82 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ogen`
- je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
- je ogen in je zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
- je ogen niet geloven (=niet geloven wat men ziet)
- je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
- je ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
- je ogen voor iets sluiten (=doen alsof iets er niet is)
- met de moedermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
- met de ogen meten (=schatten)
- met de ogen verslinden (=heel erg graag zien)
- mogen lijden (=er wel tegen kunnen - iemand wel kunnen verdragen)
- naar iets mogen kijken (=van iets moeten afblijven)
- ogen in je achterhoofd hebben (=zeer alert en waakzaam zijn.)
- ogen op steeltjes hebben (=erg verbaasd zijn)
- ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
- onder ogen brengen (=onder de aandacht brengen)
- onder ogen komen (=zich laten zien)
- onder ogen zien (=inzien, aanvaarden)
- onder vier ogen (=waarbij slechts twee personen aanwezig zijn)
- te lui om uit zijn ogen te zien (=erg lui)
- tegen elf ogen dobbelen (=weinig kans hebben)
- uitdrogen als een Harderwijker (=alsmaar vervelender worden)
- veel haken en ogen (=veel problemen)
- veel wit in de ogen hebben (=een slechte aard hebben)
- voor ogen (=er steeds weer aan denken)
- voor ogen houden/staan (=er steeds rekening mee blijven houden)
- voorbij de schout zijn deur mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
- vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
- vuur in de ogen hebben (=gemotiveerd en passioneel zijn)
- wel een kwastje mogen hebben (=wel eens geverfd mogen worden)
- wie `s nachts gaat vissen moet overdag zijn netten drogen (=wie te veel heeft gedronken is de volgende dag niets waard)
- wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)
- zijn ogen zijn groter dan zijn maag (=hij neemt meer op zijn bord dan hij kan eten)
50 dialectgezegden bevatten `ogen`
- Iemaand zijn blaffeturen dichtslougen (=Iemand een koppel blauwe ogen slaan) (Bevers)
- iemand 'd ogen uitsteken (=iemand jaloers maken) (Sint-Niklaas)
- ij is aan't baliuën (bal-ogen) (=hij trekt verwonderde ogen) (Kaprijks)
- ik goa eev'm een tukje doen (=ik ga even de ogen toeknijpen) (Westerkwartiers)
- iuën boaën (=ogen spoelen) (Kaprijks)
- j'eet ogen up zin gat (=hij merkt alles op) (Brugs)
- kekt 'wok oew ogen uit! (=kijk uw ogen uit!) (Huijbergs)
- Kiek èns get baeter oet dien pupsje (=Kijk eens wat beter uit je ogen) (Gelaens (Geleens))
- Kièk oèt dien döp (=Kijk uit je ogen) (Venloos)
- mè geen ogen te zien (=nergens te zien zijn) (Sint-Niklaas)
- mee a iuën droiën (=met je ogen rollen (irritatie)) (Kaprijks)
- mee uëgen gellek bollantèerns (=met grote ogen) (Wichels)
- Meinse dat ich de ouge in de tesj höb (=Denk je dat ik de ogen in mijn zak heb) (Gelaens (Geleens))
- mèt twie dobbelstein dertien oage goeje (=met twee dobbelstenen dertien ogen gooien) (Mestreechs)
- mèt zën ooge plimpëre (=met zijn ogen knipperen, verleidelijk kijken) (Munsterbilzen - Minsters)
- mi auken en uëgen oniën angen (=met haken en ogen aaneen hangen) (Meers)
- nieverans zoewe goe,....as thoawas mee aa oewege toe (=oost west thuis best / Nergens zo goed als thuis met je ogen dicht.) (Geels)
- niks, is good inne ouge (=niks, is alleen maar goed als je niks aan je ogen hebt (vaak gezegd als iemand niks aan het doen is)) (Heitsers)
- nor iet spieren, nor iet lonken (=naar iets kijken met half dichtgeknepen ogen) (Sint-Niklaas)
- nor iets spieren (=met half gesloten ogen naar iets kijken) (Sint-Niklaas)
- Oagen als theeschuttels (=Grote ogen opzetten) (Flakkees)
- oew ôogen öt oewe kòp kèèke (=de ogen uit je hoofd kijken) (Tilburgs)
- ooge spraeke iëveral dezelfde taol (=ogen zijn de afstraling van de ziel) (Bilzers)
- ooge spraeke iëveral dezelfste taol (=in de ogen zie je de ziel van de mensen) (Munsterbilzen - Minsters)
- op het janken aof (=met de tranen in de ogen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ouge spraeken euveral dezelfdje taal! (=ogen spreken overal dezelfde taal!) (Kinroois)
- sjaelën appëteikkër ! (=kijk uit je ogen !) (Munsterbilzen - Minsters)
- spieren (=met half toegeknepen ogen naar iets kijken) (Sint-Niklaas)
- struusvogelpoletiek hanteer'n (=het gevaar niet onder ogen willen zien) (Westerkwartiers)
- t’Stof uut de ogen blaozen . (=Iemand de waarheid zeggen) (Achterhoeks)
- tjusn vier juën (=onder vier ogen) (Kaprijks)
- tope angen me aken en ogen (=los zitten) (Veurns)
- trekt oa blaffeture ope (=doe u ogen open) (Waarschoots)
- Trietoog! (=Je hebt wazige ogen) (Utrechts)
- uit zijn ogen nie zien van de voak (=geweldige vaak hebben) (Sint-Niklaas)
- waste snaachs vénds, bringste smörges al trég (=hou je ogen goed open als het om vrouwen gaat) (Munsterbilzen - Minsters)
- Wat ha der gèèn Niks. Niks, da's goed èn d' oge! (=Wat heeft u graag Niks. Niks, dat is goed in de ogen) (Genker)
- Wee ziene oogn nich lös döt, möt vaak de knip lös doon (=Wie z'n ogen niet openhoudt, moet vaak de portemonnee trekken) (Twents)
- wo kleen eegskës hubs tich toch mér (=wat heb je uitgespookt dat je ogen half dicht zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
- z ei oohen as kerboenkels (=felle ogen) (Zeeuws)
- z n oge verschoote (=hij kon zijn ogen niet geloven) (Oudenbosch)
- z'n oogn zein olles (=zijn ogen spraken boekdelen) (Veurns)
- zain plaffeteure valle toë (=zijn ogen vallen dicht) (Leefdaals)
- ze kan ze mit d' ogen wel sturen (=de kinderen luisteren goed naar moeder) (Giethoorns)
- Ze zijn met de ogen te sturen (=De kinderen luisteren goed) (Giethoorns)
- zèn ogen zè groter as zènnen buik (=hij eet weer teveel) (Sint-Niklaas)
- zén uëgen boeën mé kamillewoeëter (=zijn ogen betten met kamillebloemthee) (Meers)
- zijn ogen goed de kost geven (=zich goed bestoje) (Munsterbilzen - Minsters)
- zijn uugn puilden uit (=hij zette grote ogen op) (Brakels)
- zun ogen branden in ze kop of 'en et d'helle bedrogen' (=stouterik) (Veurns)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen