Spreekwoorden met `gee`

Zoek


300 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gee`

  1. geen knip voor de neus waard zijn (=zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben)
  2. geen koe zo zwart of er zit wel een vlekje aan. (=niemand is perfect.)
  3. geen koren zonder kaf (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
  4. geen kou aan de lucht (=geen gevaar)
  5. geen krieken zonder stenen. (=niemand is er perfect.)
  6. geen krimp geven (=niet opgeven, doorgaan zonder te klagen)
  7. geen licht zonder schaduw (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
  8. geen maat weten te houden (=onbeheerst doorgaan waarmee men begonnen is)
  9. geen man over boord zijn (=iets is niet zo erg, het had veel erger gekund)
  10. geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel iemand niet om hun uiterlijk.)
  11. geen mens zo gek of hij heeft een goeie trek. (=zelfs vreemde mensen hebben goede eigenschappen)
  12. geen middel onbeproefd laten (=alles proberen om een doel te bereiken.)
  13. geen mond open doen (=niets zeggen)
  14. geen naam mogen hebben (=niets te betekenen zijn)
  15. geen nagel hebben om zijn gat te krabben (=heel erg arm zijn)
  16. geen nieuws is goed nieuws (=zolang het goed gaat met iemand is het lang niet zo sensationeel als dat het slecht gaat met iemand)
  17. geen olie meer in de lamp hebben (=platzak zijn - levensmoe (of ernstig ziek))
  18. geen oortje kunnen schelen. (=iets onbelangrijk vinden (oortje = ± een halve cent))
  19. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  20. geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
  21. geen pap meer kunnen zeggen (=verzadigd zijn)
  22. geen plaatje maken (=er niet geweldig uitzien)
  23. geen poot aan de grond kunnen krijgen (=geen schijn van kans blijken te hebben)
  24. geen pot zo scheef of er past een deksel op (=voor iedereen is wel een levenspartner te vinden)
  25. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  26. geen rooie cent waard (=waardeloos)
  27. geen rook zonder vuur (=er wordt niet over gepraat of er is wel iets van waar)
  28. geen schoner gewaad als een zedig gelaat. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
  29. geen sjoege hebben van (=niets weten over)
  30. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  31. geen spek voor de bek (=ongeschikt - iets wat men niet aankan)
  32. geen spier vertrekken (=zonder enige emotie over zich heen laten gaan)
  33. geen spreker die een zwijger verbetert. (=als je niets zegt zeg je niets verkeerds)
  34. geen strobreed in de weg leggen (=in geen enkel opzicht hinderen)
  35. geen strobreed wijken (=niets toegeven of niet van mening veranderen)
  36. geen teken van leven meer geven (=niets meer van zich laten horen)
  37. geen tien paarden brengen me daar naar toe. (=in geen geval ga ik daar naar toe)
  38. geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegrijpelijk)
  39. geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurgesteld zijn)
  40. geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
  41. geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
  42. geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
  43. geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
  44. geen veer van de mond kunnen blazen (=heel zwak zijn, heel arm zijn)
  45. geen vin verroeren (=heel stil zonder beweging zijn)
  46. geen vlees zonder been (=niets zonder gebreken)
  47. geen vlieg kwaad doen (=uitsluitend goede bedoelingen hebben, niemand tot last zijn)
  48. geen voet verzetten (=niet bewegen - niets willen doen)
  49. geen voetbreed wijken (=hard op zijn standpunt blijven)
  50. geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven)

235 betekenissen bevatten `gee`

  1. aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt)
  2. geen strobreed in de weg leggen (=in geen enkel opzicht hinderen)
  3. geen tien paarden brengen me daar naar toe. (=in geen geval ga ik daar naar toe)
  4. de pot op kunnen (=in geen geval krijgen)
  5. leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld)
  6. een goed pad krom loopt niet om. (=je kunt beter geen onnodige veranderingen aanbrengen)
  7. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  8. je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
  9. verplant geen oude bomen (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
  10. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  11. wie vis heeft, moet ook de graat hebben (=je moet ook de nadelen accepteren (geen rozen zonder doornen))
  12. je op de vlakte houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
  13. iemand beest maken (=kaartspel : zorgen dat iemand geen enkele slag haalt)
  14. kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
  15. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  16. aan een been knagen (=langdurig vergeefs bezig zijn)
  17. het ligt aan de schaatsen en nooit aan de man. (=men geeft het gereedschap eerder de schuld dan zichzelf)
  18. op twee paarden blijven rijden. (=men kan geen keus maken)
  19. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  20. de natuur gaat boven de leer (=men volgt eerder zijn karakter dan hetgeen men leert)
  21. geef een ezel haver en hij loopt naar de distels. (=mensen zijn soms koppig en willen geen hulp of advies)
  22. gapen als een oester (=met de mond wijd open geeuwen)
  23. gapen als een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
  24. armoe op de stal is armoe overal (=met te weinig dieren in de stal kun je geen geld verdienen)
  25. na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest)
  26. niet in tel zijn (=niet belangrijk genoeg zijn of genegeerd worden door anderen)
  27. niets om het lijf hebben (=niets betekenen, geen waarde hebben)
  28. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
  29. op de knieën zitten (=onderworpen zijn, geen oplossing meer weten)
  30. je weerga niet hebben (=ongeëvenaard zijn)
  31. op straat staan/zitten (=ontslagen zijn - geen onderdak meer hebben)
  32. zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
  33. de tijd baart rozen (=ook de diepste (geestelijke) wonden helen na verloop van tijd)
  34. de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
  35. over smaak valt niet te twisten (=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)
  36. met stomheid geslagen (=plotseling geen woord meer kunnen zeggen)
  37. de gestadige jager wint (=regelmatig doorzetten geeft het beste resultaat)
  38. met los kruit schieten (=schijnbaar streng straffen met een straf die in feite geen nadeel oplevert)
  39. het op de heupen hebben (=slecht gehumeurd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
  40. iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
  41. van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben)
  42. van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
  43. daar staan klompen (=tevergeefs wachten)
  44. boter aan de galg smeren (=tevergeefse moeite doen, iets zal niet helpen)
  45. sap noch kracht hebben (=totaal geen waarde hebben)
  46. prijs de dag niet vóór de avond (=trek geen voorbarige conclusies en juich niet te vroeg)
  47. gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)
  48. borgen is geen kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
  49. uitgesteld is niet vergeten. (=uitstel is nog geen afstel)
  50. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen