4381 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `à`
- ad hominem (=zonder omwegen) (Latijn)
- ad infinitum (=tot in het oneindige) (Latijn)
- ad interim (=tijdelijk - tussentijds) (Latijn)
- ad majorem dei gloriam (=tot meerdere eer van God) (Latijn)
- adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
- advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
- advocaat van kwade zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
- afwijzend beschikken op (=het verzoek weigeren)
- Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
- akte van iets nemen (=er nota van nemen - onthouden)
- al doende leert men (=door iets vaak te doen, leert men hoe het moet.)
- al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
- al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
- al het goede komt van boven (=alle zegen komt van god)
- al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt haar wel (=leugens komen altijd uit)
- al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslist niet!)
- al lang en breed (=al lange tijd)
- al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
- al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
- al te wit is gauw vuil. (=al te grote liefde is niet bestendig)
- al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
- al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
- al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
- al zijn patronen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
- al zo oud als de weg naar Kralingen (=erg oud)
- al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
- alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
- alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
- alle dagen geen vetpot zijn (=er is armoede)
- alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
- alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
- alle gekheid op een stokje (=maar nu liever ernstig)
- alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
- alle havens schutten geen wind (=niet alles levert een voordeel op)
- alle havens schutten wind (=als je meedoet deel je mee in de winsten)
- alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- alle hens aan dek (=met alle beschikbare mensen of alle middelen)
- alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
- alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
- alle kusten bezoeken (=met allerlei slecht volk omgaan)
- alle mensen moeten leven (=gun de anderen ook wat)
- alle molenaars zijn geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
- alle molens vangen wind. (=iedereen die meedoet zal een deel van de opbrengst opeisen)
- alle registers opentrekken (=z`n uiterste best doen)
- alle scheuten zijn geen rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
- alle tij heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde)
- alle vis is geen bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
- alle vloed heeft zijn weerloop. (=soms zit het mee en soms zit het tegen)
- alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
- alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
4419 betekenissen bevatten `à`
- botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
- ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
- je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
- alle tij heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde)
- wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
- de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
- alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
- er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
- boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
- in kannen en kruiken zijn (=alles is geregeld)
- de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)
- voor niets gaat de zon op (=alles kost geld en/of moeite)
- zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)
- een haaienmaag hebben (=alles kunnen verorberen)
- we gaan geen ijsje eten (=alles mislukt)
- tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
- kreupel of koning. (=alles of niets.)
- de bramzeilen bijzetten (=alles op alles zetten)
- eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
- long en lever verteren (=alles opmaken)
- alles door het halsgat jagen (=alles opmaken aan eten en drinken)
- de volle laag krijgen (=alles over zich heen krijgen)
- geen middel onbeproefd laten (=alles proberen om een doel te bereiken.)
- alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
- een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
- iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
- iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)
- aan alle dingen komt een eind. (=alles verandert)
- landen verzanden, zanden verlanden. (=alles verandert)
- alles over de vloer halen (=alles verplaatsen)
- geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
- je hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
- have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (verliezen))
- je uitkleden voor men naar bed gaat (=alles weggeven voor men sterft)
- er ei of kuiken van willen hebben. (=alles willen weten)
- overdag hebben waar men `s nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen krijgen)
- ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen)
- als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
- het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
- het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
- komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
- als het niet gaat zoals het moet, dan moet het zoals het gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
- als de kat zich wast, komt er gewis een gast (=als de kat zich wast komt er visite.)
- als de herder dwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
- liggende maan, staande matrozen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
- mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
- als het voeten heeft (=als de omstandigheden gunstig zijn)
- de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
- in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
- vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
50 dialectgezegden bevatten `à`
- a es skippes (=Hij is weg) (Ninoofs)
- a es te dom om t’elpn donderen (=grote dommerik) (Meers)
- a és tegen zè gedacht getraudj (=hij is niet met volle toestemming getrouwd) (Meers)
- a es traug van oeëpakkn (=hij leert traag) (Meers)
- a es treeg van oeëpakken (=hij leert traag) (Ninoofs)
- a es va katchu (=hij is zeer lenig) (Ninoofs)
- a es van den duvel gereeën (=hij is onhandelbaar) (Meers)
- a es van goeie komaf (=hij is van goede afkomst, van een goede familie) (Meers)
- a es zjang van Brissel (=iemand die meeval heeft) (Ninoofs)
- à ès zoè zwàt as Molleke on ze gat, à es zoe zwàt as Lamme Kaìoès. (=Hij ziet er enorm vuil uit) (Bierbeeks)
- a es't vas af (=hij heeft zijn nek gebroken) (Ninoofs)
- a est go zeggen (=hij is gestorven) (Meers)
- a ge bouven zij bellen he (=tegen iemand die in zijn neus aan t' peuteren is) (Ransts)
- a ge da mor wit (=als je dat maar weet!) (Sint-Niklaas)
- a ge da us wit dan gut da perke wel an (=als je dat eens wist dan gaat het lampje wel branden) (Wijchens)
- a ge moest beschoamt zijn (=je moest je schamen) (Kaprijks)
- a ge zoe-se toch wew ne schup geevn (=ze brengen er niets van terrecht) (Kaprijks)
- a geboert ém va krommenoeës (=hij doet alsof hij er niets van af weet) (Meers)
- a gebreike èn iehre haage ès gee teeke van aermoei. (=oude gebruiken in ere houden is geen teken van armoede) (Genker)
- à geen zie-j (=aan de andere kant) (Heerlens)
- a geft er ni joem (=het deert hem niet) (Antwerps)
- A gen naas ha (=In de gaten hebben) (Nijswillers)
- A gen Vaogelsjtang. (WT) (=Bij de vogelstang) (Mechels (NL))
- à gen zie-j (=aan de kant) (Heerlens)
- a gene sjnelle wingk. (WT) (=Bij de gure wind) (Mechels (NL))
- a gene sjnelle wink. (WT) (=bij de gure wind) (limburgs)
- A gene Voeleboan. (WT) (=Bos bij Mechelen) (Mechels (NL))
- A gink ne gank ze, dee de veedee dee... (=Hij vloog door de voordeur door...) (Teralfens)
- a go bè jan en allemaun (=hij gaat bij iedereen) (Meers)
- a go nor de tvijfteg (=hij nadert de leeftijd van 50 jaar) (Meers)
- a god op in zè zoeëd (=vrijgezel, geen kinderen) (Meers)
- a gontj ni lank nimmer trekk'n (=zijn einde is in zicht) (Meers)
- a got op in zè zoeëd (=hij blijft vrijgezel) (Meers)
- à hèèd in mààn roèpe gescheite (=Hij heeft mij goed liggen gehad) (Bierbeeks)
- a hei het ze-iel aan (=ze hebben hem gepakt) (hessels)
- A horluge stoat op Sottegem (=Je hebt de verkeerde tijd) (Bambrugs)
- a ieere ui marij (=och Here) (Lokers)
- a is bediend (=hij heeft het sacrament der stevenden gekregen) (Booms)
- A is grutter as moâ (=Hij is groter dan ik) (Mechels (BE))
- a is kevendrager (=hij is dood) (Booms)
- A is oep zoan pattatte gegoan, a is op zen klos gevalle (=Hij is gevallen) (Mechels (BE))
- a is poepeloere (=hij is goed zat) (Nijlens)
- a isj overzwieren (=u goed amuseren) (Erps)
- a jeanke van Brussel (=een verfijnde man) (Londerzeels)
- a jee een stuk in zijn leeze. (=hij is zat) (Gents)
- A jee zè leper gelèèd (=Hij is overleden) (Hals)
- a jeid een moembakkes (=hij heeft twee gezichten) (Antwerps)
- a jeiget in zene kladerendatsj gesloage (=hij heeft het met veel smaak opgegeten) (Antwerps)
- a jie ' t eh mok ' t ok eh (=als jij het heb moet ik het ook hebben) (Zeeuws)
- a joean van wie bin jie een joean (=jongen) (Zeeuws)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen