Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

36 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `iel`

  1. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  2. alleen een piepend wiel krijgt olie. (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht.)
  3. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
  4. de hielen laten zien (=weggaan, vluchten)
  5. de hielen lichten (=weggaan)
  6. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  7. door de ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
  8. een goed geloof en een kurken ziel dan drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
  9. een laag profiel houden (=zich niet laten opmerken)
  10. een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
  11. geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
  12. het hieltje van de ham kluiven (=zijn laatste geld opmaken)
  13. het vijfde rad/wiel aan de wagen (=totaal overbodig, ongewenst)
  14. het wiel opnieuw uitvinden (=dubbel werk doen.)
  15. hoe hoger het hart, hoe lager de ziel. (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas.)
  16. hoe meer zielen, hoe meer vreugd. (=hoe meer mensen er bij zijn, hoe leuker dat het is.)
  17. iemand de hielen laten zien (=inhalen of beter presteren dan de ander)
  18. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
  19. iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  20. iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
  21. iemand op de hielen zitten (=iemand bijna te pakken hebben)
  22. in iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
  23. liever iemand zijn hielen zien dan zijn tenen (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  24. met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
  25. met hart en ziel (=met plezier en passie)
  26. met zijn ziel onder de arm lopen (=zich vervelen)
  27. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  28. naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken)
  29. stoot je hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)
  30. ter ziele zijn / Ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meer bestaat of actief is)
  31. twee zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben)
  32. zij hielden het onder de pet. (=zij brachten het niet in de openbaarheid.)
  33. zijn achilleshiel zijn (=de zwakke kant/plek van iemand zijn)
  34. zijn hielen laten zien (=weggaan)
  35. zijn ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
  36. zijn ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)

13 betekenissen bevatten `iel`

  1. save our souls (=(S.O.S) Redt onze zielen.)
  2. De kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  3. zij hebben een te grote broek aangetrokken. (=die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed hebben.)
  4. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier. (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele.)
  5. kind noch kraai hebben. (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf.)
  6. het was uien. (=het ging bijzonder slecht, het viel bijzonder tegen.)
  7. iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
  8. er geen spaan van heel laten (=iets compleet vernielen.)
  9. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  10. geld dat stom is, maakt recht wat krom is. (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten.)
  11. er warmpjes bijzitten (=over ruime financiële middelen beschikken)
  12. met een sisser aflopen (=probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk reuze mee)
  13. de fiets aan de haak hangen. (=stoppen met wielrennen.)

Het dialectenwoordenboek kent 22 spreekwoorden met `iel`

  1. Munsterbilzen - Minsters: ielke gek hèt ze gebrek (=aan iedereen mankeert wel wat)
  2. Bilzers: ielek op zenen toer (és niks te viël) (=rustig aan !)
  3. kortemarks: tis ne kap van mn ieln (=het is een koud kunstje)
  4. Munsterbilzen - Minsters: Ich hoch ielk honsgezeek ambras iëver men zweetpatees (=ik kreeg altijd woorden over mijn zweetvoeten)
  5. Munsterbilzen - Minsters: de moes nie op ielke slek zaat wille lègge (=je moet niet overal commentaar op geven)
  6. Twents: Öllie ieleu oe wa in? ; Öllied uille oele wa in? (=smeren jullie je wel in?(met zonnecreme))
  7. Munsterbilzen - Minsters: ielëk viëgelke zink waajet gebêk ès (=ieder doet het op zijn manier)
  8. Bilzers: ielek op zenen toer és niks teviël (=rustig aan, één voor één, aub)
  9. tervurens: ik zaain ielemoe wisjewasje (=ik ben van mijn melk, het noorden kwijt)
  10. Munsterbilzen - Minsters: ielëk op zenen toer ès niks teviël (=elk op zijn beurt zou mooi zijn)
  11. Munsterbilzen - Minsters: ielëk zen eege goesting (=naar eigen believen)
  12. Munsterbilzen - Minsters: aste bezoeëpe bés, moeste ielëk honsgezeek gojn zeeke (=als je veel gedronken hebt, moet je om de haverklap gaan plassen)
  13. Antwerps: Mé iel A:ntwa:rpe mo ni mé moa (=Je gaat mij niet voor de gek houden.)
  14. Munsterbilzen - Minsters: ich höb mér één aur on ielke kant (=ik kan ook niet alles weten)
  15. Munsterbilzen - Minsters: (da deeste nie !) op ielek pètsje passe dèkselke (=vraag eens aan die lesbienne wat de pot schaft)
  16. Leuvens: ik em den iele nacht wei zitte wezzele ! (=ik heb weer niet geslapen deze nacht)
  17. kortemarks: tis ne kap van mn ieln (=het is een kleine moeite)
  18. Munsterbilzen - Minsters: swanjiër zenen haave trouwboek mè goed en maok zen hauswerk mè ielke daog (=verzorg je vrouwtje maar goed en doe goed je echtelijke plichten)
  19. Antwerps: spelt wa me oe tiëne tot vermoak van oew iele (=wordt gezegd tegen iemand die klaagt dat hij zich verveelt)
  20. Munsterbilzen - Minsters: ielk op zene toer ès niks te viël (=beurt om beurt en zo gehoort het)
  21. Munsterbilzen - Minsters: Kaokële kan ielek,mér eer lègge nie (=de uitleg is mooi,nu nog doen !)
  22. Antwerps: Mé iel Schoete mor ni mé men kloete (=Je gaat mij niet voor de gek houden.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen