoog opnemen (=ergens zeer gekrenkt over zijn)
  13. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  14. iets met lede ogen aanzien (=iets met tegenzin zien gebeuren)
  15. iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
  16. iets op het oog hebben (=voor zichzelf al iets hebben uitgekozen)
  17. ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)
  18. in de aap gelogeerd zijn (=in een vervelende positie beland zijn)
  19. in de ogen schijnen/steken (=hinderlijk zijn, ergeren)
  20. in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beetje verstand om baas te zijn)
  21. in het oog hebben (=binnen het gezichtsveld zijn)
  22. in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  23. in het oog krijgen (=opmerken)
  24. in het oog lopen (=opvallen)
  25. in het oog springen/vallen (=de aandacht trekken)
  26. in iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
  27. in mei leggen alle vogels een ei (=weerspreuk: aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
  28. in ogenschouw nemen (=bekijken)
  29. je de ogen uit het hoofd schamen (=erg beschaamd zijn)
  30. je ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)
  31. je kent een vogel aan zijn veren (=je kent de mens aan zijn gedragingen)
  32. je koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
  33. je kruit droog houden (=geen onnodige acties ondernemen of energie verspillen.)
  34. je natje en je droogje lusten (=graag eten en drinken)
  35. je netten drogen (=uitrusten na dronkenschap)
  36. je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
  37. je ogen in je zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
  38. je ogen niet geloven (=niet geloven wat men ziet)
  39. je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
  40. je ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
  41. je ogen voor iets sluiten (=doen alsof iets er niet is)
  42. je schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken)
  43. jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijkt)
  44. kraak nog smaak hebben (=het is niet heel smakelijk)
  45. liefhebben als de appel van zijn oog (=erg veel van iemand houden)
  46. lust je nog peultjes (=wat zeg je me daarvan!)
  47. meer dan een pijl op zijn boog hebben (=meerdere oplossingen weten)
  48. meer pijlen op zijn boog hebben (=meer kunnen dan reeds laten zien)
  49. met de moedermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
  50. met de ogen meten (=schatten)

248 betekenissen bevatten `og`

  1. het water komt aan/tot de lippen (=in groot gevaar, in hoge nood)
  2. aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  3. in het vizier hebben (=in het oog hebben, binnen het gezichtsveld zijn)
  4. als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
  5. maart roert zijn staart (=in maart kan het nog stormachtig weer zijn)
  6. haring bij de vleet (=in overvloed. (Een `vleet` is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
  7. in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
  8. in het niet zinken (=in vergelijking met iets anders nog weinig waarde hebben)
  9. in zijn vaandel schrijven (=in zijn programma opnemen)
  10. jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijkt)
  11. je bent nooit te oud om te leren (=je kan altijd nog bijleren)
  12. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  13. de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
  14. op de garf/garve bouwen (=land bebouwen met betaling van de pacht met een deel van de oogst)
  15. geen zorgen voor de dag van morgen (=maak je nu nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen)
  16. armslag krijgen (=meer mogelijkheden krijgen)
  17. een streepje voor hebben (=meer mogen dan een ander, minder gauw straf krijgen)
  18. je kan geen ijzer met handen breken (=men kan het onmogelijke niet doen)
  19. summa cum laude (=met de hoogste eer)
  20. met het ongewapend oog (=met het blote oog (zonder hulpmiddelen))
  21. met het blote oog (=met het oog te zien, zonder hulpmiddelen)
  22. een lelijke noot met iemand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
  23. zo lang aardappels poten als je mest hebt (=met iets zo lang mogelijk doorgaan)
  24. er gaan veel makke schapen in een hok (=met inschikkelijke mensen is meer mogelijk)
  25. een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  26. quod bonum felix faustumque sit (=moge dat goed en gezegend zijn)
  27. elk schot is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)
  28. een oogje dichtdrukken/toeknijpen/luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen)
  29. van de regen in de drup (=niet veel opschieten, van moeilijke omstandigheden in nog moeilijkere omstandigheden terecht komen)
  30. morgen komt er weer een dag (=niet zo haastig, morgen kan het ook nog)
  31. geen zee te hoog (=niets is onmogelijk)
  32. nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn)
  33. een appeltje met iemand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
  34. de zaak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
  35. heet van de naald (=nog heel nieuw (van een product))
  36. iets te verhakstukken hebben (=nog iets met iemand te bespreken hebben, nog iets te doen hebben)
  37. iets in het vet hebben (=nog iets voor iemand tegoed hebben)
  38. een veer van zijn mond kunnen blazen (=nog niet totaal uitgeput zijn)
  39. nog niet op eigen benen kunnen staan (=nog niet zichzelf volledig zelfstandig kunnen redden)
  40. uit de pot van Egypte eten (=nog thuis eten bij de ouders die voor je zorgen)
  41. geen ja en geen neen zeggen (=nog twijfelen aan het antwoord)
  42. nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=nog uiterst onervaren zijn, zodat men er niet over mee kan praten)
  43. voor de boeg hebben (=nog voor zich hebben, te wachten staan)
  44. iets voor de boeg hebben (=nog werk te doen hebben. / Nog iets mee moeten maken)
  45. wie de pastoor niet eert, wie zijn absolutie riskeert (=om je ambitie te bereiken, moet je extra aardig zijn voor de hoge heren)
  46. wachten tot je een ons weegt (=onmogelijk lang wachten)
  47. dertien ogen gooien (=onmogelijk veel geluk hebben)
  48. de ogen voor iets sluiten (=oogluikend toelaten)
  49. om de haverklap (=op alle mogelijke momenten, steeds weer opnieuw)
  50. weten waar Petrus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen