55 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `trekken`
- niet aan zijn trekken komen (=niet krijgen wat men wil)
- ongelijke paarden trekken kwalijk. (=mensen die teveel verschillen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
- trekken aan een dood paard. (=het is een onbegonnen zaak)
- van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
- ze trekken om het langst (=ze willen beide winnen)
50 dialectgezegden bevatten `trekken`
- Ge keud' em deur zijn eigen gat trekken zonder datter stront oan angt. (=Hij is zeer mager.) (Lokers)
- ge koest'em gen bloed nemieë trekken (=bleek van het schrikken) (Ninoofs)
- ge moetj ma gin muil'n liëren trekken (=e moet mij niets wijsmaken) (Meers)
- geld zik geld (=rijken trekken altijd op met andere rijken) (Munsterbilzen - Minsters)
- goeje roeëd ès good wieëd (=gras gaat niet sneller groeien door eraan te trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
- Haaj 'em maar neet in! (=Je hoeft je buik niet in te trekken) (Roermonds)
- Hé zal moetn toe zijn om azuen schure uit de dessen. (=Hij zal van goeden huize moeten zijn om die vrouw aan haar trekken te laten komen.) (Evergems)
- Hebbie het niet verstaon/bennie/benjuh doof mot je niet zo trekken :) (=Als je iemand niet verstaat , en je vraagt het nog een keer) (man)) (Utrechts)
- ich kan men eege erte wol doppe (=ik kan mijn plan wel trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
- ie lop ter an te zeuln (=er aan trekken) (Zeeuws)
- iemand nen tand trekken / iemand een tatj'n dasjteren (=iemand beetnemen) (Ninoofs)
- iemand op tsjöpkes trekken (=iemand foppen) (Arendonks)
- iemand tegen zènne zjiellé trekken (=iemand omhelzen) (Sint-Niklaas)
- iemes zene kop tëssen twei aure zètte (=iemand met zijn oren trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
- immand op fléssen trékken (=op flessen trekken foppen, bedriegen) (Meers)
- je ku ze deur de pupe van de kaffiekanne trekken (=zeer magere vrouw) (Veurns)
- je ku ze deur e gote trekken (=ze is heel mager) (West-Vlaams)
- je kusze deur de gote trekken / e ruttelt i ze vel (=van iemand die erg mager is) (Iepers)
- je toenge deur je gat trekken (=terugkeren op je woorden) (Iepers)
- karoten trekken (=pijn voorwenden) (Sint-Niklaas)
- karoten trekken (=werk vermijden lanterfanten) (Melseels)
- Kiek is wan bakkes ie trekt (=Een raar gezicht trekken) (Heezers)
- kroenkëlë waaj ën slang (=zich ergens tussen uit proberen te trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
- krouijt: Zij' krouijt trekken (=Zich kunnen behelpen, zijn plan trekken) (Lebbeeks)
- kust mè gat (=loop naar de maan, ietwat lompe formulering om te zeggen dat de andere kan vertrekken, zijn plan kan trekken) (Meers)
- laet de boeren mar dorsen (=gezegd als men zich ergens niets van aan moet trekken) (Huizers)
- liever wènterviet as ijsballe (=je doet er goed aan een wollen onderbroek aan te trekken in de winter) (Munsterbilzen - Minsters)
- lot mich èns laume on z'ne stoemp (=mag ik eens trekken aan je sigaret) (Bilzers)
- mak â ies tegen mene jillée trekken (=iemand willen omhelzen) (Antwerps)
- mannen braul èn kaat da ni trekken (=ik heb daarvoor geen geld genoeg) (Giesbaargs)
- mannen braul kan da nie trekken (=te duur) (Giesbaargs)
- mellek: Ze trekken ele mellek op (=Vrouwen die met opgetrokken schouders lopen (b.v. als het koud is) ) (Lebbeeks)
- mensje maken (=aandacht trekken) (Geluws)
- mijnen bruinen kan da nie trekken (=niet kunnen betalen) (Meers)
- Moele sjnieje. (WT) (=Een raar gezicht trekken) (limburgs)
- ne fotto trekken (=een foto maken) (Wichels)
- ne leileke smoel trekke (=een raar gezicht trekken) (Olens)
- nen aan oap moete geen toten leren trekken (=ge moet een oudere, meer ervaren man geen raad geven) (Sint-Niklaas)
- Nen aun aup moedde gieen toten liéren trèkn (=Een oude aap moet men geen muilen leren trekken) (Lokers)
- nen tout trekke (=een vies gezicht trekken) (winksels)
- nie aoën zën hat loëte koëme (=zich er niets van aan trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
- on de pin zauke (=aan het kortste eind trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
- on ze gerief koeëme (=zijn trekken komen) (Munsterbilzen - Minsters)
- onder ut ghat trekken (=rommel maken) (Hulsters (NL))
- op zéen'n aan trekken (=op zijn vader lijken) (Wichels)
- skeumken trekken (=schuim slurpen) (Ninoofs)
- stroeitsje trek'n (=strootje trekken) (Waregems)
- ten blakke gao (=er op uit trekken) (Heezers)
- tër vër koekkë zieëve bij stoeën (=een beteuterd gezicht trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
- tès ammël mér ne wieët, zaach te boer, en hae bond zëne sjoen mèt në piering (=in het leven moet je je plan leren trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen