Spreekwoorden met `iel`

Zoek

37 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `iel`

  1. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  2. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  3. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
  4. de achilleshiel (=de zwakke kant/plek van iets)
  5. de hielen lichten (=weggaan)
  6. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  7. door de ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
  8. een laag profiel houden (=zich niet laten opmerken)
  9. een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
  10. een stok in het wiel steken (=iets of iemand tegenwerken)
  11. eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  12. geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
  13. het gelaat is de spiegel der ziel. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
  14. het hieltje van de ham kluiven (=zijn laatste geld opmaken)
  15. het slechtste wiel van de wagen kraakt meest. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
  16. het vijfde rad/wiel aan de wagen (=totaal overbodig, ongewenst)
  17. het wiel opnieuw uitvinden (=dubbel werk doen)
  18. hoe hoger het hart, hoe lager de ziel (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas)
  19. hoe meer zielen, hoe meer vreugd (=hoe meer mensen er bij zijn, hoe leuker dat het is)
  20. iemand de hielen laten zien (=inhalen of beter presteren dan de ander)
  21. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
  22. iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  23. iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
  24. iemand op de hielen zitten (=iemand bijna te pakken hebben)
  25. in iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
  26. je hielen laten zien (=weggaan)
  27. je ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
  28. je ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)
  29. liever iemand zijn hielen zien dan zijn tenen (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  30. met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
  31. met hart en ziel (=met plezier en passie)
  32. met zijn ziel onder de arm lopen (=zich vervelen)
  33. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  34. naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken)
  35. stoot je hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)
  36. ter ziele zijn / ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meer bestaat of actief is)
  37. twee zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben)

14 betekenissen bevatten `iel`

  1. de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  2. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  3. korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oplossen)
  4. kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
  5. het was uien (=het ging bijzonder slecht, het viel bijzonder tegen)
  6. iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
  7. er geen spaan van heel laten (=iets compleet vernielen)
  8. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  9. je maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=in moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
  10. geld dat stom is, maakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten)
  11. de fiets aan de haak hangen (=stoppen met wielrennen)
  12. met een sisser aflopen (=uiteindelijk viel het mee)
  13. er warmpjes bijzitten (=veel geld hebben, over ruime financiële middelen beschikken)
  14. liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)

5 dialectgezegden bevatten `iel`

  1. diën eidal iël wa woaterkes deurzwomme (=die heeft al heel wat beleefd) (Antwerps)
  2. iel A:ntwa:rpe mo ni mé moa (=Je gaat mij niet voor de gek houden.) (Antwerps)
  3. iel den Ouwe God, mo ni mé deze zot (=je gaat mij niet voor de gek houden) (Antwerps)
  4. iel Schoete mor ni mé men kloete (=Je gaat mij niet voor de gek houden.) (Antwerps)
  5. iel zaane santeboetiek (=Met heel zijn hebben en houden) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen