197 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `SP`
- hoog SPel SPelen (=gevaarlijk spel spelen, veel inzetten)
- huizenhoog SPringen (=erg gelukkig zijn)
- iemand bijSPijkeren (=iemand met geld of kennis ondersteunen)
- iemand de voeten SPoelen (=iemand doen verdrinken / in zee verdrinken)
- iemand de zwartepiet toeSPelen (=iemand benadelen)
- iemand iets in de maag SPlitsen/stoppen (=iemand met iets opzadelen)
- iemand iets op de mouw SPelden (=iemand iets wijsmaken)
- iemand in de kaart SPelen (=iemand onbewust helpen)
- iemand onder vier ogen SPreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
- iemand op zijn vestje SPuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
- iemand SPreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
- iets op de SPits drijven (=iets verergeren of escaleren.)
- iets uit zijn mond SParen (=iets niet opeten)
- in de bres SPringen (=te hulp schieten)
- in het gareel SPannen (=aan het werk zetten)
- in het oog SPringen/vallen (=de aandacht trekken)
- je aan een ander SPiegelen (=je vergelijken met een ander)
- je bedje is geSPreid (=je komt in een situatie terecht waarin alles al voor je geregeld is)
- je gal SPuwen/uitbraken (=iets afkeuren en dat duidelijk laten merken)
- je hand in een weSPennest steken (=zich bemoeien met een problematisch onderwerp en wellicht daardoor zelf moeilijkheden krijgen)
- je hand overSPelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
- je handen overSPelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
- je kan niet de kool en de geit SParen (=je moet keuzes maken)
- je laatste troef uitSPelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
- je moet de snaren niet te sterk SPannen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen)
- je SPoren verdienen (=respect krijgen door goed werk te verrichten)
- je tegoed doen aan de vleeSPotten (=onterecht mee profiteren)
- kinderen en dronkaards SPreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)
- kromme SProngen maken (=alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
- kunnen missen als kieSPijn (=veel liever niet hebben)
- lachen als een boer met kieSPijn (=lachen zonder echt blij te zijn)
- lang vasten is geen brood SParen. (=honger lijden is niet hetzelfde als geld besparen)
- leentjebuur SPelen (=iets lenen)
- met een metworst naar een zij SPek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
- met hem kan men geen SPies draaien (=met hem valt niet samen te werken)
- met iemand SPelen als de kat met de muis (=iemand voor de gek houden)
- met iemand zijn voeten SPelen (=iemand voor de gek houden)
- met SPek schieten (=overdrijven of opscheppen)
- met SPek vangt men muizen (=met veel vrijgevigheid kan men iedereen overhalen)
- met vuur SPelen (=met gevaarlijke dingen laks omgaan, gevaarlijke dingen doen)
- mooi weer SPelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
- naar binnen SPelen (=opeten)
- niet om de knikkers, maar om het SPel (=het gaat niet om het winnen, maar om het spel)
- nijdig als een SPin (=bijzonder nijdig)
- onder één hoedje SPelen (=samen iets oneerlijks doen)
- ongelukkig in het SPel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
- ook een raSPaard schijt als een karhengst. (=rangen en standen maken mensen niet meer of minder waard)
- op de kaak SPelen (=zich aanstellen)
- op de poot SPelen (=bij de kleinste tegenslag flink te keer gaan/razen)
- op dood SPoor zitten (=een situatie waarin er geen vooruitgang of hoop is)
221 betekenissen bevatten `SP`
- een profeet die brood eet (=iemand die waardeloze voorSPellingen doet)
- iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uithalen) of SPottend over iemand praten)
- iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk SPreken, zodat niemand anders het hoort)
- kroes haar kroeze zinnen (=iemand met gekruld haar is wiSPelturig)
- iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inSPreken)
- iemand de tekst/les lezen (=iemand scherp beriSPen)
- iemand voor vol aanzien (=iemand serieus nemen en reSPecteren.)
- een koekje van eigen deeg (=iets geven (of krijgen) wat oorSPronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
- als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een beSProken onderwerp te maken)
- iets in de groep gooien (=iets in een groep beSPreken)
- er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een geSPrek ertussen te komen)
- iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen beSPreken maar stilzwijgen en accepteren)
- er de gek mee scheren (=iets of iemand beSPotten)
- een waarheid als een koe (=iets totaal vanzelfSPrekends)
- het woord hebben (=in een geSPrek aan beurt zijn)
- aan het vinkentouw zitten (=in SPanning iets afwachten en graag door willen)
- van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorSProng in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
- aan een dood paard trekken. (=je inSPannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
- blijf aan jouw kantje (=je mag hem niet aanraken, hij is niet aanSPreekbaar)
- met twee monden praten (=jezelf tegenSPreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
- iemand beest maken (=kaartSPel : zorgen dat iemand geen enkele slag haalt)
- job krijgt op zijn kop (=kaartSPel: als klaveren heer wordt afgetroefd)
- het hoofd koel houden (=kalm blijven, zich niet door de SPanning laten meeslepen)
- op je vet teren (=leven van geSPaard geld)
- te woord staan (=luisteren naar en bereid zijn te SPreken met)
- je licht niet onder de korenmaat zetten (=meeSPreken, je mening geven en laten merken dat je er iets van weet)
- een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermans SPullen te misbruiken)
- de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontSPannen)
- over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadSPreken over overledenen als iets heel onbeleefd, er mag niet geSPot worden met de dood)
- een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontSPannen)
- het op een akkoordje gooien (=met elkaar afSPreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
- zonder strijd, geen overwinning (=na grote inSPanning wordt succes pas bereikt)
- aan de middelhand zitten (=niet eerst of laatst moeten SPelen)
- het bier is niet voor de ganzen gebrouwen. (=niet iets verSPillen aan degenen die het niet waarderen)
- er een vouwtje bij leggen (=niet meer over SPreken)
- je woorden inslikken (=niet uitSPreken)
- iets te verhakstukken hebben (=nog iets met iemand te beSPreken hebben, nog iets te doen hebben)
- op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of SPanning hebben)
- op je gemak zijn (=ontSPannen zijn)
- lot uit de loterij (=onvoorSPelbaar)
- spijers zijn dijers (=ook baby`s die SPuwen worden wel groot)
- een liedje van verlangen zingen (=op allerlei manieren een wens uitSPreken)
- zo zijn we niet getrouwd (=op die manier iets niet afgeSProken hebben)
- op goed af spelen (=op goed geluk SPelen)
- iets boven de tafel fietsen (=open kaart SPelen met bedoelingen)
- op je stokpaardje zitten (=over je lievelingsthema SPreken)
- de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken SPreken met buitenstaanders)
- petje af (=reSPect betonen voor hoe iemand iets voor elkaar gekregen heeft)
- je sporen verdienen (=reSPect krijgen door goed werk te verrichten)
- va banque spelen (=roekeloos SPel SPelen)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen