60 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ntje`
- aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
- achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
- als puntje bij paaltje komt (=als het erop aankomt)
- als sardientjes in een blik (=stijf boven op elkaar; dicht opeen)
- altijd hetzelfde deuntje zingen (=steeds weer hetzelfde herhalen)
- binnen de lijntjes kleuren (=netjes handelen, niets doen wat niet mag)
- blijf aan jouw kantje (=je mag hem niet aanraken, hij is niet aanspreekbaar)
- boontje komt om zijn loontje (=hij krijgt wat hij verdient, de gevolgen zal iemand altijd wel een keer moeten gaan dragen)
- boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
- dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
- dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
- de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
- de kantjes er van aflopen (=zijn best niet doen)
- de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
- de peentjes opscheppen (=de boel opruimen)
- de puntjes op de i zetten (=de details erbij zetten - orde op zaken stellen)
- de scherpe kantjes er van afhalen. (=iets verzachten of minder extreem maken)
- een beentje lichten (=doen struikelen (letterlijk of figuurlijk))
- een graantje meepikken (=meeprofiteren)
- een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
- een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
- een jantje-secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werkt)
- een leugentje om bestwil (=een leugen met een goede bedoeling)
- een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
- een lijntje trekken (=cocaïne snuiven)
- een lintje krijgen (=geridderd worden - een compliment krijgen)
- een slap jantje zijn (=een sukkel zijn)
- een toontje lager zingen (=minder opscheppen, minder grote mond hebben)
- een vaantje strijken (=flauw vallen, sterven, het opgeven)
- er een puntje aan kunnen zuigen (=er een goed voorbeeld aan kunnen nemen)
- gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
- geen centje pijn. (=een kleine moeite.)
- geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
- haantje de voorste (=voortrekker - wie altijd op het voorplan wil staan)
- het lieve leventje gaande (=de ruzie begonnen - de poppen aan het dansen)
- het puntje van een scherpe pen is `t felste wapen dat ik ken (=met een kritisch woord kan het meest worden bereikt)
- het varkentje wassen (=een klusje wel even doen)
- iemand aan het lijntje hebben (=meewerken met iemand)
- in het lijntje lopen (=dienstbaar zijn)
- Jantje Contrarie (=iemand die nooit akkoord is)
- Jantje lacht en Jantje huilt (=kind dat vaak huilt maar direct ook weer lacht)
- je beste beentje voor zetten (=je uiterste best doen)
- je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
- je er met jantje-van-leiden afmaken (=onzorgvuldig zijn en weinig aandacht aan het werk besteden)
- je koren/korentje groen eten (=zich geen zorgen maken om de toekomst, niet sparen.)
- kantje boord (=op het nippertje)
- langzaam aan, dan breekt het lijntje niet (=je kunt beter rustig doorwerken, dan kan er het minste fout gaat)
- leentjebuur spelen (=iets lenen)
- met hoorntjes lopen (=zijn vrouw bedriegt hem, heeft een minnaar)
- met molentjes lopen (=in de war zijn, niet goed bij het verstand zijn)
13 betekenissen bevatten `ntje`
- op het sleeptouw houden (=aan het lijntje houden)
- op tui houden (=aan het lijntje houden)
- aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
- een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
- aan de zwabber zijn (=een onbezorgd leventje leiden)
- de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
- er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
- geen hart in het lijf hebben (=geen greintje medelijden kennen)
- op en top (=helemaal, tot in de puntjes)
- tussen servet en tafellaken zijn (=niet bij de kleintjes maar ook niet bij de groten horen)
- een dag is nooit zo nat of de zon schijnt altijd wat (=ook bij nare situaties zijn er lichtpuntjes)
- iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
- alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen