37 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `iel`
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
- alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
- blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
- de achilleshiel (=de zwakke kant/plek van iets)
- de hielen lichten (=weggaan)
- de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
- door de ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
- een laag profiel houden (=zich niet laten opmerken)
- een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
- een stok in het wiel steken (=iets of iemand tegenwerken)
- eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=eten en drinken blijven levensbehoeften.)
- geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
- het gelaat is de spiegel der ziel. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
- het hieltje van de ham kluiven (=zijn laatste geld opmaken)
- het slechtste wiel van de wagen kraakt meest. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- het vijfde rad/wiel aan de wagen (=totaal overbodig, ongewenst)
- het wiel opnieuw uitvinden (=dubbel werk doen)
- hoe hoger het hart, hoe lager de ziel (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas)
- hoe meer zielen, hoe meer vreugd (=hoe meer mensen er bij zijn, hoe leuker dat het is)
- iemand de hielen laten zien (=inhalen of beter presteren dan de ander)
- iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
- iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
- iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
- iemand op de hielen zitten (=iemand bijna te pakken hebben)
- in iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
- je hielen laten zien (=weggaan)
- je ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
- je ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)
- liever iemand zijn hielen zien dan zijn tenen (=iemand niet goed kunnen verdragen)
- met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
- met hart en ziel (=met plezier en passie)
- met zijn ziel onder de arm lopen (=zich vervelen)
- moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
- naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken)
- stoot je hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)
- ter ziele zijn / ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meer bestaat of actief is)
- twee zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben)
14 betekenissen bevatten `iel`
- de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
- het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
- korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oplossen)
- kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
- het was uien (=het ging bijzonder slecht, het viel bijzonder tegen)
- iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
- er geen spaan van heel laten (=iets compleet vernielen)
- het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
- je maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=in moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
- geld dat stom is, maakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten)
- de fiets aan de haak hangen (=stoppen met wielrennen)
- met een sisser aflopen (=uiteindelijk viel het mee)
- er warmpjes bijzitten (=veel geld hebben, over ruime financiële middelen beschikken)
- liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
5 dialectgezegden bevatten `iel`
- diën eidal iël wa woaterkes deurzwomme (=die heeft al heel wat beleefd) (Antwerps)
- Mé iel A:ntwa:rpe mo ni mé moa (=Je gaat mij niet voor de gek houden.) (Antwerps)
- Mé iel den Ouwe God, mo ni mé deze zot (=je gaat mij niet voor de gek houden) (Antwerps)
- Mé iel Schoete mor ni mé men kloete (=Je gaat mij niet voor de gek houden.) (Antwerps)
- Mè iel zaane santeboetiek (=Met heel zijn hebben en houden) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen