191 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Gaa`
- de siGaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
- de tijd Gaat snel, gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken)
- de vijl erover laten Gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
- de visjes Gaan voeren (=zeeziek zijn en overgeven)
- de vogel over het touw laten Gaan. (=een kans niet benutten)
- de weg van alle vlees Gaan (=sterven)
- de wijde wereld inGaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
- die vlieger Gaat niet op (=die gedachte gaat niet lukken)
- dood Gaan we allemaal. (=gezegd als je iets ongezonds doet)
- door de bocht Gaan (=toegeven)
- door de knieën Gaan (=ergens met tegenzin mee akkoord gaan)
- door de ziel Gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
- door het behang Gaan (=voor schut gezet worden)
- door het lint Gaan (=door woede je emoties niet (meer) onder controle kunnen houden)
- door merg en been Gaan (=hartverscheurend zijn)
- door merg en been Gaan/dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
- doorGaan tot het Gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt)
- een lichtje opGaan bij iemand (=iets wordt duidelijk en helder)
- een ongeluk beGaan (=zodanig kwaad zijn dat er `n ongeluk van komt)
- een ongeluk komt te paard en Gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
- een rollende steen verGaart geen mos. (=voortdurende verandering werpen vaak geen vruchten af)
- een siGaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald)
- een ziekte komt te paard en Gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
- een ziekte komt te paard en Gaat te voet. (=snel ziek worden, maar langzaam genezen)
- er de boot mee inGaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid)
- er Gaan veel makke schapen in een hok (=met inschikkelijke mensen is meer mogelijk)
- er Gaat een belletje rinkelen (=ik begin het te begrijpen)
- er is een tijd van komen en er is een tijd van Gaan (=aan alles komt een einde)
- er is meer dan de molen in het woud omgeGaan (=er is iets bijzonders gebeurd)
- er onderdoor Gaan (=ziek worden, bankroet gaan, oververmoeid raken)
- er prat op Gaan (=erg trots over iets zijn en er over opscheppen)
- er Spaans aan toe Gaan (=erg wild en rumoerig aan toe gaan)
- er voor Gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
- ergens met lood in de schoenen naar toe Gaan (=er verschrikkelijk tegen opzien)
- Gaan doet komen (=als je ergens moeite voor doet komen dingen ook jouw kant op)
- Gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)
- gepaard Gaan met (=samengaan met)
- goed voorGaan doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
- gras Gaat niet harder groeien als je eraan trekt (=sommige dingen hebben tijd nodig)
- hard tegen hard Gaan (=niemand die wil toevoegen en er beide voor gaan om te winnen)
- het bloed kruipt waar het niet Gaan kan (=de aard verloochent zich nooit)
- het Gaat aan zijn neus voorbij (=hij loopt iets mis)
- het Gaat hem/haar voor de wind (=hij/zij heeft geluk)
- het Gaat van sassenbloed (=het gaat met grote opofferingen gepaard)
- het Gaat zo zijn gangetje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
- het hoekje om Gaan (=dood gaan)
- het komt te paard en het Gaat te voet. (=ziekte en ongeluk komen vaak heel plotseling, maar het duurt lang voordat men weer hersteld is)
- het leven Gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
- het lieve leventje Gaande (=de ruzie begonnen - de poppen aan het dansen)
- het schip inGaan (=groot risico nemen, leidend tot verlies)
292 betekenissen bevatten `Gaa`
- de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijGaan)
- de beste paarden staan op stal. (=de leukste meisjes Gaan niet uit)
- over de rooie gaan (=de perken te buiten Gaan)
- de degens kruisen (=de strijd aanGaan)
- het krijt ruimen (=de strijd opgeven, wegGaan)
- eb en vloed wachten op niemand (=de tijd Gaat gewoon door)
- tijd heeft vleugels en geen teugels. (=de tijd Gaat snel en is niet te beïnvloeden)
- de tijd kent geen genade (=de tijd Gaat sneller voorbij dan je denkt)
- dat is de hamvraag (=de vraag waar het om Gaat)
- de grote kaars gaat uit (=de zon Gaat onder)
- die vlieger gaat niet op (=die gedachte Gaat niet lukken)
- op til zijn (=dingen zijn op dit moment Gaande (met name veranderingen))
- het hoekje om gaan (=dood Gaan)
- om een luchtje gaan (=dood Gaan)
- de kraaienmars blazen (=dood Gaan)
- de tol aan de natuur betalen (=dood Gaan)
- tegen de dood is geen kruid gewassen. (=doodGaan is onvermijdelijk)
- Pietje de dood maait altijd. (=doodGaan is onvermijdelijk)
- reageren met de voeten (=door ergens weg te Gaan, weg te blijven of niet meer terug te keren, aangeven dat men niet tevreden is)
- een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen Gaat een plan van de ander niet door)
- voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, Gaan tere zaken langer mee)
- de draad oppakken (=doorGaan van de plaats waar je was gestopt)
- in het zakje blazen (=een ademtest onderGaan)
- voor paal/schut staan (=een blunder beGaan voor de ogen van anderen (en schamen))
- een slaapmutsje nemen (=een borreltje nemen voor het slapen Gaan)
- in de pen klimmen (=een brief Gaan schrijven)
- uit de heup schieten (=een discussie inGaan met een ongenuanceerde argumentatie)
- een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, beGaat men makkelijk weer)
- uit de boot vallen (=een eigen gang Gaan)
- vechten tegen de bierkaai (=een gevecht aanGaan dat al bij voorbaat verloren is)
- het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om Gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
- een koopman een loopman. (=een goede verkoper Gaat bij zijn klanten langs)
- je in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade Gaan)
- een bok schieten (=een grote fout beGaan of zich lelijk vergissen)
- op je bek gaan (=een grote fout maken; afGaan)
- eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijGaan.)
- het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste Gaan van het spirituele)
- een scheve schaats rijden (=een misstap beGaan. Een morele regel overtreden)
- in de fout gaan (=een onaanvaardbaar of strafbaar feit beGaan)
- aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed Gaat)
- een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog Gaan komen)
- een morse muur is snel afgebroken (=een slechte zaak Gaat niet lang mee)
- de stoute schoenen aantrekken. (=een uitdaging aanGaan)
- teken aan de wand (=een waarschuwing dat er iets Gaat gebeuren)
- door de molen halen (=een zeer uitgebreide procedure doen onderGaan)
- het hemd is nader dan de rok (=eigen familie Gaat voor)
- iets na aan het hart hebben liggen (=er erg mee beGaan zijn)
- met de nachtschuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor Gaan)
- er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er Gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
- er werk van maken (=er mee aan de gang Gaan)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen