890 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op`
- á propos! (=voor ik het vergeet)
- aan de leiband lopen (=erg volgzaam zijn)
- aan de lopende band (=aan één stuk door; steeds maar weer)
- aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
- aan elkaar knopen (=gegevens samenvoegen)
- aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
- acht slaan op iets (=ergens goed op letten)
- achter de knopen hebben (=opgegeten hebben)
- afwijzend beschikken op (=het verzoek weigeren)
- Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
- alle gekheid op een stokje (=maar nu liever ernstig)
- alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
- alle registers opentrekken (=z`n uiterste best doen)
- alle vloed heeft zijn weerloop. (=soms zit het mee en soms zit het tegen)
- alles op alles zetten (=zich tot het uiterste inspannen om iets te bereiken)
- alles op één kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken)
- alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
- alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
- als de kalveren op het ijs dansen (=nooit)
- als de kan vol is, loopt zij over. (=als je te veel drinkt komt het er weer uit)
- als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
- als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
- als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
- als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
- als een kip zonder kop (=zonder beraad, onbesuisd)
- als een lopend vuurtje (=zich snel verspreidend (van een bericht of nieuwtje))
- als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
- als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
- als een snoek op zolder (=totaal uit zijn element)
- als een tang op een varken passen/sluiten (=niet bij elkaar passen)
- als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een besproken onderwerp te maken)
- als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
- als een vlag op een modderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie)
- als het geld op is, is het kopen gedaan (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk)
- als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
- als het tij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
- als Ieren en Britten op één land (=twee aartsvijanden in één ruimte)
- als klap op de vuurpijl (=een verrassing)
- als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
- als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- anderhalve man en een paardenkop (=weinig aanwezigen)
- apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
- appelen/knollen voor citroenen verkopen (=oplichten, bedriegen)
- appels voor citroenen verkopen (=iemand oplichten.)
- armoe op de stal is armoe overal (=met te weinig dieren in de stal kun je geen geld verdienen)
- beer op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)
- beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=kiezen voor zekerheid.)
- beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
- beurs op de knip / Hand op de knip (=geen geld (meer) uitgeven)
812 betekenissen bevatten `op`
- de vaan van de opstand planten (=`n opstand verwekken)
- de wijde wereld ingaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
- op de vingers kijken (=(op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
- fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
- kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
- iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
- je ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
- als de ganzen (=achter elkaar op een rijtje)
- de zweep erop leggen (=afdrijven, opjagen)
- in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
- de toets kunnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
- het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
- `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
- je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
- de bramzeilen bijzetten (=alles op alles zetten)
- eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
- long en lever verteren (=alles opmaken)
- alles door het halsgat jagen (=alles opmaken aan eten en drinken)
- alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
- het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
- liggende maan, staande matrozen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
- vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
- na gedane arbeid is het goed rusten (=als een klus geklaard is kan men er tevreden op terug kijken)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
- komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
- er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
- als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
- buiten zijn rekening gaan. (=als het anders loopt dan verwacht)
- als puntje bij paaltje komt (=als het erop aankomt)
- bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
- mei koel en wak, veel koren in de zak. (=als het in mei nat en koud is wordt de opbrengst hoog)
- als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
- dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
- als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter zake doende opmerking)
- een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
- gaan doet komen (=als je ergens moeite voor doet komen dingen ook jouw kant op)
- opgestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
- van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt)
- hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
- wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden)
- gereed geld dingt scherp. (=als je meteen betaalt gaat de verkoop sneller)
- goed voorbeeld doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
- goed voorgaan doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
- meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binnenland intrekken omdat er slecht weer op zee is)
- wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)
- men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- een bodemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of opraken)
- strijk en zet (=altijd weer opnieuw)
50 dialectgezegden bevatten `op`
-
Ich wirk op mien eige tempo niks mieë! (=Ik werk op mijn eigen tempo niets meer!) (Kinroois)
- (De meeste mensen gaan dood in bed) gekscherend gezegd als iemand aangeeft naar bed te gaan. (=op berre goat de meeste mens'n doohd) (Epers)
- (z) oë es ni op ze gat gedoëpt (=Zij / hij is genen dommerik) (Moorsel)
- `'t zeen mich toere` zag 't wiefke en 't zoot met de geit op 't daak (='t onmogelijke willen doen) (Weerts)
- `èète wat de tóffel mètbringt` (=`eten wat op tafel komt`) (Genker)
- `En aunders ` `Gieen spaunders` (=op de vraag: `hoe gaat het voor de rest met u ` komt het antwoord:`alles gaat goed`) (Lokers)
- `In zien vel, es er nog neet geströp is!! ` (=antwoord op de vraag `waar is die en die persoon?? `) (Steins)
- `je gaot nog lang niet doad he jochie /messie/wijfie II: Je gaat bij lange na niet dood/hemeluh .. wat een stank. (=iemand die stinkt na poepen op het toilet/wc) (Utrechts)
- `Zo kunde ennen hoeëp stroont nog lekker maken.` (=Als je vindt dat een kok wel erg veel ingrediënten nodig heeft om iets op smaak te brengen zegt men) (Wells)
- 'dèè op het wèèr lèt èn op aaner mans hin wijver, dèè doehgt nie' (=die op het weer let en op andermans vrouwen, deugd niet) (Genker)
- 'En bakkes of ze de bast van eek op het. (=Een sacherijnig gezicht.) (zaans)
- 'En pin op de neus geve. (=Tot de orde roepen.) (Zaans)
- 'Et is op z'n donders azzik 't lete ken. (=Ik kan het niet laten.) (Zaans)
- 'i ee hem overdoan (=hij heeft te veel hooi op zijn vork genomen) (Waregems)
- 'k ben al op dreef (=ik ben al begonnen) (Katwijks)
- 'k ben op ne pink (wiep) terug (=ik ben direct terug) (Sint-Niklaas)
- 'k bin effe d'n hort op (=Ik ben even weg) (Hoeksche Waards)
- 'k è d'er gieën attensj'op gedaan (=ik heb er niet goed op gelet) (Kaprijks)
- 'k eure lawijt op de paljée (=ik hoor lawaai boven) (Oudenhoofs)
- 'k ga versteekn (=ik krijg mijn eten niet meer op) (Waregems)
- 'k gao op 'n huus an (=ik ga naar huis) (Sallands)
- 'k géf oe un pèr op oe bakkes! un bakpeer! (=ik geef je een klap op je gezicht!) (Helmonds)
- 'k geve mè bot (=ik geef het op) (Kaprijks)
- 'k ginge tewege... (=ik stond op het punt om...) (Waregems)
- 'k go em op zijn muijle smijt'n (=ik ga hem slaan) (Oudenhoofs)
- 'k goa goan zien (=Ik sta op punt om te vertrekken) (Hansbeeks)
- 'k heb 't zwaart op wit (=ik heb het bewijs op papier) (Westerkwartiers)
- 'k heb de bokkepruuk op (=ik heb de pest in) (Westerkwartiers)
- 'k heb de hele dag op me klauwe gestaan (=ik heb heel hard gewerkt) (Rotterdams)
- 'k heb last van mien liekdoor'n (=er is regen op komst) (Westerkwartiers)
- 'k kreeg er de rittepetite van (=ik kreeg het op mijn heupen) (Gents)
- 'k mag er nie goed op (ô) peizen (=als men vreest dat iets verkeerd gaat aflopen) (Sint-Niklaas)
- 'k oentzieënt (=ik er tegen op) (Veurns)
- 'k oentzient (=ik zie er tegen op) (Veurns)
- 'k rapent op, je rap het gie op, e rap het ie op, me rapent wieder op, je rap het gieder op, ze rapent zieder op (=het oprapen) (Veurns)
- 'k rij ne keer toe an terp (=ik ga op café) (Oosteekloos)
- 'k sloa hum d'r iene veur. (=ik sla hem op zijn smoel.) (Vechtdals)
- 'k sloeg mee m'n aand op en leeg plek! (=Ik was nét te laat..) (Roosendaals)
- 'k staan op m'n zaad (=Ik sta quitte (bij knikkeren ) ) (Hulsters (NL))
- 'k ston ien tweestried (=ik hinkte op twee gedachten) (Westerkwartiers)
- 'k stonne 'k ik doar te blink'n (=tevergeefs wachten op iemand) (Waregems)
- 'k verdien ier 't zaat op min petetten nog nie (=ik verdien hier heel weinig) (Sint-Niklaas)
- 'k wacht ier al een uur op aa gei zè ne schonen (=ik zit hier al een uur te wachten op u) (Sint-Niklaas)
- 'k weete van niet (n) (=ik ben niet op de hoogte) (Waregems)
- 'k zal op en bedde (=ik ga naar bed) (Urkers)
- 'k zat doar met de kroag omhoog en de pest ien (=als men ergens op de tocht zit :) (Westerkwartiers)
- 'k ze gjeiren een broek ein op 't gedacht van doan (=ik zou graag een broek hebben zoals de uwe) (Sint-Niklaas)
- 'k ziet 't al, de lâmp hânk scheef / Dat ken bruintjie niet meer trekku / me schort is bijna leeg / 't zwartu zoad is ook al op / 'k het niks meer te makkuh / ik het/hep/heb pijn aan me portemonnaie / portemetniks (=het geld is bijna op...) (Utrechts)
- 'k zit ier vree op me gemak (=ik zit hier goed en rustig) (Sint-Niklaas)
- 'k zit nie op unne skupstoel (=ik hoef niet weg) (Brabants)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen