Zoek spreekwoorden met het woord:


0 1 Volgende



6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `schuld`


1) belofte maakt schuld. (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
2) de vermoorde onschuld spelen (=net doen alsof je van niets weet)
3) het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven)
4) waar twee kijven hebben twee schuld. (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
5) zijn handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
6) zo onschuldig als een pasgeboren kind (=zeer onschuldig)

50 betekenissen bevatten `schuld`


1) in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
2) bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
3) het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
4) zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
5) altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
6) waar twee kijven hebben twee schuld. (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
7) met hangende pootjes (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
8) de eerste steen werpen (=de eerste zijn met beschuldigingen)
9) op de pianist schieten (=de onschuldige (de brenger van het nieuws) straffen)
10) de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
11) iets in andermans schoenen schuiven (=de schuld aan een ander (laten) geven)
12) de zwartepiet doorspelen naar (=de schuld doorschuiven)
13) de zwartepiet krijgen (=de schuld krijgen)
14) ergens voor moeten opdraaien (=de schuld krijgen)
15) de wrijfpaal zijn (=de schuld krijgen (van alles))
16) een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
17) de kwaaie pier (=de schuldige)
18) de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
19) zijn handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
20) een lelijke/zware pijp roken (=door eigen schuld in moeilijkheden komen)
21) met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verekenen)
22) de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
23) de zondebok zijn (=ergens de schuld van krijgen)
24) ergens debet aan zijn (=ergens schuldig aan zijn)
25) het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
26) ergens voor opdraaien (=het werk van een ander doen / ergens de schuld van krijgen)
27) ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
28) iemand iets in de schoenen schuiven. (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking.)
29) iemand iets voor de voeten werpen (=iemand beschuldigen van iets)
30) een schurftig paard vreest de roskam. (=iemand die aan iets schuldig is, heeft liever niet dat datgeen onderzocht wordt)
31) iemand een smet aanwrijven (=iemand van iets beschuldigen)
32) iemand voor het naadgaren zetten. (=iemand voor de schulden laten opdraaien.)
33) in een glazen huis wonen (=iets op zijn kerfstok hebben - schuld hebben)
34) zuivel op zuivel is voer voor de duivel. (=in de Middeleeuwen gebruikt om mensen van hekserij te beschuldigen, wanneer zij zuivel op zuivel op hun brood deden.)
35) de kat heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
36) de kat van de bakker heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
37) effen rekening maakt goede vrienden (=of anders : schulden maken vijanden)
38) barbertje moet hangen (=ongeacht of iemand schuldig is moet die gestraft worden)
39) op het zondaarsbankje zitten (=schuld bekennen)
40) in het krijt staan (=schuld hebben)
41) schoon schip maken (=schulden betalen, de boel opruimen, na ruzie/problemen samen er uit komen en het verleden laten rusten)
42) heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden).)
43) met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de schuld krijgen)
44) wie de naam heeft, krijgt de daad. (=wie bekend staat als misdadiger, krijgt de schuld)
45) wie boter op zijn hoofd heeft moet niet in de zon lopen (=wie schuldig is houdt zich best gedeisd)
46) wie de schoen past trekke hem aan (=wie schuldig is mag zich aangesproken voelen)
47) wie in een glazen huis woont moet niet met stenen gooien (=wie schuldig is, moet zich niet laten opmerken)
48) zo onschuldig als een pasgeboren kind (=zeer onschuldig)
49) boter op je hoofd hebben (=zelf ook schuldig zijn)
50) op de lat kopen (=zonder te betalen iets kopen en daarmee schulden maken)

Het dialectenwoordenboek kent 63 spreekwoorden met `schuld`


1) Moorsel: 'Nond opgeetn emmen (=de schuldenbok/het zwarte schaap zijn)
2) Westerkwartiers: 't bij 'n aaner ien 'e schoen'n schuuv'm (=iemand ander de schuld geven)
3) Westerkwartiers: 't ene gat met 't aaner gat stopp'n (=met nieuwe schulden oude schulden aflossen)
4) Waregems: 't es wel besteekt, ie eet z'n eign aanedoan, ie eet zelv' ezocht (=eigen schuld (dikke bult))
5) Westerkwartiers: 't hoge woord moet d'r uut (=er moet schuld bekend worden)
6) Veurns: 't op èn ander'n steek'n (=iemand anders de schuld geven)
7) Twents: Ai lui bint doa kun ie niks an doon, maar ai meu bint is't oe eig'n schuld (=Als je lui bent kun je niets aan doen, maar als je moe bent is het je eigen schuld)
8) Antwerps: belofte mokt schuld en dië zeu ni vervult kraaigt neun bult (=belofte maakt schuld.)
9) Sint-Niklaas: da schulde geen oar (=dat was bijna raak)
10) Sint-Niklaas: da schulde nie feel; da was op 't nippurken (=het was bijna zo ver (gebeurd))
11) Melseels: de boter gefret hein (=de schuld krijgen voor iets)
12) oudenaards: de buile vangn (=de schuld krijgen)
13) Veurns: De butter opeet'n hen (=De schuld van iets zijn)
14) Genneps: De kó.nt vol schuld hèbbe (=Veel schulden hebben)
15) Bilzers: de moesset nau wir nie op nen aandre gon staeke (=zoek de schuld niet op een ander te steken)
16) Waregems: den bèèr/ de beutr' ip geetn 'en (=als schuldige aangewezen worden)
17) Evergems: Die niet bespot es, moe nie niezen. (=Als je niet schuldig bent, moet je je niet schuldig voelen)
18) Sint-Niklaas: doar is stront on de knikker, dor schuld iet (=daar is iets mis (daar scheelt iets))
19) Sint-Niklaas: è plakt overal (=overal maakt hij schulden)
20) Bilzers: eege sjuld, dikke bult (=belofte maakt schuld)
21) Erps: effen stauen (=geen schulden meer hebben)
22) Sint-Niklaas: ei eette boter geten (=hij is in ongenade gevallen / hij is de schuldige)
23) Venloos: Einen baer beej emus hebbe staon (=Bij iemand in de schuld staan)
24) Brakels: èjst ou schuld dat reen't ? (=begroeting bij regen)
25) Kortrijks (VL): ge zoe z'ons Here geven zonder biechten (=het is een onschuldig, braaf meisje)
26) Westerkwartiers: hij is 't zwaarde schoap (=hij krijgt de schuld)
27) Waregems: i eet an zijn brouwk (=hij is betrapt/beschuldigd)
28) Munsterbilzen - Minsters: ich kriëg et op men naos gehange (onder men naos gevriëve) (=ik werd ervan beschuldigd)
29) Zeeuws: ie ei beuter op zn oead (=hij is schuldig)
30) Waregems: ie komd em pardooneern (=hij komt zich verontschuldigen)
31) Waregems: ie wiste nie wa (e)zeid (=hij bleef het antwoord schuldig)
32) Kortrijks (VL): ie zoe sintnikloas schuldgevoelens doen kriggn (=het is nooit zijn schuld)
33) Westerkwartiers: ien 't kriet stoan (=schulden hebben)
34) Mills: ik ben maor ene dod schuldig (=ik ben maar 1 dood schuldig)
35) Lichtervelds: je zit mè ze gat vul schuldn (=hij heeft financiële moeilijkheden)
36) Lichtervelds: je zit mè ze gat vul schuldn (=hij heeft overal schulden)
37) kortemarks: je zit mè ze gat vul schuldn (=hij verkeerd in geldnood)
38) Wetters: je zoot em ons hiere geven zonder biechten (=hij ziet er onschuldig uit)
39) Deurns: Krék goe (=Eigen schuld/net goed)
40) Westerkwartiers: liek is riek (=als je geen schulden hebt ben je rijk)
41) Westerkwartiers: liek is riek (=zonder schulden ben je rijk)
42) Gronings: Liek is Riek, mor Riek is nait altiek Liek (=Zonder schulden ben je rijk, maar rijk zijn is nog niet zonder schulden.)
43) achterhoeks: Lieke op d`n diek blieven (=Geen schulden maken)
44) Klemskerks: mè je gat vul schuld zitn: veel schulden hebben (=met je gat vol schuld zitten)
45) Klemskerks: me' ze gat vul schuld zitn: veel schulden hebben (=met zijn gat vol schuld zitten)
46) lovendegems: mee ne klets stoan (=met schulden staan*)
47) Klemskerks: met de lantaern an den diesel: vooral in verbinding met werkwoorden die 'vetrekken' of 'verhuizen' betekenen. De uitdrukking betekent: heimelijk en inderhaast vertrekken of verhuizen met have en goed, omdat men zijn schulden niet meer kan betalen. Bv. 'Me gebeur zat me' ze gat vul schuld, j'is met de lantaern an den diesel toegezet no' Vrankrijk' (=met de lantaarn aan de dijsel)
48) Lokers: Mij gat zee bakkere! (=Als iemand valselijk beschuldigd wordt, zegt men)
49) Genneps: Niemand nor de ooge hoeve te kie,ke (=niemand iets verschuldigd zijn)
50) Sint-Niklaas: nô stommen (zimmen) effen (=nu ben ik je niets meer schuldig, alles is betaald)

0 1 Volgende



Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote: Nederlandstalige spreekwoorden, Nederlandstalige gezegden en Wikipedia: Lijst van Nederlandse spreekwoorden. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Tips en mededelingen
Tip: Dubbelklik op elk willekeurig woord om spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden met dat woord te tonen

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
schuld (6)
ommer (1)
tim (7)
loten (3)
spek (9)
paus (8)
geld ruiken (1)
heus (1)
genoegen (1)
in de wolken (3)
oren knopen (1)
bekaai (2)
rotte appel (5)
waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over (1)
blinde vink (1)
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...