Spreekwoorden met `à`

Zoek


4381 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `à`

  1. aan iemands voeten liggen (=iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn)
  2. aan iets blijven hangen (=ergens verstrikt in raken, ermee bezig blijven)
  3. aan je palen trekken (=zonder mededeling inpakken en wegwezen)
  4. aan kant doen (=opruimen)
  5. aan lager wal geraken (=fortuin verliezen; arm en berooid worden)
  6. aan mijn lijf geen polonaise (=van mij moet je afblijven)
  7. aan mijn nooit niet (=geen sprake van)
  8. aan zijn broek krijgen (=ermee opgescheept worden)
  9. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  10. aan zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)
  11. aan zijn gerief komen (=vinden wat men nodig heeft (inz. seksuele behoeften))
  12. aan zijn neus hangen (=hem inlichten)
  13. aan zijn snoer rijgen (=tot volgeling maken)
  14. aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
  15. aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
  16. aap wat heb je mooie jongen (=sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets)
  17. aap wat heb je mooie jongen spelen (=overdreven vriendelijk zijn)
  18. aardappelbloed hebben (=er ongezond uitzien)
  19. aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  20. Abraham gezien hebben (=50 jaar of ouder zijn)
  21. acht is meer dan duizend (=voorzichtig zijn is het belangrijkste. (woordspeling: acht=`let op` niet `8`))
  22. acht slaan op iets (=ergens goed op letten)
  23. achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
  24. achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
  25. achter de kiezen hebben (=opgegeten hebben)
  26. achter de knopen hebben (=opgegeten hebben)
  27. achter de puttings overboord vallen (=reddeloos verloren zijn)
  28. achter de rug om gaan (=iets stiekem doen)
  29. achter de rug zijn (=voorbij zijn)
  30. achter de schermen (=daar waar men het niet ziet)
  31. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  32. achter de schermen kijken (=kijken waar men normaal niet kan of mag kijken)
  33. achter de tralies (=opgesloten)
  34. achter de veren zitten (=opjagen)
  35. achter de vodden zitten (=opjagen)
  36. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  37. achter het net vissen (=een kans missen)
  38. achter iemand zoeken (=iemand kwaad proberen te doen)
  39. achter iets zitten (=er de oorzaak van zijn)
  40. achter slot en grendel (=opgesloten)
  41. achterin de fuik zit de paling (=je moet geduld hebben)
  42. achterna kakelen de kippen (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  43. achterom is kermis (=gezegd als voorlangs niet de voorkeur heeft)
  44. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  45. achteruit zeilen (=slechter worden)
  46. acte de présence geven (=ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent)
  47. ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen) (Latijn)
  48. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen) (Latijn)
  49. ad fundum (=tot op de bodem) (Latijn)
  50. ad hoc negotium (=tot deze zaak behorend) (Latijn)

4419 betekenissen bevatten `à`

  1. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  2. sinds mensenheugenis (=al lange tijd)
  3. sinds jaar en dag (=al lange tijd)
  4. al lang en breed (=al lange tijd)
  5. kunnen lezen en schrijven (=al lange tijd goede diensten bewezen hebben)
  6. uit de oude doos (=al oud, nostalgisch)
  7. al te wit is gauw vuil. (=al te grote liefde is niet bestendig)
  8. je vergalopperen (=al te snel iets willen doen)
  9. in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
  10. gepokt en gemazeld zijn (=al veel ervaring hebben)
  11. koud bier maakt warm bloed. (=alcohol maakt aggressief)
  12. een glaasje op hebben (=alcohol te hebben genuttigd)
  13. op je hoede zijn (=alert en voorzichtig zijn.)
  14. een oogje in het zeil houden (=alert zijn)
  15. vroeg opstaan (=alert zijn voor bedrog)
  16. in de lucht zitten (=algemeen voorkomen)
  17. tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
  18. de toets  kunnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  19. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
  20. een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beetjes helpen als je spaart.)
  21. geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
  22. het tafellaken doorsnijden (=alle bindingen met iemand verbreken)
  23. aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  24. bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  25. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  26. het naadje van de kous willen weten (=alle details willen weten)
  27. de derde streng houdt de kabel. (=alle goede dingen bestaan in drieën)
  28. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  29. geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
  30. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  31. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  32. het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
  33. kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
  34. al zijn patronen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
  35. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  36. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  37. al het goede komt van boven (=alle zegen komt van god)
  38. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  39. het leven is meer dan eten en drinken. (=alleen eten en drinken vult geen leven.)
  40. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  41. de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
  42. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  43. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  44. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  45. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
  46. niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
  47. de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iemand wil)
  48. bij de roes (=alles door elkaar)
  49. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  50. het loopt op rolletjes (=alles gaat als vanzelf)

50 dialectgezegden bevatten `à`

  1. a eet em beskeeten (=schrik hbben) (Giesbaargs)
  2. a eet em een blèis opg'angen (=hij heeft hem iets wijs gemaakt) (Meers)
  3. a eet er mor vier en nen beezekoek (=hij is niet erg slim) (Meers)
  4. a èèt er mur drou en nen bezekoek (=hij heeft ze niet allemaal op een rijtje) (Meers)
  5. a èèt er veel van wég (=hij gelijkt goed op iemand) (Meers)
  6. a eet ier gieën witte voeten (=niet welkom zijn) (Meers)
  7. a eet in mèn raupen gesketen (=hij heeft me beledigd) (Meers)
  8. a eet kiekevlees (=rillen, beven (van de kou) ) (Giesbaargs)
  9. a eet niks in de pap te brokkel'n (=hij heeft niets te zeggen, hij heeft geen invloed) (Meers)
  10. a eet on zenne rekker (=hij heeft het zitten) (Meers)
  11. a eet'n't lot'n angen (=hij heeft het verwaarloosd) (Ninoofs)
  12. a eet'n't o zanne rekker (=hij heeft het zitten) (Ninoofs)
  13. a eetj (=hij heeft) (Meers)
  14. a eetj zèn jongen opgeten (=hij heeft een ruige baard) (Meers)
  15. A ei det oeg in zenen bol (=Hij is verwaand) (Mechels (BE))
  16. A ei en ètteke van pontkoek (=Hij heeft een hart van peperkoek) (Mechels (BE))
  17. a ei van 'n eizel geiten (=dom zijm) (Aalsters)
  18. A eiget hoeig in zan bolleke (=Hij is verwaand) (Antwerps)
  19. a eighet werm water uitgevonne (=iemand die niet erg snugger is) (Bornems)
  20. A eit do ne scheir gedoan. (=Hij heeft daar iemand leren kennen.) (Dilbeeks)
  21. a eit zenne kerf gezetsj (=hij is dood) (Aalsters)
  22. a és ’t er mé zén gedachten nie bau (=hij is afwezig, hij dagdroomt) (Meers)
  23. a es ba calloe (=hij is gestorven) (Giesbaargs)
  24. a es ba den bok gezet (=hij is bedrogen) (Meers)
  25. a es de pist uit (=hij is weg, vertrokken) (Meers)
  26. a es erd van afgank (=hij is zeer gierig) (Meers)
  27. A es geboern mé ne gouen leper in za gat (=Van goede afkomst zijn) (Ninoofs)
  28. a és geléik getroutj (=hij is dan toch getrouwd) (Meers)
  29. a es gepresseert (=hij is gehaast) (Meers)
  30. a es gerèjen (=hij is beetgenomen) (Meers)
  31. a es gin sjiek wiejerd (=hij voelt zich niet lekker) (Meers)
  32. à ès gó gèstèsseld, à èèt è goei stroèt oep (=Hij is goed dronken) (Bierbeeks)
  33. a es in de wiër (=iemand helpen) (Meers)
  34. a ès keizer (=hij is dood) (Meers)
  35. a es mè gin tang oeën te pakkn (=erg slechtgezinde persoon) (Meers)
  36. a es ni controeëren (=hij is niet slecht van hart) (Nieuwerkerks)
  37. a és nie goed op zénne gank (=hij stapt moeilijk) (Meers)
  38. a es nie op zan blad gevallen (=hij is een vlotte prater) (Ninoofs)
  39. a es no de meelekes (=hij is naar de kermis) (Ninoofs)
  40. a es nog stommer as 't achterste van e verken (=hij is oerdom) (Ninoofs)
  41. a es on ‘t fribbeln (gewoonte van stervende mensen de lakens af te tasten) (=hij is stervende) (Meers)
  42. a es on't fribbelen (=hij voelt de dood naderen) (Meers)
  43. a es onder geiën hinje gebroejid (=hij is niet van gisteren) (Ninoofs)
  44. a es op nen bek de gaas geleupen (=hij is afgewezen) (Ninoofs)
  45. a es op trok (=hij is op zwier) (Meers)
  46. a ès op zèbre kop gevall'n en blijven bosj'n (=hij is stapelzot) (Meers)
  47. a ès op zèn dertigste (=hij wordt er dertig) (Meers)
  48. a és op zén énje (=hij ligt op sterven) (Meers)
  49. a es plasje zot (=iemand die volledig gek is) (Meers)
  50. a es skippes (=hij is weg) (Meers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen