Spreekwoorden met `à`

Zoek


4381 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `à`

  1. ad hominem (=zonder omwegen) (Latijn)
  2. ad infinitum (=tot in het oneindige) (Latijn)
  3. ad interim (=tijdelijk - tussentijds) (Latijn)
  4. ad majorem dei gloriam (=tot meerdere eer van God) (Latijn)
  5. adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
  6. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  7. advocaat van kwade zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
  8. afwijzend beschikken op (=het verzoek weigeren)
  9. Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
  10. akte van iets nemen (=er nota van nemen - onthouden)
  11. al doende leert men (=door iets vaak te doen, leert men hoe het moet.)
  12. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  13. al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
  14. al het goede komt van boven (=alle zegen komt van god)
  15. al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt haar wel (=leugens komen altijd uit)
  16. al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslist niet!)
  17. al lang en breed (=al lange tijd)
  18. al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  19. al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
  20. al te wit is gauw vuil. (=al te grote liefde is niet bestendig)
  21. al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  22. al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  23. al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
  24. al zijn patronen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
  25. al zo oud als de weg naar Kralingen (=erg oud)
  26. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  27. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
  28. alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
  29. alle dagen geen vetpot zijn (=er is armoede)
  30. alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
  31. alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
  32. alle gekheid op een stokje (=maar nu liever ernstig)
  33. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  34. alle havens schutten geen wind (=niet alles levert een voordeel op)
  35. alle havens schutten wind (=als je meedoet deel je mee in de winsten)
  36. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  37. alle hens aan dek (=met alle beschikbare mensen of alle middelen)
  38. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  39. alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
  40. alle kusten bezoeken (=met allerlei slecht volk omgaan)
  41. alle mensen moeten leven (=gun de anderen ook wat)
  42. alle molenaars zijn geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
  43. alle molens vangen wind. (=iedereen die meedoet zal een deel van de opbrengst opeisen)
  44. alle registers opentrekken (=z`n uiterste best doen)
  45. alle scheuten zijn geen rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
  46. alle tij heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde)
  47. alle vis is geen bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
  48. alle vloed heeft zijn weerloop. (=soms zit het mee en soms zit het tegen)
  49. alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
  50. alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)

4419 betekenissen bevatten `à`

  1. botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
  2. ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
  3. je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
  4. alle tij heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde)
  5. wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  6. de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
  7. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  8. er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
  9. boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
  10. in kannen en kruiken zijn (=alles is geregeld)
  11. de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)
  12. voor niets gaat de zon op (=alles kost geld en/of moeite)
  13. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)
  14. een haaienmaag hebben (=alles kunnen verorberen)
  15. we gaan geen ijsje eten (=alles mislukt)
  16. tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
  17. kreupel of koning. (=alles of niets.)
  18. de bramzeilen bijzetten (=alles op alles zetten)
  19. eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
  20. long en lever verteren (=alles opmaken)
  21. alles door het halsgat jagen (=alles opmaken aan eten en drinken)
  22. de volle laag krijgen (=alles over zich heen krijgen)
  23. geen middel onbeproefd laten (=alles proberen om een doel te bereiken.)
  24. alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  25. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  26. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  27. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)
  28. aan alle dingen komt een eind. (=alles verandert)
  29. landen verzanden, zanden verlanden. (=alles verandert)
  30. alles over de vloer halen (=alles verplaatsen)
  31. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  32. je hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
  33. have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (verliezen))
  34. je uitkleden voor men naar bed gaat (=alles weggeven voor men sterft)
  35. er ei of kuiken van willen hebben. (=alles willen weten)
  36. overdag hebben waar men `s nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen krijgen)
  37. ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen)
  38. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  39. het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
  40. het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  41. komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
  42. als het niet gaat zoals het moet, dan moet het zoals het gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
  43. als de kat zich wast, komt er gewis een gast (=als de kat zich wast komt er visite.)
  44. als de herder dwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  45. liggende maan, staande matrozen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
  46. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  47. als het voeten heeft (=als de omstandigheden gunstig zijn)
  48. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  49. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  50. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)

50 dialectgezegden bevatten `à`

  1. a es skippes (=Hij is weg) (Ninoofs)
  2. a es te dom om t’elpn donderen (=grote dommerik) (Meers)
  3. a és tegen zè gedacht getraudj (=hij is niet met volle toestemming getrouwd) (Meers)
  4. a es traug van oeëpakkn (=hij leert traag) (Meers)
  5. a es treeg van oeëpakken (=hij leert traag) (Ninoofs)
  6. a es va katchu (=hij is zeer lenig) (Ninoofs)
  7. a es van den duvel gereeën (=hij is onhandelbaar) (Meers)
  8. a es van goeie komaf (=hij is van goede afkomst, van een goede familie) (Meers)
  9. a es zjang van Brissel (=iemand die meeval heeft) (Ninoofs)
  10. à ès zoè zwàt as Molleke on ze gat, à es zoe zwàt as Lamme Kaìoès. (=Hij ziet er enorm vuil uit) (Bierbeeks)
  11. a es't vas af (=hij heeft zijn nek gebroken) (Ninoofs)
  12. a est go zeggen (=hij is gestorven) (Meers)
  13. a ge bouven zij bellen he (=tegen iemand die in zijn neus aan t' peuteren is) (Ransts)
  14. a ge da mor wit (=als je dat maar weet!) (Sint-Niklaas)
  15. a ge da us wit dan gut da perke wel an (=als je dat eens wist dan gaat het lampje wel branden) (Wijchens)
  16. a ge moest beschoamt zijn (=je moest je schamen) (Kaprijks)
  17. a ge zoe-se toch wew ne schup geevn (=ze brengen er niets van terrecht) (Kaprijks)
  18. a geboert ém va krommenoeës (=hij doet alsof hij er niets van af weet) (Meers)
  19. a gebreike èn iehre haage ès gee teeke van aermoei. (=oude gebruiken in ere houden is geen teken van armoede) (Genker)
  20. à geen zie-j (=aan de andere kant) (Heerlens)
  21. a geft er ni joem (=het deert hem niet) (Antwerps)
  22. A gen naas ha (=In de gaten hebben) (Nijswillers)
  23. A gen Vaogelsjtang. (WT) (=Bij de vogelstang) (Mechels (NL))
  24. à gen zie-j (=aan de kant) (Heerlens)
  25. a gene sjnelle wingk. (WT) (=Bij de gure wind) (Mechels (NL))
  26. a gene sjnelle wink. (WT) (=bij de gure wind) (limburgs)
  27. A gene Voeleboan. (WT) (=Bos bij Mechelen) (Mechels (NL))
  28. A gink ne gank ze, dee de veedee dee... (=Hij vloog door de voordeur door...) (Teralfens)
  29. a go bè jan en allemaun (=hij gaat bij iedereen) (Meers)
  30. a go nor de tvijfteg (=hij nadert de leeftijd van 50 jaar) (Meers)
  31. a god op in zè zoeëd (=vrijgezel, geen kinderen) (Meers)
  32. a gontj ni lank nimmer trekk'n (=zijn einde is in zicht) (Meers)
  33. a got op in zè zoeëd (=hij blijft vrijgezel) (Meers)
  34. à hèèd in mààn roèpe gescheite (=Hij heeft mij goed liggen gehad) (Bierbeeks)
  35. a hei het ze-iel aan (=ze hebben hem gepakt) (hessels)
  36. A horluge stoat op Sottegem (=Je hebt de verkeerde tijd) (Bambrugs)
  37. a ieere ui marij (=och Here) (Lokers)
  38. a is bediend (=hij heeft het sacrament der stevenden gekregen) (Booms)
  39. A is grutter as moâ (=Hij is groter dan ik) (Mechels (BE))
  40. a is kevendrager (=hij is dood) (Booms)
  41. A is oep zoan pattatte gegoan, a is op zen klos gevalle (=Hij is gevallen) (Mechels (BE))
  42. a is poepeloere (=hij is goed zat) (Nijlens)
  43. a isj overzwieren (=u goed amuseren) (Erps)
  44. a jeanke van Brussel (=een verfijnde man) (Londerzeels)
  45. a jee een stuk in zijn leeze. (=hij is zat) (Gents)
  46. A jee zè leper gelèèd (=Hij is overleden) (Hals)
  47. a jeid een moembakkes (=hij heeft twee gezichten) (Antwerps)
  48. a jeiget in zene kladerendatsj gesloage (=hij heeft het met veel smaak opgegeten) (Antwerps)
  49. a jie ' t eh mok ' t ok eh (=als jij het heb moet ik het ook hebben) (Zeeuws)
  50. a joean van wie bin jie een joean (=jongen) (Zeeuws)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen