194 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `oud`
- een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
- een gouden hart hebben (=heel aardig/lief zijn)
- een gouden zadel maakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
- een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
- een hart van goud hebben (=zeer vriendelijk en behulpzaam zijn.)
- een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
- een koude mei een gouden mei. (=koude in mei is goed voor het land)
- een laag profiel houden (=zich niet laten opmerken)
- een nieuwe lap op een oud kleed (=een zinloze toevoeging)
- een oog in het zeil houden (=in de gaten houden)
- een oogje in het zeil houden (=alert zijn)
- een oortje in vieren zouden bijten (=erg gierig zijn)
- een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
- een oud paard van stal halen. (=oude argumenten opnieuw gebruiken)
- een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
- een oud wijf zijn (=zich niet flink gedragen - zeuren)
- een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
- een oude boom moet je niet verpoten. (=ouderen houden niet van veranderingen)
- een oude rat vindt licht een gat. (=ervaren mensen weten vaak een oplossing te vinden)
- een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
- een oude vogel is niet licht te vangen. (=ervaren mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- een oude zwaluw weet haar nest. (=oude mensen hebben veel levenservaring.)
- een slag om de arm houden (=niet direct alles vertellen of voorzichtig zijn om toekomstige problemen voor te zijn)
- een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
- een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
- een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
- eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
- er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
- er heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
- er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
- er is meer dan de molen in het woud omgegaan (=er is iets bijzonders gebeurd)
- er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
- eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
- eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=eten en drinken blijven levensbehoeften.)
- geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
- geen grond houden (=geen steek houden - niet correct zijn)
- geen maat weten te houden (=onbeheerst doorgaan waarmee men begonnen is)
- geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
- goede raad is goud waard (=met goede aanwijzingen kan je heel veel doen)
- gouden appels op zilveren schalen (=iets is erg prachtig/goed/verstandig (verwoord))
- gouden bergen beloven (=heel veel (onmogelijks) beloven)
- gouden handdruk (=grote afscheidspremie)
- het been stijf houden (=niet toegeven)
- het gouden kalf aanbidden (=zeer veel hechten aan rijkdom.)
- het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
- het hoofd koel houden (=kalm blijven, zich niet door de spanning laten meeslepen)
- het houdt geen rooi (=het gaat de perken te buiten)
- het huishouden van Jan Steen (=een slordige boel)
- het huisje bij het schuurtje houden/laten (=geen onnodige uitgaven doen)
- het is lood om oud ijzer (=het komt op hetzelfde neer)
202 betekenissen bevatten `oud`
- een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
- aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
- een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
- op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
- een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
- een mop met een baard (=een oude mop)
- een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
- een vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
- vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
- iets in je vaandel schrijven. (=een principe waar je je per se aan vast wilt houden)
- de vierschaar spannen. (=een rechtzitting houden. (vierschaar = middeleeuws gerechtelijk bestuur))
- een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
- huishouden van Kea (=een rommelig huishouden)
- recht en slecht (=eenvoudig en eerlijk)
- elkaar bij de neus nemen (=elkaar voor de gek houden)
- akte van iets nemen (=er nota van nemen - onthouden)
- voor ogen houden/staan (=er steeds rekening mee blijven houden)
- de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
- al zo oud als de weg naar Kralingen (=erg oud)
- van voor de zondvloed zijn (=erg oud zijn)
- zo oud als de straat. (=erg oud.)
- met Noach in de ark geweest zijn (=erg oud(erwets) en uit de mode zijn)
- liefhebben als de appel van zijn oog (=erg veel van iemand houden)
- iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
- er de brui aan geven (=ergens mee ophouden)
- er de kat insteken (=ermee ophouden)
- aan de latten hangen (=ermee ophouden - bijna bankroet zijn)
- de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
- kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
- geen grond houden (=geen steek houden - niet correct zijn)
- eten uit de korf zonder zorg (=geen zorgen meer hebben over zijn levensonderhoud)
- op de kaart zetten (=gemaakt tot iets waar rekening mee gehouden wordt.)
- een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
- in ere houden (=goed onderhouden, niet laten voorbijgaan)
- in de oren knopen (=goed onthouden)
- zo koud als een kaalgeschoren schaap (=heel erg koud)
- zo oud als de weg naar Rome zijn (=heel erg oud)
- zo oud als de weg naar Kralingen zijn (=heel erg oud)
- het uitzingen (=het einde ervan afwachten, het volhouden)
- verkleumen tot op het bot (=het heel koud krijgen)
- makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
- dat is een eitje (=het is heel eenvoudig)
- niet meer van vandaag (=het is ouderwets of niet meer acceptabel)
- vrij buurmans` kind, dan weet je wat je vindt. (=het is verstandig om vast te houden aan wat bekend en vertrouwd is)
- het eet geen brood (=het kost niets om het te bewaren, behoeft geen onderhoud)
- als de dagen lengen, gaan de nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
- de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
- wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
- de kap aan de haag hangen (=het voor gezien houden)
- het oog van de meester maakt het paard vet (=het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt)
50 dialectgezegden bevatten `oud`
- Dèè ès keploons hinne hiehë (=hij is dood en begraven (het oud kerkhof lag op de kapelanie in Genk)) (Genker)
- dei nait old worr'n wil.mout zuk jonk ophang'n (=Als je niet oud wilt worden, moet je je op jonge leeftijd ophangen) (Gronings)
- dei verjoet nemi (zij is niet meer jarig) (=als een vrouw er heel oud uit ziet) (tervurens)
- Den ou grauf is oek doëd (=Dat is oud nieuws) (Bevers)
- det is ein aoj knal (=dat is een oud huis) (Heitsers)
- det is ein aoj mik zónger sjummel (=dat is een vitaal oud mens) (Heitsers)
- det is zoeë aod wie de waeg nao de pieël (=dat is heel oud) (Heitsers)
- Die ef de gorte gaer (=Die is al oud) (Giethoorns)
- Die ef de gorte wel gaer (=Die is al oud) (Giethoorns)
- Die ef de meeste eerpels wel al op (=Die is al oud) (Giethoorns)
- Die is al een eind oud (=Die is al behoorlijk oud) (Lunters)
- Die is deur 't leven edreugen (=Goed te zien dat hij oud wordt.) (Giethoorns)
- Die is deur 't leven edreugen (=Het is goed te zien dat die oud wordt) (Giethoorns)
- draaj kèr pe daog, daaj twei viërege wos ich al vergaete (=je bent pas oud als spijt de plaatst inneemt van je dromen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Durdoen (=oud en nieuwjaar vieren) (Eersels)
- een hogen top scheren (=oud worden) (West-Vlaams)
- een vette fiegel kreeg ik /een vette Fiegel krijgen/ een vette fiegel kun je krijgen !! N.B. Fiegel is een ander woord voor drol : maw je kunt het op je buik schrijven: een drol = niets. oud Utrechts dat door nazaten van oude wijk c ers nog gebruikt wordt (=ik kreeg helemaal niets / helemaal niks krijgen / je kunt het bekijken; je krijgt niets) (Utrechts)
- elk wil groag old word' n, moar old weez' n gieneen (=iedereen wil graag gezond oud worden) (Westerkwartiers)
- ën vroo teent mich toch zoe aad, ët kos ëm zën ma wol zien (=zijn vrouw lijkt me zo oud als zijn eigen moeder) (Munsterbilzen - Minsters)
- erre keirkgank doen (=moeder die met haar kindje naar de kerk gaat als het een tiental dagen oud is) (Meers)
- ès aat môr noch kloek (=hij is oud maar nog heel gezond) (Sint-Niklaas)
- Es te aod bès doortj 't langer óm oet te röste es óm meug te waere! (=Wanneer je oud bent duurt het langer om uit te rusten dan om moe te worden!) (Kinroois)
- Euren boek is toe (=Ze is te oud om nog kinderen te baren) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Ge zè maans genoeg om dè te doen (=Je bent oud en wijs genoeg om dit te doen) (Kaatsheuvels)
- Gennen alden aap gezichte liere snieje (=Van een oud persoon kan men het karakter moeilijk veranderen) (Venloos)
- Gin één vèrke dè zo oud wordt (=Geen één varken dat zó oud wordt. (als opmerking bij het bereiken van een (hoge) leeftijd) ) (ossies)
- hae begint nao te laote (=Hij begint oud te worden) (Steins)
- hae begint sterk noeë te loeëte (=hij begint oud te worden) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae lèt fël noë (=hij wordt zichtbaar oud) (Munsterbilzen - Minsters)
- Hey, hije r al hear op? (=Hoi meisje, hoe oud ben je?) (Flakkees)
- hij / zij is niet in duh wieg gesmoord (smoren is het oude woord voor verstikken (bijv door een kussen) Vroeger werden door moeders in paniek dat ze weer een kind zouden moeten grootbrengen de baby gesmoord .. soms het ondergeshoven kindje (onder het bed der ouders) Heel triest.. het gebeurde wel (=hij / zij is erg oud geworden) (Utrechts)
- hoe ouwer hoe gekker! (grappig bedoeld, soms cynisch ) (=Je kunt er oud uit zien, maar je nog heel jeugdig voelen en doen. / Hoe ouder, hoe gekker Ook op andere leeftijd is men tot dwaze dingen in staat) (Utrechts)
- ich bèn twei joeër adder as mën taan (=ik lijk alleen maar oud) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich bèn zoe aad as mën haan, mèr get adder as mën taan (=ik ben zo oud als mijn handen, maar wat ouder als mijn tanden) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ich waer neet oud vandaag (=Ik ga vroeg naar bed vandaag) (Steins)
- ie ligt ip Slambrouck's ze lochtink (=Hij ligt op het oud kerkhof in Harelbeke) (Harelbeeks)
- Iederiene zol willn leem um old te wönn, mar völle wördt' r old zonder te leem. (=Iedereen zou willen leven om oud te worden, maar velen worden oud zonder te leven.) (Sallands)
- Iederiene zol willn leevn um oald te wöddn, mar völle wördt d'r oald zonder te leevn. (=Iedereen zal willen leven om oud te worden, maar velen worden oud zonder te leven.) (Sallands)
- Iej könt oe pas joonk veulen a'j oald bint en dan is ' te late (=Je kunt je pas jong voelen als je oud bent en dan is het te laat) (Twents)
- ielëk wilt gieën aat wieëne, mèr niemes wilt aat zin (=er is een verschil tussen oud zijn en zich oud voelen) (Munsterbilzen - Minsters)
- iêlkën aaë waajzë aajl ès auts een aajlskeikë gewès (=je moet ooit jong en dom geweest zijn om oud en slim te kunnen worden) (Munsterbilzen - Minsters)
- ij keu nooit ziuë ajt woorn of dat-ij d'eruit ziet (=hij ziet er oud uit) (Kaprijks)
- ij oud em mee klodden bezig (=Hij is verwikkeld in foute zaken) (Lokers)
- In andermans tied laeve (=zeer oud worden) (Barghs)
- Inge d'r erf aafweijsje (=Iemand ontdoen van aangekoekt, oud vuil) (Mechels (NL))
- j'is zo oukd of de stroate (=hij is zeer oud) (Brugs)
- jeet ol vele wienters meegemakt (=hij is redelijk oud geworden) (Kortemarks)
- jis zoî oed of de straote (=hij is zeer oud) (Kortemarks)
- jis zoî oed of de stroate (=hij is zeer oud) (Lichtervelds)
- jong leerd, old doan (=jong geleerd, oud gedaan) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen