162 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op de`
- hoe later op de avond, hoe schoner volk. (=vriendelijke of juist schertsende verwelkoming van late bezoekers)
- hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
- iemand de pen op de neus zetten (=streng ondervragen of aanpakken)
- iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
- iemand een pen op de neus zetten (=iemand dreigend vermanen)
- iemand een veer op de hoed steken (=iemand vertellen dat die z`n werk goed gedaan heeft)
- iemand het mes op de keel zetten (=iemand onder zware druk zetten)
- iemand iets op de mouw spelden (=iemand iets wijsmaken)
- iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand iets zó onder de aandacht brengen, dat hij het niet langer kan negeren)
- iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uithalen) of spottend over iemand praten)
- iemand op de hielen zitten (=iemand bijna te pakken hebben)
- iemand op de kast jagen (=iemand zijn goede humeur doen verliezen door plagen)
- iemand op de pijnbank leggen (=iemand het moeilijk maken en daarmee dwingen iets te doen)
- iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
- iemand op de vingers kijken (=steeds kijken wat iemand doet, en of die het goed doet)
- iemand op de vingers tikken (=een standje geven, berispen)
- iets of iemand op de korrel nemen (=kritiek op iets of iemand hebben)
- iets op de hals halen (=je met een probleem laten opzadelen)
- iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
- iets op de lange baan schuiven (=iets uitstellen)
- iets op de spits drijven (=iets verergeren of escaleren.)
- je buik op de leest slaan (=te veel eten)
- je kruit op de mussen verschieten (=zijn woorden verspillen)
- je op de lippen bijten (=je inhouden (niet lachen of kwaad worden))
- je op de vlakte houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
- jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
- leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
- liever brood in de zak, dan een pluim op de hoed (=van eer kan men niet leven)
- met beide benen op de grond staan (=een realist zijn)
- met de kous op de kop thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
- met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
- met iets op de proppen komen (=iets vertellen, ermee voor de dag komen)
- niet zuiver op de graat (=niet helemaal eerlijk)
- olie op de golven gieten/gooien (=de gemoederen kalmeren)
- op de achtergrond blijven (=niet in de schijnwerpers willen staan.)
- op de achterste benen/poten staan (=zeer verontwaardigd of boos zijn.)
- op de baan lopen (=tippelen)
- op de been blijven (=blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden)
- op de bon gaan (=bekeurd worden)
- op de bon slingeren (=bekeuren)
- op de bonnefooi/bof (=op goed geluk)
- op de boom verkopen (=boomvruchten verkopen voor ze geplukt zijn)
- op de eerste april zendt men de gekken waar men wil (=op 1 april worden grappen uitgehaald)
- op de fles gaan (=failliet gaan)
- op de galg schijten (=nergens bang voor zijn)
- op de garf/garve bouwen (=land bebouwen met betaling van de pacht met een deel van de oogst)
- op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
- op de hals schuiven (=opzadelen met)
- op de hoogte stellen (=informeren)
- op de hoogte zijn (=het weten)
50 dialectgezegden bevatten `op de`
- Alles noavenant, as boter op de vloajka-nt (=Zeer royaal doen) (Zurriks)
- Als een bok op de haoverkiste (=Ergens gretig op zijn) (Hoogeveens)
- Altied op de tjak wezen (=Vaak bij de weg wezen) (Giethoorns)
- an een toer vedan, ait ver dan (=hij lag vaker naast de brommer dan op de brommer) (Twents)
- Appelweek ofhouw'n (=Iemand op de bek slaan) (Twents)
- as 'n kalf niet zoepen wilt mut ie 'm in luttenbarge op de voetbal doe (=als iemand niet drinken wilt) (Sallands)
- As d'r nen Mona Lisa op de baank (e) zit kriegie nen kearl 't hoes nich oet.* (=Als er een Mona Lisa op de bank zit krijg je de man de deur niet uit) (Twents)
- as de wichter groeët zeen, doon ze de aojers nao béd (=als ouders geen vat meer op de kinderen hebben) (Weerts)
- As je réjkene moet je weer réjkene (=Let op de addertjes onder het gras) (Volendams)
- As lig achter Bure en as Bure afbraan ist allemoal as (=Een reactie op de opmerking als ik dat had geweten dan had ik.....) (betuws)
- as nun bok op de haoverkeest (=gretig / alert) (Heezers)
- Aske da geluuft en a bedde afstojd, dein slopt op de planchei (=ik geloof het niet) (Hals)
- Astekootsjes. "Wat zijn astekootsjes?" antwoord "Kluuëten van mastekootsjes" En daarmee was de vraag "Wat eten we" onbeantwoord (=op de vraag :"Wat eten we") (Lokers)
- babbële waaj ë mertwijf (=het hart op de tong hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
- baeter ein aod paerd kepot as ein jónk bedorve (=je moet zuinig zijn op de (onbedorven) jeugd) (Heitsers)
- bè iemes op de vloai goan (=bij iemand op de koffie gaan) (Luyksgestels)
- Beddeproot euro niet op de straote (=Gezinsperikelen en seksleven verlangen geen openbaarheid) (Giethoorns)
- beder stuut ien de puut dan een pluum op de hoed (=beter het geld uitgeven aan eten dan aan mooie kleding) (Westerkwartiers)
- Beej die luij zit eine bove op de veersj (=Een hoge hypotheek hebben) (Amies)
- Ben je op de brommert gekomen? (=persoon met een hele dikke buik) (Rotterdams)
- beschieët weedn van ... (=op de hoogte zijn van ...) (Kaprijks)
- Bicht, zee Pieëre van Damme en (h) ij smeet zijn vrau op de vuilkarre (=Bij het kaartspel wanneer men onbelangrijke kaarten weggeeft) (Lokers)
- bie nacht en ontied (=op de onmogelijkste tijdstippen) (Westerkwartiers)
- Bij`j ok bange veur vlijen (melkvellen.) (=Bezwaar tegen een vel op de melk) (Hoogeveens)
- blieëskës wijsmaoke (=iets op de mauw spelden) (Munsterbilzen - Minsters)
- bloem'n op zèn bieënen èmmen (=bloemen op de benen hebben - de benen zijn rood geblakerd van bij de stoof te zitten of rood van de kou) (Meers)
- bloskes: Ze mokt a bloskes wouijs (=Ze speldt je iets op de mouw) (Lebbeeks)
- boef: op de willen boef (=Willekeurig, onvoorbereid) (Lebbeeks)
- d' Endeklokke luit (=Er is iemand gstorven (te horen aan de klok op de kerk) ) (Avelgems)
- d'arlosje op 't schaa (=staanklok op de schoorsteen) (Dilbeeks)
- d'n duûvel schitj altieëd op de groeëtste houp (=iemand die het al goed gaat, wordt er meestal nog beter van) (Weerts)
- d'n duvel sjiet altied op de grótsten haop (=rijkdom groeit in de regel sneller bij rijken dan bij armen) (Tegels)
- d'n duvel sjit altied op de groetste haop (=het komt terecht, waar al overvloed is) (Mestreechs)
- d'r benn'n koapers op de kust (=er zijn er meer die dat willen hebben) (Westerkwartiers)
- D'r es een takkeltie dood gereje op de Reewag (=Er is een teckeltje doodgereden op de Reeweg (voorbeeldzin vol woorden die zich er goed toe lenen het Dordts accent te demonstreren)) (Dordts)
- d' Endeklokke luit (=Er is iemand gestorven (te horen aan de klok op de kerk) ) (Avelgems)
- d' r kwam ' n kink ien ' e koabel (=er was tegenslag op de planning) (Westerkwartiers)
- d' r waar' n veul mens' n bij ' t pad (=er was veel publiek op de been) (Westerkwartiers)
- Da gebeurt nie, al goade op de kop staon (=versterkte afwijzing) (Genneps)
- Da is zeik op de riek (=Dat is nonsens) (Siebengewalds)
- da seg mij niets (=ik ben niet op de hoogte) (Waregems)
- da's één met hoar op de kuuz'n (=dat is een haai-baai) (Westerkwartiers)
- daaj er maul stink van de lieëges (=zij die hun hart op de tong dragen, moeten toch een vieze smaak hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
- daddes nen vuiln pot eedne (=een louche zaak / niet zuiver op de graat) (Waarschoots)
- dae bleusj 't vét vanne sop aaf (=Hij zit op de centen, is dus erg gierig) (Weerts)
- Dae haet nieks op de röbbe (=Hij is arm) (Roermonds)
- Dae haet te lang op de ledder gelaege (=Hij is heel erg dun) (Venloos)
- dae hoektj zich (=hij gaat op de hurken zitten; hij zoekt dekking) (Heitsers)
- Dae wèt van gein oer of tied. (=Hij let nooit op de tijd.) (Roermonds)
- dag op dag (=op de dag af) (Meers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen