79 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ong`
- in het ongelijk stellen (=ongelijk geven)
- in het ongewisse (=in onzekerheid)
- je een ongeluk lachen (=hetzelfde als `In een deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)
- je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
- jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
- jong en oud, op het eind wordt alles koud. (=uiteindelijk gaat iedereen dood.)
- jong geleerd is oud gedaan (=hoe eerder men iets leert, des te langer de vaardigheid zal blijven)
- jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
- jongens van Jan de Witt (=dappere jongens zijn)
- kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
- long en lever verteren (=alles opmaken)
- met het ongewapend oog (=met het blote oog (zonder hulpmiddelen))
- met ongebroken lading wegzeilen (=zich zonder gezichtsverlies uit de situatie redden)
- ongegund brood wordt veel gegeten. (=vaak kan men het niet verdragen dat het een ander beter gaat.)
- ongelijke paarden trekken kwalijk. (=mensen die teveel verschillen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
- ongeluk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
- ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
- ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
- ongesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
- ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
- op de tong liggen (=zeggensklaar zijn)
- op stel en sprong (=direct en zonder uitstel.)
- over de tong gaan (=het onderwerp van gesprek zijn)
- rad/rap van tong zijn (=snel praten / welbespraakt zijn)
- twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
- van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
- zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)
- zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)
- zwart van de honger (=uiterst hongerig)
109 betekenissen bevatten `ong`
- een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
- een hennentaster (=iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren)
- iemand met een zwarte kool tekenen (=iemand erg ongunstig voorstellen)
- iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
- nog niet jarig zijn (=iets ongunstigs te verwachten hebben)
- mijn maag jeukt (=ik heb honger)
- nood zoekt list. (=in benarde situaties worden ongebruikelijke oplossingen gevonden)
- tussen de wal en het schip geraken (=in de knel komen, iets raakt per ongeluk verloren of zoek)
- aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
- in partibus infidelium (=in het land der ongelovigen)
- van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
- snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
- kattenkwaad uithalen (=kwajongensstreken)
- vi coactus (=met geweld afgedwongen)
- aan de balk schrijven (=nota nemen van iets ongewoons)
- barbertje moet hangen (=ongeacht of iemand schuldig is moet die gestraft worden)
- op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
- een mier in de broek hebben (=ongeduldig zijn)
- op hete kolen zitten (=ongeduldig zijn)
- geen zitvlees hebben (=ongedurig zijn - steeds weer opstaan en rondlopen)
- je weerga niet hebben (=ongeëvenaard zijn)
- in het ongelijk stellen (=ongelijk geven)
- het ene ongeluk kan niet op het andere wachten. (=ongeluk komt zelden alleen)
- het ene ongeluk roept het ander. (=ongeluk komt zelden alleen)
- eten als een varken. (=ongemanierd eten.)
- schots en scheef (=ongeordend door elkaar heen)
- in het wild lopen (=ongeregeld verlopen)
- een gat in de lucht springen (=ongeremd enthousiast zijn)
- geen spek voor de bek (=ongeschikt - iets wat men niet aankan)
- onder de bezem getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
- de mijn is verkeerd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
- in een slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwachtend)
- in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
- met een zwarte kool aangetekend staan (=ongunstig bekend staan)
- hij geeft niet om wiens huis in brand staat, als hij zich maar aan de gloed kan warmen (=overal voordeel uit halen, ongeacht gevolgen voor anderen)
- wie niet omziet is haast teniet (=overhaastig werken leidt tot ongelukken)
- pappen en nathouden (=situatie min of meer ongewijzigd te laten zonder een beslissing te nemen of daadwerkelijk een probleem op te lossen)
- op kousenvoeten (=stilletjes, ongemerkt)
- bakzeil halen (=toegeven dat je ongelijk hebt / aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed)
- een lange neus maken (=tong uitsteken, iemand iets inpeperen (Jaloers maken))
- het vijfde rad/wiel aan de wagen (=totaal overbodig, ongewenst)
- paard in de wieg, kind in de wei (=uitdrukking van ongeloof gebruikt als iemand erg overdrijft. )
- zwart van de honger (=uiterst hongerig)
- bokkensprongen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken)
- met de moedermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
- van kindsbeen af (=van jongsaf aan)
- naar de kelder gaan (=verongelukken (en met een schip: zinken))
- honger is de beste kok/saus (=wanneer men honger heeft, smaakt alles goed)
- een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
- wie niet horen wil, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen