Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kers`

  1. Bakkerskinderen eten oud brood. (=Aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  2. er zijn altijd meer zwijgers dan sprekers (=lang niet iedereen komt altijd voor zijn mening uit)
  3. Het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=Je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de dokter te moeten)
  4. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  5. Met hem is het kwaad kersen eten. (=Het is beter hem te mijden.)
  6. met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
  7. niet om de knikkers, maar om het spel (=het gaat niet om het winnen, maar om het spel)
  8. spijkers met koppen slaan (=doortastend optreden)
  9. spijkers op laag water zoeken (=uitermate achterdochtig zijn, onprettige opmerkingen maken over onbelangrijke zaken)
  10. Spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=Wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
  11. Vlugge eters zijn vlugge werkers. (=Wie snel kan eten, kan ook snel werken.)
  12. zoveel geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)

4 betekenissen bevatten `kers`

  1. het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  2. tussen twee vuren zitten (=moeten kiezen tussen twee onaangename mogelijkheden, zich bevinden tussen twee ruziemakers)
  3. nieuw bloed (=nieuwe deelnemers, werkers)
  4. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)

Het dialectenwoordenboek kent 13 spreekwoorden met `kers`

  1. Kerkraads: kieke wie enge frisch gepopte uul (=kijken als een kerstkindje)
  2. Westerkwartiers: as't reegn't ien september, dan vaalt kerstfeest ien december (=als het regent in september, dan valt kerstmis in december)
  3. Brakels (gld): Tot in du korsutijd, tot in du peejutijd (=Tot in de kersentijd, tot in de (suiker)bietentijd)
  4. Geldermalsens: korse kere (=kersen keren)
  5. Genneps: Enne kersentied duu.re (=Een korte periode)
  6. Boakels: mi de Korst (=met de kerst)
  7. Overmeers: 'n affel kazen (=een handvol kersen)
  8. Bevers: Een oufel kouzen (=Een handvol kersen)
  9. Sint-Niklaas: da zè wittebuiken (=kersen met een witte vlek?)
  10. Oudenbosch: das ne goeie om in dun kerseboom thaange (=hij ziet er uit als een vogelverschrikker)
  11. Munsterbilzen - Minsters: Aater Haarieke van de Knaajnkes on de bêm èn Eek hoch de Sjutteraaj van Eek hunne boom ston, tësse de kiëzebeem (=Achter 'Huis Gregoor' had de schutterij van Eik haar schietstand, tussen de kersenbomen.)
  12. Tilburgs: zaolege kèrsemes, un zaoleg ötènde èn un goej begien (=zalig kerstfeest, een zalig uiteinde en een goed begin)
  13. Munsterbilzen - Minsters: en aste dat nie geleefs maok ich tich get aanester wijs (=de kerstman geloofde nog in sinterklaas)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen