393 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nie`
- een nieuwe voordeur krijgen (=gezegd bij het bereiken van een tiende levensjaar, dus 10, 20, 30 etc.)
- een oude boom moet je niet verpoten. (=ouderen houden niet van veranderingen)
- een oude vogel is niet licht te vangen. (=ervaren mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen. (=niet tot iets anders te bewegen)
- een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
- een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
- een vos is niet licht met één strik te vangen. (=slimme mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken (=mensen veranderen zelden echt)
- een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
- een zwarte kat krabt niet (=je moet je niet laten leiden door je angsten)
- er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
- er is niets van aan (=het is niet waar)
- er met de pet niet bij kunnen (=het niet willen/kunnen snappen)
- er niet aan kunnen tippen (=er een voorbeeld aan kunnen nemen)
- er niet bij kunnen (=het niet kunnen begrijpen)
- er niet mee getrouwd zijn (=er niet aan vastzitten, er niet toe verplicht zijn)
- er niet om malen (=iets onbelangrijk vinden)
- er niet over uit kunnen (=er niet over kunnen zwijgen, er zwaar door getroffen zijn)
- er niet van kunnen meespreken (=er niets over weten)
- er niet van terug hebben (=er geen antwoord op weten)
- er niet van tussen kunnen (=er aan vastzitten)
- er zijn mond niet aan vuil maken (=er niets over willen zeggen)
- garnaal/spiering is ook vis als er anders niet is. (=wees tevreden met wat je kunt krijgen)
- gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
- geen nieuws is goed nieuws (=zolang het goed gaat met iemand is het lang niet zo sensationeel als dat het slecht gaat met iemand)
- geld maakt niet gelukkig (=er is meer in het leven dan rijkdom)
- geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
- gestolen goed gedijt niet (=gestolen zaken brengen nooit voordeel)
- goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
- gras gaat niet harder groeien als je eraan trekt (=sommige dingen hebben tijd nodig)
- het achterste van je tong (niet) laten zien (=zich (niet) meteen laten kennen; (n)iets verbergen)
- het bier is niet voor de ganzen gebrouwen. (=niet iets verspillen aan degenen die het niet waarderen)
- het bloed kruipt waar het niet gaan kan (=de aard verloochent zich nooit)
- het botert niet tussen hen (=ze kunnen niet goed met elkaar over weg)
- het buskruit niet uitgevonden hebben (=niet erg slim zijn)
- het daglicht niet kunnen verdragen/zien (=iets wordt stiekem of oneerlijk gedaan)
- het ene ongeluk kan niet op het andere wachten. (=ongeluk komt zelden alleen)
- het er niet bij laten zitten (=niet opgeven)
- het eten is niet te pruimen. (=het smaakt niet)
- het eten niet meer op kunnen. (=spoedig moeten sterven.)
- het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
- het gras in de knieën hebben (=lijden aan voorjaarsmoeheid)
- het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
- het is niet al goud wat blinkt (=schijn bedriegt)
- het is niet altijd kermis. (=je kunt niet altijd feestvieren.)
- het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
- het is niet je dat (=het is niet geweldig)
- het is niet koek en ei (=er ontbreekt iets aan de situatie)
- het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
- het is niet overal zomer waar de zon schijnt. (=schijn bedriegt)
1061 betekenissen bevatten `nie`
- die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
- dat was Grieks voor hem (=dat begreep hij niet)
- mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
- dat is Latijn voor mij (=dat begrijp ik niet)
- daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
- al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslist niet!)
- ik kijk wel uit (=dat doe ik niet, daar ben ik te voorzichtig voor)
- dat is van de baan (=dat gaat niet door)
- morgen brengen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
- dat snijdt geen hout (=dat heeft er niets mee te maken; het bewijst niets)
- dat zijn aambeien met slagroom (=dat heeft niets met elkaar te maken)
- zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
- na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
- dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
- dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
- dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
- dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
- daar is geen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- dat groeit uit het raam (=dat kan men niet geheim houden)
- dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
- dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
- dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
- als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
- dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de zaak)
- dat mag de duivel weten (=dat weet ik niet)
- dát doet de deur dicht (=dat wordt niet geaccepteerd)
- dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
- er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
- daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
- daar kan niets van inkomen (=dat zal niet lukken)
- daar kun je ketelaar van blijven (=dat zal niets opbrengen)
- dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
- de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
- uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
- de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
- pap in de benen hebben (=de benen willen niet meer vooruit)
- het kastje bij het muurtje laten blijven (=de dingen niet gaan overdrijven)
- het oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
- als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
- de rokende vlaswiek niet uitblussen (=de ijverigheid niet doven)
- de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
- aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
- de beste paarden staan op stal. (=de leukste meisjes gaan niet uit)
- de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
- de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
- nomen nescio (=de niet genoemde persoon)
- op de pianist schieten (=de onschuldige (de brenger van het nieuws) straffen)
- er geen kijk op hebben (=de oplossing niet zien)
- het oog van de wereld (=de publieke opinie)
50 dialectgezegden bevatten `nie`
- 't nie kunn aaln (='t onderspit moeten delven) (Veurns)
- 't nie kunn bokn (=het onderspit delven) (Veurns)
- 't nie meeë lange trekk'n (=niet meer lang leven) (Veurns)
- 't sap is de kuulen nie weird (='t is de moeite niet) (Waasmunsters)
- 't schiw te wjèrelt nie (=het scheelt echt niet veel) (Kaprijks)
- 't schuip es de preude nie weerd (=het is de moeite niet) (Lochristis)
- 't sjaelde nie viël of ze hoenge wir èn de gordaajne (=iemand lappen geven zonder dat je stoffen bezit) (Munsterbilzen - Minsters)
- 't Sop e de koale nie wèrt. (='t Is de moeite niet waard.) (Zwevegems)
- 't Sop è de koale nie wêrt. (=Het is allemaal de moeite niet waard.) (Zwevegems)
- 't sop es de koale nie werd (=het is geen inspanning waard) (Zottegems)
- 't sop es de kule nie wèrd (=aan iets beginnen dat niets oplevert) (Zottegems)
- 't sop is de booënn nie wèèrd (=het is het niet waard) (Veurns)
- 't sop is de kole nie weert (=Het is de de moeite niet waard) (Tielts)
- 't sop is de kooln nie werd (='t is de moeite niet) (Veurns)
- 't stàlt d'r nog nie op (=het lijk er nog niet op) (Wells)
- 't steekt nie op een adzuunpelle (=het komt niet zo nauw) (Wesdurps)
- 't Steekt nie op een jûûnpelle (=Het komt niet zo nauw) (West Zeeuws Vlaams)
- 't stik(kump) nie zoe na (='t moet niet heel juist zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
- 't stikt zo na nie (=zo perfect moet het nu ook wel niet zijn) (Sint-Niklaas)
- 't volt van nie hoge (='t is niet duur) (Veurns)
- 't volt van nie oge (=Dat is niet duur) (Veurns)
- 't wijf es nie tuis (=mijn vrouw is niet thuis) (ouwegems)
- 't za nie mankeern (=daar kan je op rekenen) (Kaprijks)
- 't Zal an je gatje nie snêêuwen (=Dat gaat daarom niet door) (Zeeuws)
- 't zijt in zijne pap nie verdienen (=weinig of geen geld verdienen) (Lovendegems)
- 't'n e (s) nie nur mijn goeste (=het is niet zoals ik het wil (de) ) (Waregems)
- 'ten foetert nie, 't'n marcheert nie (='t lukt niet, ) (Waregems)
- 'ten stoopt nie (t) (=het houdt niet op) (Waregems)
- 'tis nie suuste (=dat is niet juist) (Sint-Laureins)
- ‘k en kannet toch nie gerieken (=ik kan het toch niet weten) (Meers)
- ‘k En zou da wijf nog nie willen poepen mee nen dorme van 7 meter (=Ik vind die vrouw afstotelijk) (Brakels)
- ‘k koste van nie vjuëdere (=ik kon niet anders (doen)) (Kaprijks)
- ‘k mag ém nie getauken of… (=ik mag hem niet aanraken of...) (Meers)
- ‘k zuuk ‘t nie (=Ik heb er geen zin in) (Udens)
- ‘t een steek nie op een andzjuunpelle (=het steekt niet zo nauw) (Kaprijks)
- ‘t sa nie mankeern (=dat zal zeker gebeuren) (Kaprijks)
- ‘t sa nog nie sijn (=de nagel op de kop) (Kaprijks)
- ‘tsa nie gepast zijn (=daar ga je problemen mee hebben) (Kaprijks)
- ’t èè nie veel geskollen of… (=het scheelde niet veel, of...) (Meers)
- ’t és skuë gerief mur ge meug ‘et nie in uis émmen (='t is een mooie vrouw, maar je mag ze niet in huis hebben (smalend gezegd door mannen over een vrouw, )) (Meers)
- ' k go nog nie no ruus, belange nie (=ik ga nog niet naar huis, zeker niet) (Bachten de kupes)
- ' k goa mè nie affetuur' n (=Ik riskeer het niet) (Hansbeeks)
- ' n uëp vergruut, moar ei verschuën nie (=het gezelschap wordt er niet beter op) (Moes)
- ' t besan nie (=het is niet erg) (Zuid-west-vlaams)
- ' t besang nie (=het stoort niet) (Werviks)
- ' t doe hem nie feele veurn (=het komt weinig voor) (Waregems)
- ' t e nie woar hé! (=reactie van ongeloof op slecht nieuws) (Waregems)
- ' t ende nie zieën (=het einde niet zien) (Veurns)
- ' t es maane winkel nie (=ik ken er niets van) (Gents)
- ' t es toch nie woir zekre / emoir mains toch (=zeg dat het niet waar is!) (Lochristis)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen