Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `reen`

  1. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  2. Iedereen moet zijn last dragen (=Ieder heeft zijn problemen)
  3. iedereen wat van de stokvis (=eerlijk delen)
  4. iets niet met zijn geweten overeen kunnen brengen (=iets niet kunnen doen omdat men het niet goed vindt)
  5. Twee honden aen eenen beene, si draghen selden wel overeene (=Verbitterd om iets vechten)

57 betekenissen bevatten `reen`

  1. van de daken schreeuwen (=aan iedereen luid kenbaar maken)
  2. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  3. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  4. Waar aas is vliegen kraaien (=Als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
  5. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  6. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  7. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  8. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  9. wijd en zijd zijn (=bij iedereen bekend zijn)
  10. Een kaars voor de duivel branden (=Bij iedereen slijmen)
  11. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  12. elke gek heeft zijn gebrek (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
  13. voor elk wat wils (=er zit voor iedereen wel wat bij)
  14. het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  15. het leven is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  16. hij zoekt zijn paard en hij zit er op (=hij zoekt iets wat voor zijn neus is, wat iedereen ziet)
  17. jan en alleman (=iedereen)
  18. Ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=Iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
  19. de gaande en komende man (=iedereen die komt opdagen)
  20. het hek is van de dam (=iedereen doet maar wat die wil zonder grenzen)
  21. vragen staat/is vrij (=iedereen heeft de gelegenheid om vragen te stellen)
  22. zoveel hoofden, zoveel zinnen (=iedereen heeft een eigen mening waarbij men moeilijk samen tot een oplossing kan komen)
  23. elke zot heeft zijn eigen marot (=iedereen heeft ook minder goede eigenschappen)
  24. Een mens is geen aardappel (=Iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanning)
  25. men moet zijn bed maken zoals men slapen wil (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
  26. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  27. ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
  28. geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
  29. Paarden vallen ook al hebben zij vier benen. (=Iedereen maakt fouten)
  30. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  31. Het beste paard struikelt wel eens. (=Iedereen maakt wel eens een fout)
  32. aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
  33. gedachten zijn tolvrij (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
  34. met man en macht iets doen (=iedereen werkt hard mee)
  35. iets prediken/verkondigen (=iets luid, voor iedereen, verkondigen)
  36. allemans vriend is iedermans nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)
  37. er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden (=je kunt het niet iedereen naar de zin maken)
  38. met de nachtschuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
  39. er zijn altijd meer zwijgers dan sprekers (=lang niet iedereen komt altijd voor zijn mening uit)
  40. loon naar werken krijgen (=loon krijgen dat in overeenstemming is met het gedane werk)
  41. met man en muis (=met alles en iedereen)
  42. De duivel op het kussen binden (=Met iedereen raad weten)
  43. met spek vangt men muizen (=met veel vrijgevigheid kan men iedereen overhalen)
  44. alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
  45. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  46. je hebt luxe paarden en werkpaarden (=niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander)
  47. we kunnen niet allen paus van Rome zijn (=niet iedereen kan de baas zijn)
  48. met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn)
  49. elke bos stro waait voor de wind (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren)
  50. weten waar Petrus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)

Het dialectenwoordenboek kent 3 spreekwoorden met `reen`

  1. Brakels: èjst ou schuld dat reen't ? (=begroeting bij regen)
  2. Mechels (NL): reen (=Scheidinglijn tussen akkers)
  3. Brakels: 't reent, 't zeent, de boern wèrn nat van ier tot iejn de stat (=het blijft maar regenen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen