153 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `KI`
- ergens KInd aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
- geef het veulen geen haver en het KInd geen brandewijn. (=behandel kinderen niet als grote mensen)
- geen KIp meer kunnen zeggen (=zoveel hebben gegeten dat je niets meer kan eten. Volkomen verzadigd)
- gekke HenKIe (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
- geld maakt niet gelukKIg (=er is meer in het leven dan rijkdom)
- geliefdes KIjven doet liefde bedrijven. (=na een ruzie tussen geliefden volgt liefde)
- het ei met de KIp krijgen (=een vrouw getrouwd met een kind trouwen)
- het ei wil wijzer zijn dan de KIp (=kinderen willen wijzer zijn dan de ouders)
- het hazenpad (ver)KIezen (=er vandoor gaan of vluchten)
- het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de banKIer (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
- het KInd bij de naam noemen (=eerlijk voor de mening uitkomen)
- het KInd met het badwater weggooien (=samen met het slechte ook het goede wegdoen)
- het KInd moet (toch) een naam hebben (=passend of niet, je moet het kunnen noemen)
- het KInd van de rekening (=degene die schade lijdt, terwijl anderen niets hebben)
- het KIppenei grijpen en het ganzenei laten lopen (=een verkeerde keuze maken)
- het naKIjken hebben (=te laat in actie zijn gekomen, een ander was je voor)
- het ruime sop KIezen (=de haven uitvaren)
- het zal je KInd maar wezen (=je zal er maar voor op moeten draaien)
- iemand een bokKIng geven (=iemand een standje geven)
- iemand een KIes trekken (=iemand veel geld afnemen)
- iemand het naKIjken geven (=iemand verslaan of achterlaten.)
- iemand in zijn KIelwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
- iemand met de nek aanKIjken (=iemand minachten of negeren.)
- iemand met schele/scheve ogen aanKIjken (=iemand afgunstig bekijken)
- iemand onder de KIn strijken (=vriendelijke of vleiende dingen tegen iemand zeggen)
- iemand op de vingers KIjken (=steeds kijken wat iemand doet, en of die het goed doet)
- iemand op iets aanKIjken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn)
- iets achter de KIezen steken (=iets eten)
- iets in zijn holle KIes kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te weinig)
- iets met argusogen beKIjken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
- ik KIjk wel uit (=dat doe ik niet, daar ben ik te voorzichtig voor)
- in de KIem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
- in de KIjker lopen (=opvallen)
- in het veen KIjkt/ziet men niet op een turfje (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)
- in iemands KIelzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
- je in de kaart laten KIjken (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen)
- je KInderen in het wild laten opgroeien (=zijn kinderen geen (of een slechte) opvoeding geven)
- je kunt van een kale KIkker geen veren plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
- je laten KIsten (=het (al te vroeg) opgeven)
- je moet een gegeven paard niet in de mond KIjken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
- je ogen uitKIjken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
- KIes het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
- KIezen of delen/kavelen (=maak uw keuze!)
- KIjk een gegeven paard niet in de bek (=je mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt)
- KIjken als een hard geschilde aardappel (=bleek zien)
- KIjken als een schelvis (=lodderig, dom of onbetrouwbaar kijken)
- KIjken als een snoek op zolder (=zeer verbaasd zijn)
- KIjken als Jonas in de walvis (=benauwd kijken)
- KIjken alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=heel ongelukkig kijken)
- KIjken alsof je een geest ziet (=verbaasd of geschrokken kijken.)
125 betekenissen bevatten `KI`
- een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeluk, de mislukKIng of de handicap van tegenstrevers.)
- kijken of men het in Keulen hoort donderen (=heel erg verbaasd KIjken)
- kijken of men water ziet branden (=heel erg verbaasd KIjken)
- kijken alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=heel ongelukKIg KIjken)
- het is zo lang als het breed is (=het blijft hetzelfde, hoe je het ook beKIjkt)
- het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten beKIjken (BE).)
- zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen KInderen)
- ieder trekt aan zijn streng (=ieder KIest voor zichzelf)
- het dunkt elke uil dat zijn jong een valke is. (=iedereen is trots op zijn KInderen)
- ieder is zichzelf het naast (=iedereen KIest in het slechtste geval voor zichzelf)
- geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam KIjken)
- iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukKIng)
- iemand met schele/scheve ogen aankijken (=iemand afgunstig beKIjken)
- gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke HenKIe ben ?`))
- iemands oogappel/ooilam zijn (=iemands lieveling zijn (vaak KInd))
- goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werKIng, reparaties of onderhoud)
- er de boot mee ingaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukKIng heeft geleid)
- iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig beKIjken)
- iets achter de hand hebben (=iets ter beschikKIng hebben voor wanneer het nodig mocht zijn (bv nood))
- iets met de paplepel ingegoten krijgen (=iets van KInds af aan leren.)
- elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten beKIjken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
- iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend beKIjken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
- een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: De beste beloning voor een 19e eeuws schoolKInd)
- vuil water blust ook vuur. (=in moeilijke situaties moet je creatief en niet te KIeskeurig zijn)
- in het niet zinken (=in vergelijKIng met iets anders nog weinig waarde hebben)
- men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je KInderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
- kleine potjes hebben grote oren (=je moet uitKIjken met wat je zegt als er KInderen bij zijn)
- beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=KIezen voor zekerheid.)
- strelende katjes halen het vlees uit de pot. (=KIjk uit voor overdreven vleierij)
- tel uit je winst (=KIjken en doen waar je het meeste voordeel bij hebt, `zie je wel!`)
- de balans opmaken (=KIjken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)
- achter de schermen kijken (=KIjken waar men normaal niet kan of mag KIjken)
- Jantje lacht en Jantje huilt (=KInd dat vaak huilt maar direct ook weer lacht)
- een speld heeft ook een kop. (=KInderen doen het liefst wat ze zelf willen)
- zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=KInderen erven de eigenschappen van hun ouders)
- jong bier moet gisten (=KInderen hebben recht op plezier)
- de appel smaakt bomig. (=KInderen lijken op hun ouders.)
- de appel valt niet ver van de stam/boom (=KInderen lijken vaak op de ouders)
- aan een klein vogeltje past geen grote bek. (=KInderen moeten gehoorzamen)
- het ei wil wijzer zijn dan de kip (=KInderen willen wijzer zijn dan de ouders)
- met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdeKIes` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. UitdrukKIng uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
- met horten en stoten (=langzaamaan, met veel onderbreKIngen)
- kijken als een schelvis (=lodderig, dom of onbetrouwbaar KIjken)
- ieder meent dat zijn eigen pak het zwaarst is. (=mensen overdrijven hun eigen moeilijkheden in vergelijKIng met die van anderen)
- met iemand in zee gaan (=met iemand een samenwerKIng beginnen)
- onder de loupe nemen (=nader beKIjken, aandachtig bestuderen)
- iets door een gekleurde bril zien (=op een bevooroordeelde manier naar de zaak KIjken)
- door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier beKIjken)
- de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerKIng van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerKIng te maken over de ander)
- lekker is maar één vinger lang (=oppervlakKIge genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen