Spreekwoorden met `chten`

Zoek


52 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `chten`

  1. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  2. wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)

104 betekenissen bevatten `chten`

  1. de boot afhouden (=niet meedoen - afwachten)
  2. vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)
  3. nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn)
  4. de zaak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
  5. voor de boeg hebben (=nog voor zich hebben, te wachten staan)
  6. kaf dorsen (=nutteloos werk verrichten)
  7. kolen naar Newcastle dragen (=nutteloos werk verrichten)
  8. uilen naar Athene dragen (=nutteloos werk verrichten)
  9. op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
  10. in een slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwachtend)
  11. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
  12. wachten tot je een ons weegt (=onmogelijk lang wachten)
  13. geen zo kleine sant of hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere machten moet men gunstig stemmen)
  14. iemand naar de keel vliegen (=op iemand erg kwaad worden, aanvallen, ermee vechten)
  15. appelen/knollen voor citroenen verkopen (=oplichten, bedriegen)
  16. je sporen verdienen (=respect krijgen door goed werk te verrichten)
  17. de bui afwachten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
  18. uit vuile lepels eten (=staat U te wachten als het slecht afloopt)
  19. boven het hoofd hangen (=te wachten staan)
  20. tegen windmolens vechten (=tegen irreëele gevaren/zaken vechten)
  21. piae memoriae (=ter zalige nagedachtenis)
  22. daar staan klompen (=tevergeefs wachten)
  23. op een klein pitje zetten (=tijdelijk laten wachten, slechts langzaam laten verdergaan)
  24. doe wel en zie niet om. (=toon vriendelijkheid of behulpzaamheid zonder iets in ruil te verwachten)
  25. het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  26. koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
  27. je voelhorens uitsteken (=trachten te achterhalen)
  28. op verhaal komen (=uitrusten en op krachten komen)
  29. in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  30. in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  31. met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
  32. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
  33. een bocht nemen (=van gedachten veranderen)
  34. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
  35. op je strepen staan (=vasthouden aan je principes en rechten.)
  36. vechten om `s keizers baard (=vechten om niets)
  37. bergen kunnen verzetten (=veel taken kunnen verrichten; heel veel werk aankunnen)
  38. het vege lijf redden (=vluchten, er snel vandoor gaan)
  39. een rollende steen vergaart geen mos. (=voortdurende verandering werpen vaak geen vruchten af)
  40. kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen)
  41. aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
  42. waar rook is is vuur (=waar geruchten over wangedrag zijn, zal er ook wel iets mis zijn)
  43. weten waar men aan toe is (=weten wat men te verwachten heeft)
  44. die wel doet, wel ontmoet. (=wie anderen goed behandelt, kan zelf goede behandeling verwachten.)
  45. wie goed doet, goed ontmoet (=wie goede dingen doet voor andere mensen kan soms ook goede dingen terug verwachten)
  46. ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
  47. wie een varken is moet in het schot (=wie voor het ongeluk geboren is, hoeft geen geluk te verwachten)
  48. de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
  49. het gouden kalf aanbidden (=zeer veel hechten aan rijkdom.)
  50. iemand de nek toekeren (=zich minachtend van iemand afwenden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen