50 dialectgezegden bevatten `bij`
- de vès begint altijd ieës te stinke bij de kop (=het loopt altijd eerst mis bij de leiding) (Munsterbilzen - Minsters)
- De voebal (=bij de voetbalvereniging) (Benschops)
- de wege komme aomel bij mekaor (=de wegen komen allemaal bij elkaar) (Hoeksche Waards)
- De wind zit omhoog (=bij noord, noord-oost of oostenwind) (Bevers)
- De wind zit omlieëg (=bij zuid, zuidwest of zuidoosten wind) (Bevers)
- de wolke hange¨liëg ' t zal nog goan regene (=als bij iemand het kruis van zijn broek te laag hangt) (Antwerps)
- de zon steit op stiepe, mörge raegentj ‘t mèt ziepe (=gezegd bij het zien van Jacobsladders (zonnestralen door wolkendek)) (Heitsers)
- déa werrekt bè den eezereweg (=hij werkt bij de nmbs) (Tiens)
- dee ei mich in mén ròòpe gescheite (S*) (=hij heeft het bij mij verkorven) (Sintrùins)
- Deer hef ik geen ferlet van (=Daar heb ik geen belang bij) (Snekers)
- dees reis betaal ich (=dit keer betaal ik (bijv. bij een rondje)) (Heitsers)
- den denen eed in min roapen gescheten (=die heeft er bij mij gelegen) (Sint-Niklaas)
- den diene hee ze nie alle vijve (=niet goed bij zijn verstand) (Lovendegems)
- den duvel schit alt op de groetsten oûp (=het geld wil altijd bij dezelfde zijn) (Sint-Niklaas)
- den keutel dicht bij 't hart hèbbe (=Angstig zijn) (Genneps)
- den moet mar bij de schutterij (=Van iemand die niet drinkt) (Genneps)
- Dêr hast de keutel bij it skjinne ein. (=jij hebt de keutel bij het schone eind) (Fries)
- det akkerdeertj toch neet zoeë good mèt ein (=dat past niet goed bij elkaar) (Heitsers)
- det is ein sjerkeukske (=letterlijk: koekje waarvoor men de laatste kliekjes bij elkaar doet om er nog wat van te bakken; figuurlijk: het jongste kindje uit een groot gezin, vaak een nakomertje.) (Heitsers)
- det is ein vèt verke zien gaat gesmaerdj (=iemand die veel heeft; werd ook wel gezegd bij rijk dubbel belegde boterhammen) (Heitsers)
- det vèltj wie stróntj in ein mendje (=het zit mee; (als bijvoorbeeld bij kaarten alle troeven vallen)) (Heitsers)
- deur ' t eeuwig proam' n (=nadat hij zo bij me aandrong) (Waregems)
- Deur de wiend (=Dronken, overstag gaan bij het zeilen) (Giethoorns)
- deurejager (=Iemand die veel eet zonder bij te komen) (Ostêns)
- di lopt un streepje deur (=niet zon bij de hand persoon) (Zeeuws)
- dich lëps get aater (=je bent niet meer bij -je bent niet van deze moderne tijd) (Munsterbilzen - Minsters)
- Die 't breeëd èt, lat et breeëd ang'n (=Wie goed bij kas zit, leeft royaal.) (Veurns)
- die 't dichtste bij 't vuur zit, waarmt zich op 't beste (=een voordeeltje krijgen omdat men jou kent) (Westerkwartiers)
- die benn'n goed met 'n anner op streek (=die passen goed bij elkaar) (Westerkwartiers)
- die bie stikte mè (=die bij stak mij) (Sint-Niklaas)
- Die et de wabber (=Die is niet helemaal goed bij zijn hoofd) (Volendams)
- die gaodaart bij wiend mee (=wind mee voor iemand op de fiets met flaporen) (Oudenbosch)
- die heeft goe in mijn rapen gescheten (=die heeft bij mij afgedaan) (Hoogstraats)
- Die heiter een paer op't gors laopen. (=Die persoon is niet helemaal goed bij zijn hoofd.) (Flakkees)
- die het cent'n bij de vleet (=die heeft geld in overvloed) (Westerkwartiers)
- die het een tik van de meulen gehad (=niet helemaal goed bij zijn hoofd zijn) (Alblasserdams)
- Die het zeker nun klap van de molen gehad, ofwa (=Hij is niet goed bij zijn hoofd.) (Brabants)
- die is bij de pink'n (=die is goed bij de tijd) (Westerkwartiers)
- Die is ok bij dun erste leuge nie gebarste! (=Als je een ander wil vertellen dat hij die persoon niet zomaar hoeft te geloven) (betuws)
- die jebbe ze mooi bij z ne veter gat (=die is te grazen genomen) (Oudenbosch)
- die ka vliege vangen mè zè gat (=bij die lukt alles) (Sint-Niklaas)
- die ken niet ien 'e schaduw stoan bij . . . (=die is lang niet zo goed als . . .) (Westerkwartiers)
- die kleure fokkedeere nie (=die kleuren staan / passen niet bij elkaar) (Oudenbosch)
- die komt er op gien stukk'n noa (=die komt er bij lange na niet) (Westerkwartiers)
- Die loop voor schobberdebonk (=Hij loopt er slordig (gekleed) bij) (Dordts)
- die luu ligke zich neet (=sommige mensen passen niet bij elkaar) (Steins)
- die mokt er korte metten mee (=bij die man duurt het niet lang) (Sint-Niklaas)
- die motte ze bij ze lurve pakke (=die moet aangepakt worden) (Oudenbosch)
- die slagt de spieker op ' e kop (=die heeft het bij het rechte eind) (Westerkwartiers)
- die vent die spoort nie (=die kerel is niet goed bij z'n verstand) (Brabants)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen