Spreekwoorden met `Tek`

Zoek


74 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Tek`

  1. als een furie Tekeergaan (=in razende woede tekeergaan)
  2. bij de Tekst blijven (=bij het oorspronkelijke plan blijven)
  3. dat kan hij in zijn zak sTeken (=dat is raak - die zit!)
  4. de bazuin sTeken (=de lof verkondigen)
  5. de bezem uitsTeken (=doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  6. de broodkruimels sTeken hem (=hij kan de welstand niet dragen)
  7. de draak met iets sTeken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
  8. de gek met iemand sTeken (=spotten met iemand)
  9. de hand in eigen boezem sTeken (=zijn eigen fout inzien)
  10. de handen uit de mouwen sTeken (=aan de slag gaan en aanpakken)
  11. de hoofden bij elkaar sTeken (=overleg plegen)
  12. de kop in het zand sTeken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  13. de koppen bij elkaar sTeken (=overleggen)
  14. de kuif opsTeken (=kwaad worden)
  15. de lont in het kruit sTeken/werpen (=een uitbarsting veroorzaken)
  16. de naald in het spek sTeken. (=stoppen met werken.)
  17. de nek uitsTeken (=risico nemen)
  18. de ogen uitsTeken (=jaloers maken)
  19. de paal door de oven sTeken (=bankroet gaan, zich te gronde richten)
  20. de vlag uitsTeken (=ergens erg blij mee zijn)
  21. distels trekken is distels sTekken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  22. een spaak in het wiel sTeken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
  23. een speldje bij iets sTeken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  24. een stok in het wiel sTeken (=iets of iemand tegenwerken)
  25. een veer op de hoed sTeken (=een compliment geven/krijgen)
  26. een veer op zijn muts sTeken (=een compliment geven/krijgen)
  27. een vraagTeken plaatsen achter (=in twijfel trekken)
  28. er de hand voor in het vuur sTeken (=heel zeker weten dat iets zo is)
  29. er de kat insTeken (=ermee ophouden)
  30. er de vingers voor durven opsTeken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  31. er een stokje voor sTeken (=iets verhinderen)
  32. er geen Tekeningetje bij moeten maken (=het is overduidelijk)
  33. er voor Tekenen (=het met plezier willen aanvaarden)
  34. geen Teken van leven meer geven (=niets meer van zich laten horen)
  35. handen Tekort komen (=te weinig hulp hebben , overstelpt worden)
  36. het hoofd opsTeken (=zich weer doen opmerken)
  37. horzels sTeken niet en hommels doden niet. (=mensen met een grote mond dragen het minste bij)
  38. iemand de loef afsTeken (=ergens beter in zijn dan iemand)
  39. iemand de ogen uitsTeken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
  40. iemand de Tekst/les lezen (=iemand scherp berispen)
  41. iemand een hart onder de gordel/riem sTeken (=iemand moed inspreken)
  42. iemand een pluim op zijn hoed sTeken (=iemand complimenteren)
  43. iemand een veer in de broek/kont sTeken (=iemand complimenteren of prijzen)
  44. iemand een veer op de hoed sTeken (=iemand vertellen dat die z`n werk goed gedaan heeft)
  45. iemand in de ogen sTeken (=iemand ergeren)
  46. iemand met een zwarte kool Tekenen (=iemand erg ongunstig voorstellen)
  47. iemand naar de kroon sTeken (=z`n best doen anderen te overtreffen)
  48. iemand Tekort doen (=iemand te weinig geven of begrijpen)
  49. iets achter de kiezen sTeken (=iets eten)
  50. in de krop sTeken (=hinderen , onverwerkt zijn)

29 betekenissen bevatten `Tek`

  1. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede beTekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  2. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze beTekenis)
  3. tussen de regels door lezen (=de diepere beTekenis van een Tekst begrijpen)
  4. iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar sTeken of zicht houden op de situatie)
  5. één zwaluw maakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis beTekent niet dat alle problemen opgelost zijn.)
  6. met de billen bloot (=eerlijk en open zijn over fouten of Tekortkomingen.)
  7. huilen als een hofhond (=erbarmelijk Tekeer gaan)
  8. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insTeken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  9. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te sTeken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  10. het mag geen naam hebben (=het is onbeTekenend (bijvoorbeeld een verwonding))
  11. het onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad Tekeer gaat)
  12. de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude beTekenis van `dapper`))
  13. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare Tekst.)
  14. de rode haan laten kraaien (=iets in brand sTeken)
  15. een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke beTekenis)
  16. als een furie tekeergaan (=in razende woede Tekeergaan)
  17. eten is een goed begin: het ene beetje brengt het ander in. (=letterlijke beTekenis.)
  18. niets om het lijf hebben (=niets beTekenen, geen waarde hebben)
  19. een wassen neus zijn (=niets te beTekenen hebben)
  20. geen naam mogen hebben (=niets te beTekenen zijn)
  21. zo blind als een mol (=sTekeblind)
  22. een lange neus maken (=tong uitsTeken, iemand iets inpeperen (Jaloers maken))
  23. een nummer zijn (=van weinig beTekenis zijn of althans zo behandeld worden)
  24. kennis is macht (=veel weten kan veel invloed beTekenen)
  25. de liefde kent vlek nog gebrek. (=verliefde mensen zijn blind voor Tekortkomingen van hun partner)
  26. in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen beTekenen)
  27. morgenrood, regen in de sloot (=weerspreuk: rood opkomende zon beTekent vaak regen)
  28. met zijn tien geboden eten (=zonder besTek met de vingers eten)
  29. voor spek en bonen (=zonder enige beTekenis)

6 dialectgezegden bevatten `Tek`

  1. haag tich aon zë geloof ! Naen, ich haag mich aon de têk van de beem (=bid om gered te worden ! Neen, ik houd me vast aan de boomtakken) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. hè is aardig duur de Tek gegange (=hij ziet er de laatste tijd ziek uut) (Opglabbeeks)
  3. tèk tër mér ën striep onder, punt-komma aoën de laajn (=dat doet de deur voor goed dicht) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. tèk: Van aan tèk mauken (=Van je neus maken) (Lebbeeks)
  5. van annen Tek mauken (=van je neus maken) (Meers)
  6. van oan Tek mauken (=verbaal Tekeer gaan) (Wichels)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen