Spreekwoorden met `in a`

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `in a`

  1. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  2. een onzevader bidden in alle kapelletjes (=in alle cafés langsgaan)
  3. ik geloof er in als een jood in Jezus Christus (=ik geloof er maar weinig in)
  4. in adamskostuum (=naakt, zonder kleren)
  5. in andermans weide lopen de vetste koeien. (=bij een ander lijkt het altijd beter)
  6. je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  7. je neus in andermans zaken steken (=zich bemoeien met zaken die je niet aangaan)
  8. je pen in alsem dopen (=erg negatief of kwetsend schrijven)
  9. jezelf in acht nemen (=jezelf verzorgen)
  10. men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  11. met iemand in aanvaring komen (=ruzie of problemen met iemand krijgen)
  12. zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)

15 betekenissen bevatten `in a`

  1. geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
  2. onder het mes zitten (=een examen hebben, in angstige omstandigheden zitten)
  3. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  4. in de termen vallen (=ergens in aanmerking voor komen)
  5. aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  6. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  7. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  8. zo zeker als de bank (=iemand die in alles te vertrouwen is)
  9. een onzevader bidden in alle kapelletjes (=in alle cafés langsgaan)
  10. in de laagte zijn (=in armoedige toestand verkeren)
  11. je bedje is gespreid (=je komt in een situatie terecht waarin alles al voor je geregeld is)
  12. op stootgaren liggen (=klaarliggen om in actie te schieten)
  13. uilen naar Athene brengen. (=onzinnig werk (er zijn al wijzen=uilen genoeg in athene))
  14. het nakijken hebben (=te laat in actie zijn gekomen, een ander was je voor)
  15. adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)

26 dialectgezegden bevatten `in a`

  1. 'n bloemeke geeft wa fleur in a kaumer (=een bloemetje brengt wat kleur in je kamer) (Meers)
  2. a stuk in a uur hemme (=dronken zijn) (Overijses)
  3. e stik in a besse hemmen / e stik in a kloeiten hemmen (=zat zijn) (Moorsel)
  4. e stik in a gelee emmen (=Zat zijn) (Opwijks)
  5. een eijt in a ol emme, ei jeit een eijt in zaan ol (=Bang zijn, Hij is bang) (Brussels)
  6. Ge meugt in a andses plak'n (=Ge moogt blij zijn) (Zelzaats)
  7. Goa et woater in a kelder zeker (=Uw broek is te kort) (Bornems)
  8. iet in a bajses sspelen (=iets opeten) (Liedekerks)
  9. in a bleut gat leupen (=naaktlopen) (Ninoofs)
  10. in a botten slougen (=opeten) (Moorsel)
  11. in a broek schijten en alleloelia zingen (=luidop dromen) (Erps)
  12. in a gat gebeedn zijn (=verontwaardigd zijn) (Kaprijks)
  13. in a gat gebeite zaain (=beledigd zijn) (Dilbeeks)
  14. in a gat gebeten zen (=zich aangesproken voelen) (Moorsel)
  15. links rechts kattevitess steikt aa tienen in a tes, steikt ze niet te waad of ge zet ze kwaad (=kinderrijmpje) (tervurens)
  16. Maukt da ge weg zijt of 'k geef au nen trok in a ol (=Ga weg voor ik je eruit gooi!) (Temses)
  17. mej een eit in a gat zitte (=schrik hebben) (Hals)
  18. ne schjup in a fiuëre (=een schop in uw kloten) (Kaprijks)
  19. ne schjup in a klokkespew (=een schop in je ballen) (Kaprijks)
  20. pak-ta in a piuëdn in speel-tad in a kliuëdn (=eet dat op) (Kaprijks)
  21. pakt da in a puëten en speltj dat in a kluëten (=eet dat op) (Meers)
  22. pille (=vèr in â tasjlamp of in â viddejauspèlleke) (Dendermonds)
  23. sloeg ta in a kluute gelaak ne gruute (=eet flink je bord leeg) (Brussels)
  24. stopsels in a uuren emme (=niet goed horen) (Hals)
  25. tzal van an nees in a moil drippen (=men oogst wat men zaait) (Aalsters)
  26. wauter: G'ét wauter in a kelder (=Je broek is te kort) (Lebbeeks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen