Spreekwoorden met `no`

Zoek


208 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `no`

  1. het ligt er duimdik bovenop (=het is overduidelijk)
  2. het takje buigen als het nog jong is (=goede gewoonten leert men het beste op jonge leeftijd aan)
  3. het zo zout nog niet gegeten hebben (=het zo slecht nog nooit meegemaakt hebben)
  4. hoc anno (=in dit jaar) (Latijn)
  5. hoge nood hebben (=naar de wc moeten)
  6. honoris causa (=eershalve) (Latijn)
  7. hoogmoed deed nooit iemand goed. (=arrogantie en overmoed zijn slechte eigenschappen)
  8. iemand de mond snoeren (=iemand verbieden iets te zeggen / tot zwijgen brengen)
  9. iemand knollen voor citroenen verkopen (=iemand wat wijsmaken, met praatjes foppen)
  10. iets achter de knopen hebben (=iets is volbracht of voltooid)
  11. iets in het oor knopen (=iets goed onthouden)
  12. in de knoei zitten (=grote moeilijkheden of zorgen hebben)
  13. in de knoop zitten (=er niet meer wijs uitraken - van slag zijn)
  14. in de nood eet de duivel vliegen. (=als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  15. in de oren knopen (=goed onthouden)
  16. in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beetje verstand om baas te zijn)
  17. in nomine dei (=in de naam van God) (Latijn)
  18. in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
  19. in zijn knollentuin zijn (=het naar de zin hebben)
  20. in zijn nopjes zijn (=erg blij ergens mee zijn)
  21. je bent nooit te oud om te leren (=je kan altijd nog bijleren)
  22. je kunt nooit weten waar een paling kruipt (=zeg nooit nooit)
  23. je snor drukken (=afwezig blijven / zijn werk niet doen)
  24. je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
  25. jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijkt)
  26. kant noch wal raken (=totale onzin zijn)
  27. kijken als een snoek op zolder (=zeer verbaasd zijn)
  28. kijken alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=heel ongelukkig kijken)
  29. kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
  30. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  31. klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood (=zowel klagers als pochers kunnen de zaken nogal eens overdrijven)
  32. kraak nog smaak hebben (=het is niet heel smakelijk)
  33. kruis noch munt hebben (=geen geld hebben)
  34. kruit noch lood hebben (=helemaal ongewapend zijn)
  35. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
  36. laten we elkaar geen mietje noemen (=laten we precies zeggen hoe we denken over de ander)
  37. lijnrecht tegenover iets staan (=volledig het omgekeerde zijn of denken)
  38. lust je nog peultjes (=wat zeg je me daarvan!)
  39. man en paard noemen (=niets verzwijgen)
  40. man en paard noemen. (=duidelijke taal spreken)
  41. mans genoeg zijn (=het wel alleen afkunnen)
  42. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  43. menig heeft te veel, niemand heeft genoeg. (=sommige mensen hebben nooit genoeg)
  44. met alle soorten van genoegen (=heel graag)
  45. met de noorderzon vertrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)
  46. met een kanon op een mug schieten (=ophef maken om niks / overdreven zware maatregelen nemen)
  47. met noach in de ark geweest zijn (=erg oud(erwets) en uit de mode zijn)
  48. met zijn pink manoeuvreren (=iets als de beste kunnen)
  49. mezzo piano (=half zacht) (Latijn)
  50. moedoen voor Piet Snot (=zonder toegevoegde waarde en zonder erkenning deelnemen)

264 betekenissen bevatten `no`

  1. wat de vos niet weet, weet de haas ook niet (=het is moeilijk iets te weten als het je nooit verteld is)
  2. het is nog ver van zingen (=het is nog lang niet in orde)
  3. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  4. je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
  5. de wolf/vos ruilt wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandert nooit)
  6. niet kunnen heksen (=het niet zo snel afkunnen - er meer tijd voor nodig hebben)
  7. het dunnetjes overdoen (=het nog een keertje op dezelfde manier herdoen)
  8. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  9. de omgekeerde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  10. dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  11. niemand genoemd, niemand gelasterd. (=het vermijden van het noemen van namen voorkomt onnodige ruzie)
  12. het zo zout nog niet gegeten hebben (=het zo slecht nog nooit meegemaakt hebben)
  13. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. nog iets met iemand moeten oplossen.)
  14. zijn hoed zit altijd op zijn hoofd (=hij groet nooit iemand)
  15. zo lang er leven is, is er hoop (=hoe slecht het ook staat, zolang nog niet alles verloren is, kan alles nog goed komen)
  16. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  17. het kruis nageven (=hopen dat hij vooral nooit meer weerkomt)
  18. het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
  19. iemand de genadeslag geven (=iemand die al in grote moeilijkheden zit nog een probleem erbij geven zodat diegene het niet meer aan kan)
  20. een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  21. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  22. een volle buik peinst op geen lege. (=iemand die genoeg te eten heeft is niet bezig is met de zorgen van een ander)
  23. een kale kip kan nog leggen (=iemand die niets heeft, kan nog voor je werken)
  24. Jantje Contrarie (=iemand die nooit akkoord is)
  25. iemand de ogen openen (=iemand inzicht geven in iets wat diegene nog niet doorhad)
  26. iemand uit de brand helpen (=iemand uit de nood helpen)
  27. een lange arm hebben (=iemand zelfs vanaf een grote afstand nog dwars kunnen zitten)
  28. de ontbrekende schakel (=iets dat nog mist om iets compleet te maken)
  29. een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
  30. tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)
  31. er de boot mee ingaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid)
  32. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn.)
  33. een liedje van verlangen (=iets nog even proberen uit te stellen)
  34. uitstel van executie (=iets onaangenaams wordt tijdelijk uitgesteld Later gaat dit toch nog gebeuren)
  35. iets achter de hand hebben (=iets ter beschikking hebben voor wanneer het nodig mocht zijn (bv nood))
  36. in iemands kraam te pas komen (=iets wat iemand nodig had)
  37. onbekend maakt onbemind (=iets wat nog onbekend is, kan ook niet geapprecieerd worden)
  38. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  39. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  40. willen vliegen eer men vleugels heeft (=iets willen doen nog voor men het geleerd heeft)
  41. goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werkt nog goed.)
  42. het zit me tot hier (=ik heb er genoeg van)
  43. in de running (=in competitie - doet nog mee)
  44. en petit comité (=in een klein genootschap, in het geheim)
  45. het water komt aan/tot de lippen (=in groot gevaar, in hoge nood)
  46. aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  47. een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=in het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig)
  48. als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
  49. maart roert zijn staart (=in maart kan het nog stormachtig weer zijn)
  50. nood leert bidden (=in nood leert men anderen om hulp vragen)

22 dialectgezegden bevatten `no`

  1. saas no 't koemeke (=van dezelfde soort) (Winksels)
  2. schietten, no bachten gon (=kakken) (Veurns)
  3. se biet no den buc (=vrouw moet die man niet hebben) (Roeselaars)
  4. sien ooghen droeien no tol van sien gat (=nog nooit gezien) (Roeselaars)
  5. Slotj linksaf / Gotj no links (=Sla linksaf) (Liedekerks)
  6. Slotj rechtsaf / gotj no rechts (=Sla rechtsaf) (Liedekerks)
  7. Tes no de voinkes - Tes no de faradjiere (=Het is naar de vaantjes) (Walshoutems)
  8. tot één d'n droi, to no ne keêr (=tot later) (Waregems)
  9. twoter lopt ol no de zee-e (=het geluk is altijd voor dezelfde) (Poperings)
  10. van den enen no de gunten (=van de ene naar de andere) (Veurns)
  11. van ier no geir (=van hier naar daar) (Aalsters)
  12. van juut no hop zenn (=van hier naar daar sturen) (Veurns)
  13. Vanne klavers nó de hae (=Van kwaad naar erger) (Stals)
  14. wa edde nô weer uitgestoken (mispeuterd) (=wat heb je nu gedaan?) (Sint-Niklaas)
  15. wa fur e wezen trekte gé no weer (=hoe kijk jij nu weer) (Sint-Niklaas)
  16. wa stodde doar nô weer in ô broek te kraan? zidde ô overuren ont uitrekenen? (=aan wat ben je nu weer aan het denken?) (Sint-Niklaas)
  17. wor ist nô koers (=waar loop je nu naar toe?) (Sint-Niklaas)
  18. wor ist nô koers? (=tegen iemand die gehaast is zegt men) (Sint-Niklaas)
  19. z'es no jonk (=ze is nog niet getrouwd) (Waregems)
  20. Zede no helemoal gek gewore? (=ben je nou helemaal gek geworden?) (Brabants)
  21. zidde gè nô gelemoal op ô kop gevallen? (=ben je helemaal gek geworden?) (Sint-Niklaas)
  22. zojen no de zak (=niet meer uitgeven dan je hebt) (Veurns)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen