584 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `on`
- `t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
- `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
- a contrecoeur (=met tegenzin)
- aan de grond zitten (=bankroet of totaal uitgeput zijn)
- aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
- aan handen en voeten gebonden zijn (=geen kant op kunnen)
- aan mijn lijf geen polonaise (=van mij moet je afblijven)
- aap wat heb je mooie jongen (=sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets)
- aap wat heb je mooie jongen spelen (=overdreven vriendelijk zijn)
- achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
- al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
- al zijn patronen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
- als aan de grond genageld staan (=perplex staan)
- als bijen naar de honing komen (=met velen komen en sterk gemotiveerd zijn)
- als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
- als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
- als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
- als een kip zonder kop (=zonder beraad, onbesuisd)
- als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
- als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
- als haringen in een ton zitten (=zich erg dicht op elkaar bevinden)
- als het kalf verdronken is dempt men de put (=pas als het te laat is, neemt men maatregelen)
- als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter zake doende opmerking)
- als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
- als paddenstoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorschijn komen)
- als proefkonijn dienen (=dienen voor een of ander experiment)
- als sneeuw voor de zon verdwijnen (=ergens niets van over blijven)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- als warme broodjes over de toonbank gaan (=zeer goed verkopen)
- alsof er een engeltje over je tong piest (=iets lekker vinden)
- ars longo vita brevis (=de kunst blijft lang en het leven is kort) (Latijn)
- avondrood, mooi weer aan boord (=na een rode avondlucht volgt mooi weer)
- balsem in de wonde gieten (=het leed verzachten)
- bekend staan als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
- berouw komt na de zonde (=als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw)
- beter hard geblazen dan de mond gebrand (=het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of luiheid iets fout gaat)
- beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
- bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
- bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
- bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
- bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
- bitter in de mond maakt het hart gezond (=ook wat minder aangenaam is, kan gezond of goed zijn)
- blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
- bokkensprongen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken)
- bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je iemand toevallig tegenkomt is groot)
- boontje komt om zijn loontje (=hij krijgt wat hij verdient, de gevolgen zal iemand altijd wel een keer moeten gaan dragen)
- boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
- buig de boom als hij jong is (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
- commandeer je hond en blaf zelf (=dat bevel weiger ik uit te voeren)
1039 betekenissen bevatten `on`
- de eindjes (niet) aan elkaar knopen (=(niet) rond komen (met z`n inkomen))
- de wijde wereld ingaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
- naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
- de baron spelen (=(onterecht) baas spelen)
- met zijn gat in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen)
- met zijn neus in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen)
- in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
- het licht zien (=1: begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep 2: geboren worden, ontstaan)
- wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
- lapsus memoriae (=aan het geheugen ontsnapt)
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
- iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
- het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
- je leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)
- tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
- geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
- aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
- er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
- boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
- als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
- het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
- komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
- waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
- als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
- als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
- dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
- uitlekken (=als iets ongewenst publiekelijk bekend wordt)
- wie a zegt moet ook b zeggen (=als je eenmaal ergens aan begonnen bent, moet je het ook afmaken)
- wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonnen bent moet je er mee voortdoen)
- een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
- wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
- die in het voorjaar niet zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
- geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
- wie gekheid zaait zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikelijke dingen doet krijg je ook ongebruikelijke resultaten)
- honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smaakt alles)
- wie vuur eet schijt vonken (=als men iets gevaarlijks onderneemt krijgt men nare gevolgen)
- men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
- oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
- de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend worden)
- twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten)
- draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
- wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
- niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
50 dialectgezegden bevatten `on`
- `zöllie verdiene meer òn jöllie as göllie òn höllie.` (=`zij verdienen meer aan jullie dan jullie aan hen`.) (Tilburgs)
- 't es nie on allemaun gegev'n (=niet iedereen kan dat) (Meers)
- 't es on zè lijf gegoten (=het kledingstuk is de juiste maat, de job past hem volledig) (Meers)
- 'tès ammel get, zaag Bet, en ze hoch twei jing on één T. (=het is beter op iemand dan op niemand te moeten wachten) (Munsterbilzen - Minsters)
- ' t mênneke van Laun ès on mich (=loomheid overvalt mij) (Bilzers)
- a eet 't spek on zènne meuln (=hij heeft het zitten) (Meers)
- a eet on zenne rekker (=hij heeft het zitten) (Meers)
- a es on ‘t fribbeln (gewoonte van stervende mensen de lakens af te tasten) (=hij is stervende) (Meers)
- à ès zoè zwàt as Molleke on ze gat, à es zoe zwàt as Lamme Kaìoès. (=Hij ziet er enorm vuil uit) (Bierbeeks)
- aagt a annen on a gedong (van a velo) (=Hou je handen op je (fiets) stuur) (Aalsters)
- Aater Haarieke van de Knaajnkes on de bêm èn Eek hoch de Sjutteraaj van Eek hunne boom ston, tësse de kiëzebeem (=Achter 'Huis Gregoor' had de schutterij van Eik haar schietstand, tussen de kersenbomen.) (Munsterbilzen - Minsters)
- ajeiget on zaaine rekker (=hij heet het zitten) (Antwerps)
- as ermoej on de dieër kump kloppe, sprink de liefde al on alle vinsters aut (=waar armoede de kop opsteekt, komt vaak ruzie) (Munsterbilzen - Minsters)
- As n aa sjier én brand slig, ester gee blësse mei on (=Hoe ouder hoe gekker!) (Bilzers)
- as te nie wiës bau beginne, begin dan mér on de kop (=begin maar aan 't begin) (Bilzers)
- asset heet wiëd on zen vod, trèkter zene stat wol èn (=als het moeilijk wordt, krabbelt hij terug) (Bilzers)
- aste doë zen kleer mér nie gees on sjiëre (=als je daar maar niet bekaaid vanaf komt) (Bilzers)
- aste on intege minse een ploem gifs, dinke ze dat ze al vliëgel hêbbe (=sommigen krijgen een dikke nek als je ze teveel looft) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste on intege minse een ploem gifs, dinke ze dat ze al vliëgel hêbbe (=gooi maar niet teveel met bloemen, want ze gaan nog een dikke nek krijgen) (Bilzers)
- aug a vast on de takker'n van de buëm'n (=hou je vast aan de takken van de bomen) (Meers)
- augt a annen on anne gedong (=hou je handen aan je stuur) (Meers)
- begiejn vaveurn' aaf on (=helemaal herbeginnen) (Brakels)
- Bertës van de Sjeiper wor zjus dezelfde aster mèt ze piëd on kaffei bij Zjengske èn Hiëseld stond (=Bertus x werd ook geregeld door zijn paard teruggereden van bij Café Welkom in Heesveld) (Munsterbilzen - Minsters)
- besjins bringste de sjokkepoej baeter hert on de twei hantëfe (=misschien breng je het hobbelpaard best met de handvaten hierheen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Bij Zjang van Merie en zoën Fons kochte vür ooze roje Flandria brommer, dae goeng wol 90 per oer.Jang doeg de viloos mèr Fons sliëtelde giën on brommers, totter zelfs brommercrosse ènrichde aater de joengessjoël (nau Kapelhof) (=Bij Jacqmaer kocht de jeugd de snelle rode Flandria bromfiets. Terwijl Jan de fietsenklaten hielp, Marie de benzinepomp, was Fons bezeten van motoren, hetgeen ontaardden in brommercrossen in de kloosterbeemden, het huidige Kapelhof) (Munsterbilzen - Minsters)
- brierke daud hêbbe on get (=met tegenzin doen) (Munsterbilzen - Minsters)
- da gon ich dich nie on zen naos hange (=dat hou ik voor mezelf) (Munsterbilzen - Minsters)
- da gon ich tech nie on zen naos hange (=dat ga ik nog even geheim houden) (Bilzers)
- da gon ich tich nie on zen naos hange (=dat blijft geheim) (Munsterbilzen - Minsters)
- da gon ichteg és sjaun nie on zen naos hange (=dat ga ik je mooi niet verklappen) (Bilzers)
- Da is me ôn t hart geliige (=Dat ligt me naar het hart) (Berghems)
- da kanner nog nie ès on reike (=dat komt zelfs niet in de buurt) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kind is on 't smokkelen (=het kind bevuilde zich tijdens het eten) (Sint-Niklaas)
- da lapter heil ziëker on zen botte (=daar trekt die zich zeker niks van aan) (Munsterbilzen - Minsters)
- da plekt on de rebber'n (=stevige kost) (Meers)
- da snaajt on twei kante (='t is hoe je het beziet) (Munsterbilzen - Minsters)
- da vielste on ze watter (=dat weet je van te voren) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj ho nogal krievel on hër K (=zij had geen zittend gat!) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj moet get on sinterkloës vroëge (=dat is een platte vijg) (Bilzers)
- dae ès on zene noveen beizëg (=hij is al dagen aan één stuk aan 't zuipen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae et langste laef hètten heile werd on zen kloete (=je wordt schatrijk als je maar gek bent om lang te werken) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae hét pietsje den daud on wërke (=hij werkt niet graag) (Bilzers)
- dae hét stront on zen sjoen (=het is een dikkenek) (Bilzers)
- dae hétte mismoed on zen praaj (=hij is depressief) (Bilzers)
- dae héttet on zene pjee (=hij is de klos) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae hèttet spek on zen been (=die heeft het zitten) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dae meint datter heil Bilze on zen kloete hét hange (=Een ingebeelde) (Bilzers)
- daste naogel on men daudskis (=dat verkort mijn leven) (Munsterbilzen - Minsters)
- datech naut bén getrauwd hét nie on mich gefraete, mér dat ze mich nauts hübbe gevroëg da kannech nie vergaete (=van niets spijt hebben is het begin van alle wijsheid) (Bilzers)
- de bès nog nie on ze nau iërappele (=je bent er nog bijlang niet) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen