464 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ze`
- de boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
- de bramzeilen bijzetten (=alles op alles zetten)
- de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
- de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
- de druiven zijn zuur (zei de vos maar hij kon er niet bij) (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
- de ene pijl de andere nazenden (=een dwaze of nutteloze daad herhalen)
- de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
- de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
- de hakken in het zand zetten (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen)
- de hand aan zichzelf slaan (=zelfmoord plegen)
- de hand in eigen boezem steken (=zijn eigen fout inzien)
- de haren ten berge (doen) rijzen (=ergens erg van (doen) schrikken)
- de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende klusjes opknappen)
- de kam opzetten (=zich verweren, zich tonen)
- de kat bij de melk zetten (=iemand in verleiding brengen)
- de kat bij het spek zetten (=iemand in verleiding brengen)
- de klok achteruit zetten (=terug naar oude toestanden gaan)
- de koekoek en de sijs hebben niet dezelfde wijs. (=iedereen is anders)
- de kraaienmars blazen (=dood gaan)
- de kroon op het werk zetten (=het werk prachtig voltooien)
- de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
- de lakense bril erbij opzetten (=bijzonder scherp toekijken)
- de meitak op een werk zetten (=het werk afmaken)
- de muizen dansen in het spek. (=er is welvaart)
- de muizen sterven er voor de kast (=het is er armoe troef)
- de neuzen tellen (=het aantal aanwezigen tellen)
- de paarden die de haver verdienen krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)
- de paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet. (=verdienste blijft vaak onbeloond)
- de poes op de bak zetten. (=urineren)
- de puntjes op de i zetten (=de details erbij zetten - orde op zaken stellen)
- de rijzende/opgaande zon aanbidden (=in de gunst trachten te komen van iemand die succesvol is)
- de rook kan het hangerijzer niet deren (=het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen)
- de schouders eronder zetten (=zich voor iets inspannen)
- de sokken erin zetten (=hard weglopen)
- de tafel de nodige eer bewijzen. (=smakelijk gaan eten.)
- de tanden op elkaar zetten (=zichzelf dwingen om stil te zijn of door te zetten.)
- de tering naar de nering zetten (=leven met de middelen die men heeft)
- de tijd baart rozen (=ook de diepste (geestelijke) wonden helen na verloop van tijd)
- de verzenen tegen de prikkels slaan (=zich verzetten tegen iets wat niet tegen te gaan is)
- de vis aardt naar de zee (=je kunt wel zien waar hij vandaan komt)
- de voet dwars zetten (=iets verhinderen of bemoeilijken)
- de wind in de zeilen hebben (=voorspoed hebben)
- de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
- de zee ploegen (=de zee bevaren)
- de zeilen hijsen (=opstaan, vertrekken)
- de zeug loopt met de tap weg (=nalatigheid is hier troef)
- denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
- die wijn drinkt kweekt luizen. (=veel alcohol drinken maakt je arm)
- dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
- door de mazen van het net glippen/kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
696 betekenissen bevatten `ze`
- met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
- op de poot spelen (=bij de kleinste tegenslag flink te keer gaan/razen)
- op de boom verkopen (=boomvruchten verkopen voor ze geplukt zijn)
- zin noch wit hebben (=buiten jezelf zijn van woede)
- daar kun je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
- morgen brengen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
- dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
- dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
- dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
- dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
- dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
- iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
- een bodemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
- id est (=dat wil zeggen)
- dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
- de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
- uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
- de bal aan het rollen brengen (=de aanzet geven)
- volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
- de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
- de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
- aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
- het beste paard van stal (=de belangrijkste persoon in het gezelschap)
- de harp aan de wilgen hangen (=de bezigheden stopzetten)
- in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
- de puntjes op de i zetten (=de details erbij zetten - orde op zaken stellen)
- een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=de invloed van een vrouw is zeer sterk)
- het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
- zo heer zo knecht (=de knechten volgen het voorbeeld van de bazen)
- in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
- de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
- regen in mei, dan is april voorbij (=de natuur kiest vanzelf de goede volgorde)
- de haringvijver (=de Noordzee)
- de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
- de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
- wie de pot breekt betaalt de scherven (=de veroorzaker van schade moet de situatie zelf rechtzetten.)
- lector benevolente (=de welwillende lezer)
- het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief verliezen)
- oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
- het zilte nat (=de zee)
- de zee ploegen (=de zee bevaren)
- zwijgen en denken zal niemand krenken. (=denk na voor je iets zegt wat pijn kan doen)
- dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- uit dezelfde klei gebakken zijn (=dezelfde afkomst hebben)
- aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
- eén lijn trekken / Dezelfde lijn trekken (=dezelfde mening hebben)
- van hetzelfde laken een pak (=dezelfde soort aanpak of respons)
50 dialectgezegden bevatten `ze`
- 't is pikapik (=ze kunnen mekaar niet verdragen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- 't Is vele voak in de stoasje (=ze heeft zware borsten) (Veurns)
- 't oog was groder as de moag (=ze kon haar bord eten niet op) (Westerkwartiers)
- 't op ze broere steekn (=zijn broer de schuld geven) (Veurns)
- 't op ze buuk meug'n schrieven (=Er mogen naar fluiten) (Veurns)
- 't sjaelde nie viël of ze hoenge wir èn de gordaajne (=iemand lappen geven zonder dat je stoffen bezit) (Munsterbilzen - Minsters)
- 't Was bai de beddeplank of. (=Het kind werd geboren toen ze precies negen maanden getrouwd waren.) (Zaans)
- 't wèrd te weirem onder zè gat (=hij voelde zich niet meer veilig) (Meers)
- 't za zè gat voeër'n (=hij zal er moeten aan wennen) (Meers)
- 't zal 'r wappere (=ze zijn nog niet jarig) (Luyksgestels)
- 't zè speelvogels (=ze lachen en schertsen graag) (Sint-Niklaas)
- 't zèen uir aegn luiz'n 'die uir bèet'n (=ze hebben het aan zichzelf te danken) (Wichels)
- 't zit schief tusgen de twiej (=ze hebben ruzie) (Wetters)
- 't zit sjeef (=ze hebben ruzie) (Munsterbilzen - Minsters)
- 't zitj ier op zè gat (=de verkoop is slecht) (Meers)
- 't zitj op zè gat (=aan de grond fig.: het is mislukt) (Meers)
- 'tès ammel get, zaag Bet, en ze hoch twei jing on één T. (=het is beter op iemand dan op niemand te moeten wachten) (Munsterbilzen - Minsters)
- ‘t is nen effenaëvn/een effenaëve (=hij / ze windt er geen doekjes om) (Kaprijks)
- ‘t is verlore gezejt (=ze luisteren toch niet) (Kaprijks)
- ‘tsa gieënn zjuustn zijn (=daar zullen ze niet blij mee zijn) (Kaprijks)
- ’t és gedroeëtj en gesketen zé voeër (=hij is het evenbeeld van zijn vader) (Meers)
- ’t és skuë gerief mur ge meug ‘et nie in uis émmen (='t is een mooie vrouw, maar je mag ze niet in huis hebben (smalend gezegd door mannen over een vrouw, )) (Meers)
- ’t wirt wèirem onder zé gat (=hij voelde zich niet meer veilig) (Meers)
- ’t zal zé gat voeëren (=hij zal er moeten aan wennen) (Meers)
- "Kwa"zei bure en ze bleef nog un ure (=Ik ga, zei de buurvrouw en ze bleef uur) (Zeeuws)
- ' t es wat te zegge asje mét aoj wiêver motj gaon egge; ze verrékke det ze trékke, ze houwe en ze slaon en asje saovus toês kotj, hejje nog niks gedaon (=een wat oudere vrouw laat niet met zich sollen) (Weerts)
- ' t gebuk krijge / de duvel voor ze nuwe jaor krijge / ze hebbe-n-' m twee blauwe lampe geslaoge (=slaag krijgen, 'n flink pak) (Utrechts)
- ' t is hier net ' n jeud' nkerk (=ze spreken allemaal doorelkaar) (Westerkwartiers)
- ' t oog' in ze boll' èn (=aan grootheidswaanzin lijden) (Veurns)
- ' t zit doar skeeëf (=ze spreken elkaar niet meer) (Waregems)
- a ee zèn uëgen ni op zè gat (=hij is opmerkzaam) (Meers)
- a èèt er mur drou en nen bezekoek (=hij heeft ze niet allemaal op een rijtje) (Meers)
- a és tegen zè gedacht getraudj (=hij is niet met volle toestemming getrouwd) (Meers)
- à ès zoè zwàt as Molleke on ze gat, à es zoe zwàt as Lamme Kaìoès. (=Hij ziet er enorm vuil uit) (Bierbeeks)
- a ge zoe-se toch wew ne schup geevn (=ze brengen er niets van terrecht) (Kaprijks)
- a god op in zè zoeëd (=vrijgezel, geen kinderen) (Meers)
- a got op in zè zoeëd (=hij blijft vrijgezel) (Meers)
- a hei het ze-iel aan (=ze hebben hem gepakt) (hessels)
- A jee zè leper gelèèd (=Hij is overleden) (Hals)
- a oeërt nor zè voeër (=hij aardt naar zijn vader) (Meers)
- a vermuëst zè geldj (=onverantwoordelijk omgaan met geld) (Meers)
- a zal zè sjiejel ni aftrekken (=hij zal niet teveel doen) (Meers)
- a zal zè sjiël nie aftrekken (=hij zal zijn zeel niet aftrekken hij zal zich niet uitsloven) (Meers)
- aa beem mauste nimei verplante (=oude mensen leven niet meer lang als ze moeten verhuizen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Aa ei gieëne naugel oem ze gat te krabbe (=Hij heeft geen geld / mogelijkheden) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aa hei ze ni alle vaaf / Aa is een vaas kwaat (=Hij heeft ze niet alle vijf) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aa is in ze gat gebeete (=Hij is gekwetst / beledigd) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aa is mè ze gat in de boter gevalle (=Hij is goed terecht gekomen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- aa kjeis lauten, z'eid overlest eul kjeis gelauten (=sterven, ze is onlangs gestorven) (Opwijks)
- Aa nèpt ze (=Hij is bang) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen