Spreekwoorden met `sn`

Zoek


61 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `sn`

  1. niet goed snik zijn (=gek zijn (iemand))
  2. nieuwe messen snijden scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken)
  3. snoeien doet bloeien. (=tijdelijke opofferingen zijn nodig om op de lange termijn te kunnen gedijen en bloeien)
  4. snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  5. twee ruggen uit een varken willen snijden (=uit één ding dubbel het voordeel willen halen)
  6. uit het goede hout gesneden zijn (=van goede afkomst zijn / een goed karakter hebben)
  7. uit iemands aangezicht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
  8. van de ratten besnuffeld/gebeten zijn (=ben je nu helemaal gek!)
  9. visnamig (=daar is het goed vissen, er zit daar veel vis)
  10. ze slaan een snoek (=roeiers die een slag met hun riem missen)
  11. zo snel als het licht (=heel snel)

97 betekenissen bevatten `sn`

  1. een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg (=je kunt beter iets langzaam en goed doen, dan snel en niet goed)
  2. een goed hart is goud waard (=je treft niet snel meer mensen met een goed karakter)
  3. kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
  4. een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
  5. het grootste mirakel duurt maar drie dagen. (=mensen vergeten snel)
  6. een stadspraatje duurt maar drie dagen. (=mensen vergeten snel)
  7. verkeren kunnen (=omstandigheden kunnen snel veranderen)
  8. kop over bol (=ondoordacht snel)
  9. hals over kop (=ondoordacht snel)
  10. hol over bol (=ondoordacht snel)
  11. ervan tussen (=ontsnapt)
  12. van de bedplank zijn (=op de huwelijksnacht verwekt zijn.)
  13. door het oog van de naald kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  14. door de mazen van het net glippen/kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  15. kort en goed valt licht en zoet. (=pak dingen snel op en doe het goed)
  16. instorten als een kaartenhuisje (=plots en snel in elkaar zakken, tenietgedaan worden)
  17. kort dag zijn (=snel (in tijd) naderen)
  18. kortaangebonden zijn (=snel boos zijn)
  19. bij de pinken zijn (=snel dingen begrijpen, Handig en flink zijn, Vroeg opstaan)
  20. gauw op het paard zitten. (=snel driftig worden)
  21. kort en bondig (=snel en duidelijk)
  22. als paddenstoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorschijn komen)
  23. groeien als kool (=snel opgroeien)
  24. rad/rap van tong zijn (=snel praten / welbespraakt zijn)
  25. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  26. korte afrekening maakt lange vriendschap (=snel terugbetalen (teruggeven) voorkomt ruzie)
  27. er een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  28. van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad)
  29. als een pijl uit de boog (zijn) (=snel vertrekken)
  30. een ziekte komt te paard en gaat te voet. (=snel ziek worden, maar langzaam genezen)
  31. traag gereden is vroeg thuis. (=sneller klaar zijn door eerst goed na te denken)
  32. goed bij de tijd zijn (=snugger)
  33. je pijlen verschieten (=te snel handelen)
  34. een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
  35. er zijn tanden inzetten (=vasthoudend zijn, niet snel opgeven)
  36. heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
  37. niet van gisteren zijn (=veel weten, veel begrijpen en snel doorhebben)
  38. het vege lijf redden (=vluchten, er snel vandoor gaan)
  39. het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
  40. weten waar Abraham de mosterd haalt (=weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen)
  41. vlugge eters zijn vlugge werkers. (=wie snel kan eten, kan ook snel werken.)
  42. rap met de tanden, is rap met de handen. (=wie snel kan eten, kan snel werken.)
  43. hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
  44. tijd is geld (=zaken zo snel mogelijk voor elkaar krijgen is het goedkoopste)
  45. als bij toverslag (=zeer snel, plotseling)
  46. als een lopend vuurtje (=zich snel verspreidend (van een bericht of nieuwtje))
  47. als de ragebol rust werkt de spin (=zonder onderhoud raakt `n huis (de omgeving) snel in verval)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen