3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `enda`1) ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen) 2) dat staat op de agenda. (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden.) 3) een verborgen agenda hebben. (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband.) 3 betekenissen bevatten `enda`1) avondrood water in de sloot (=een rood ondergaande zon betekent vaak regen 's anderendaags) 2) om des keizers baard (=voor een niemendal, voor niets) 3) avondrood brengt water in de sloot (=weerspreuk : rood ondergaande zon betekent vaak regen 's anderendaags) Het dialectenwoordenboek kent 44 spreekwoorden met `enda`1) Hulsters (NL): aij is van allendah (=hij kan ieder moment sterven) 2) Volendams: bedakke dag (=gezellige Volendammer dag) 3) Oudenbosch: bendal wiesse (n)appe ? (=heb je je al een gebit laten aanmeten ?) 4) Oudenbosch: bendal wiesse strooje ? (=heb je het communicantje al gefeliciteerd ?) 5) Oudenbosch: bendal wir wa bekomme ? (=ben je weer wat opgeknapt ?) 6) Oudenbosch: bij dun bunker motte gij rechs(z)af (=van Oudenbosch via de Zeg naar Roosendaal) 7) Oudenbosch: bij jut Aankur (=halverwege Roosendaal en Wouw) 8) Westerkwartiers: da's mor 'n vortsmiederke (=dat is maar een niemendalletje) 9) Westerkwartiers: dat moe'n ze iendamm'm (=daaraan moeten ze een halt toeroepen) 10) Bilzers: de zon sjaajnt sjaun vendaog (=het is zonnig weer vandaag) 11) Bilzers: Doë ès 't allendaog pênneke vèt (=Daar is het goed leven) 12) Bilzers: doë ès 't allendaog pênneke vèt (=dar is het goed leven) 13) Giesbaargs: doese man komplimenten (=zeg goeiendag , zeg hallo) 14) Roois (Sint-Oedenrode): Dun Leup (=Beekje vanuit het bos (den Diependaol) naar de Dommel) 15) Zeels: een scheet in een flesse (=een niemendalletje) 16) Waregems: elk ne goen da(g) (=goedendag iedereen) 17) Steins: emes de goojendaag zègke (=iemand groeten) 18) Bilzers: gistere verkloërde zemech zik, en vendaog worech al daud (=van een mug een olifant maken) 19) Antwerps: hij eeget in zene kladerendatsj geslagen (=hij heeft het met veel smaak opgegeten) 20) Zeeuws: hoeiendag oe is t noe? (=goedendag hoe gaat het) 21) Munsterbilzen - Minsters: Ich hüb den Dikke Zjenderm nog dèk zien op te loop gon mèt zen aa kammenët as de waolen on Den Danmark (laoter Jaws) mèt e man of tein zen kammenet wolle ümgoeje (=Lachwekkend was vooral het optreden van Den Dikke (gendarme) om de orde te herstellen in de Danmark (van Twanneke van Zjeif); als de Waaltjes wervraak namen op zijn rijkswachtcamionette was hij rap verdwenen) 22) Sint-Niklaas: iemand pjaan mè een doo mus (=iemand met een niemendalletje tevreden willlen stellen) 23) Munsterbilzen - Minsters: iëver de brêg vant kanaal noë Zietendel loeg nog een hoote brèg, baliebrèg zaagte ze doë tiëge, ze wont 'taajelëk ongelaach as naudbrèg vërret bels laeger, noët boembardement onder den oerlog. (=over het Albertkanaal richting Zutendaal lag een houten noodbrug, baliebrug genaamd, die de soldaten van het Belg. leger er zogezegd tijdelijk legden na een Duits bombardement) 24) Tilburgs: ik drink èègelek nôot, mar zo meejèndan meude wèl es van oe gelêûf valle. (=ik drink eigenlijk nooit alcohol, maar zo nu en dan mag je wel eens zondigen.) 25) aarschots: kassaastampers (=kasseistampers (legendarische bijnaam van de Aarschottenaars)) 26) Munsterbilzen - Minsters: koëme vër ter vendaog nie, dan esset vür mörge (=morgen komt nog een dag) 27) Munsterbilzen - Minsters: kommendant vant sjijthaus (=baas van mijn voeten) 28) Munsterbilzen - Minsters: kommendant vant sjijthaus ! (=baas van niets !) 29) Munsterbilzen - Minsters: leed sjendaol (=smeerlap) 30) Munsterbilzen - Minsters: leir van gistere,dreem van mürge, mè laef vendaog (=de tijd vliegt snel, gebruik hem wel) 31) Veurns: mit de gendarmesteke (=Traag) 32) Oudenbosch: ne riksdaolder blienkt mar ne Roosendaoler stienkt (=Chauvinisme domheid plaatselijk) 33) Volendams: nick (=volendan) 34) Bilzers: Stèl nauts aut tot mûrge woste vendaog nog der aander kons létte doen (=laat vooral onmiddellijk uitvoeren) 35) duffels: sweikendags dinge (=doordeweekse kleren) 36) Flakkees: T was mar un blauwe maendag (=Als iemand ergens kort lid/bij is geweest) 37) Zichems: te loemp veu in een koei heur gat ne goeiendag te roepe (=verschrikkelijk dom zijn) 38) Lichtervelds: tis simple lik goendag zeggn int Frans (=het is heel eenvoudig) 39) Lebbeeks: védder: God védder a (=Goedendag (afgeleid van) 40) Bilzers: vendaog gon ich menen oto nogés én de geraach zétte (=vandaag is het te doen) 41) Munsterbilzen - Minsters: vendaog spiël ich n tausmatch (=ik blijf vandaag thuis bij de vrouw) 42) Bilzers: Vendaog steedtem zene kop verkeird (=Hij is in een slechte bui vandaag) 43) Bilzers: wot hübste vendaog toch mèr op zen praaj (=wat doe je zo kregelig vandaag) 44) Zaans: Zendaik mot Zendaik blaive! (=dit zeiden Zaandijkers die tegen samenvoegingen waren (reeds begin 20e eeuw was er sprake van samenvoeging met Koog)) Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Tip: Weet u spreekwoorden die typisch zijn voor uw dialect? Voeg ze toe in het dialectenwoordenboek en het verschijnt automatisch in deze lijst. | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedieRecente zoekopdrachtenTussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden• enda (3) • zolder (6) • de keper beschou (2) • aanb (8) • Kastanje (2) • het geld reg (1) • Eintje (5) • elkaar de bal toekaatsen/toespelen (1) • Mut (13) • iets op de mouw spelden (1) • Zich in het hol van de leeuw wagen (1) • Er gaat een belletje rinkelen (1) • Begr (7) • verneem (1) • aadj (12) | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||