250 betekenissen bevatten `bij`
- van lotje getikt zijn (=niet goed bij het verstand zijn)
- ze zien vliegen (=niet goed bij het verstand zijn)
- een klap van de molen gekregen hebben (=niet goed meer bij verstand zijn)
- het hoofd loopt me om (=niet meer weten wat te doen (bv bij drukte))
- voet bij stuk houden (=niet toegeven, bij de eigen ideeën blijven)
- niet in de wieg gesmoord (=niet van bij de opkomst vernietigd - al oud)
- niet veel om de hakken (=niet veel bijzonders)
- niet veel zaaks (=niet veel bijzonders)
- door een eiken plank kunnen zien als er een gat in zit (=niet zo bijzonder zijn als je je voordoet)
- geen zoden aan de dijk brengen/zetten (=niets bijdragen tot)
- uit de pot van Egypte eten (=nog thuis eten bij de ouders die voor je zorgen)
- Parijs is wel een mis waard (=om een voordeel te behalen bij tegenstanders aansluiten)
- het ringetje van de deur kussen (=onderdanig / beleefd zijn voorbij geloofwaardigheid)
- een dag is nooit zo nat of de zon schijnt altijd wat (=ook bij nare situaties zijn er lichtpuntjes)
- alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
- je slag slaan (=op het goede moment de kansen benutten, bijv. dingen kopen)
- nooit troef verzaken (=overal bij zijn, altijd meedoen)
- iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
- het staat geschreven en gedrukt je moet krabben waar het jeukt (=problemen bij de bron aanpakken)
- botje bij botje leggen (=samen geld bijeen leggen om te betalen)
- hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
- een stoelendans (=situatie waarbij mensen van functie wisselen)
- eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
- er een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
- als David zijn volk telde verloor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de strijd)
- van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
- uit z`n rol vallen (=tijdens het spelen iets zeggen of doen wat niet bij de rol hoort)
- je tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)
- naar de bar(re)biesjes gaan (=totaal verloren gaan zonder dat er iets van overblijft (bijv. een schip dat vergaat))
- gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)
- haar op de tanden hebben (=van zich af kunnen bijten)
- je eigen dood sterven. (=vanzelf voorbij gaan)
- veel omslag maken (=veel bijzonders doen)
- heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
- vissers en jagers, zijn vrouwenplagers. (=vissers en jagers zijn vaak bij de vrouw weg)
- achter de rug zijn (=voorbij zijn)
- ze niet alle vijf hebben (=vreemd gedragen of niet goed bij het verstand zijn)
- onder vier ogen (=waarbij slechts twee personen aanwezig zijn)
- als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
- getroffen zijn door (=wat je bijzondere gevoelens geeft, geraakt zijn door)
- gedane zaken hebben geen keer (=wat voorbij is, keert niet meer weer)
- poppetje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
- het paard moet tot de kribbe komen. (=wie belang heeft bij een zaak moet er zelf op uit gaan)
- adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
- ze is zo plat als een botje (scholletje) (=ze heeft bijna geen borsten)
- de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
- iemand wel kunnen schieten (=zich bijzonder ergeren aan iemand)
- op je stuk staan (=zich niet laten ompraten en bij de eigen mening blijven)
- ieder dubbeltje drie keer omdraaien (=zo gehecht zijn aan geld dat men aarzelt bij iedere uitgave)
- in der minne schikken (=zonder verder geruzie bijleggen)
50 dialectgezegden bevatten `bij`
- bij zen pees gepakt (=iemand bedrogen hebben) (Wolvertems)
- bij zijne schabbernak pakken (=Iemand bij de kraag pakken) (Bevers)
- bij zijnen schabbernak pakker (=iemand bij de kraag vatten) (Zeels)
- bij Zjang van Merie en zoën Fons kochte vür ooze roje Flandria brommer, dae goeng wol 90 per oer.Jang doeg de viloos mèr Fons sliëtelde giën on brommers, totter zelfs brommercrosse ènrichde aater de joengessjoël (nau Kapelhof) (=bij Jacqmaer kocht de jeugd de snelle rode Flandria bromfiets. Terwijl Jan de fietsenklaten hielp, Marie de benzinepomp, was Fons bezeten van motoren, hetgeen ontaardden in brommercrossen in de kloosterbeemden, het huidige Kapelhof) (Munsterbilzen - Minsters)
- bij zoot wel (=wel neen) (Ouwegems)
- bij zullie thuis (=bij de schoonouders) (`t-Heikes)
- bijna bij de heere Jezus aan tafel zitten (=Hoog in een flat wonen) (IJmuidens)
- bille bij ouwn (=iemand genegen blijven om iets te verkrijgen) (Waregems)
- bist ja nait goud snik (=hij is niet goed bij zijn hoofd) (Hogelandsters)
- bist ja nait goud snik (=niet goed bij je hoofd) (Gronings)
- bloed voeste (=Bloed kloppen bij het aanhuisslachten) (Wells)
- bloem'n op zèn bieënen èmmen (=bloemen op de benen hebben - de benen zijn rood geblakerd van bij de stoof te zitten of rood van de kou) (Meers)
- boa ze schabbernak pakke (=bij zijn kraag vatten) (Willebroeks)
- Boadskappen doën bij Puis (=Boodschappen halen bij Poiesz) (Snekers)
- bodder bij de vis!! (=contant betalen!!) (Westerkwartiers)
- boë zenne kallei pakke (=bij de kraag vatten) (Rotselaars)
- boezjie: De boezjie vastagen (=Voor spek en bonen bij een vrijend stel zijn) (Lebbeeks)
- Bótter bie d'r visj. (WT) (=Betalen bij de koop) (Mechels (NL))
- Bouter ba de vis (=Boter bij de vis (betalen bij aankoop)) (Mechels (BE))
- broeskoekeren (=bij mooi weer in huis zitten) (Flakkees)
- Bu’j wa good snik, Bu'j gek? He’j ‘t goed wies kapot? (=ben je wel goed bij je hoofd) (Achterhoeks)
- d´r stoef bij laans (=er dicht bij langs) (Westerkwartiers)
- d'er an toelêën (=er geld bij inschieten) (Kaprijks)
- d'n die is ongelukkig geboruh (=er waren complicaties bij zijn geboorte) (Hendrik-Ido-Ambachts)
- d'n duvel sjiet altied op de grótsten haop (=rijkdom groeit in de regel sneller bij rijken dan bij armen) (Tegels)
- d'n hieële sânte-petiek (=alles bij elkaar) (Weerts)
- D'oenders roov'n. (=De eieren bij de kippen weghalen.) (Maldegems)
- d'r is gien koe bij uut stuur (=het nadeel valt reuze mee) (Westerkwartiers)
- d'r lopt één zwaart schoap tuss'n (=in de club is er één bij die kwaadwillig is) (Westerkwartiers)
- d'r mee onder zitten (=iets bij u hebben) (Moorsel)
- d'r wordt veul ongegund brood eet'n (=de zon niet bij een ander in het water kunnen zien schijnen) (Westerkwartiers)
- d' r is gen begién te begesselen of ze zien urbié (=er als de kippen bij zijn) (Budels)
- d' r waar' n veul mens' n bij ' t pad (=er was veel publiek op de been) (Westerkwartiers)
- da des stijf bij 't aar etrokn zulle! (=dat is ferm overdreven hoor, uit zijn context gerukt) (Waregems)
- da doede maar in oew eigen 'uis'ouwe (=doet u dat maar bij uw eigen huis) (Bredaas)
- da frit gee braud (=er is geen haast bij) (Munsterbilzen - Minsters)
- da goa goe t' huupe (=dat past goed bij elkaar) (Lovendegems)
- da goa goe thuupe (=dat past goed bij elkaar) (Gents)
- da goa goe tiuëbe (=dat past goed bij mekaar) (Kaprijks)
- da kan bij ut kachelout (=doe dat maar weg) (Oudenbosch)
- da kan er bij mich nie èn (=dat begrijp ik niet) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kanter bij mich heilegans nie én (=dat versta ik nu eens helemaal niet!) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kump bij mich nog nie ès op (=ik denk er niet aan) (Munsterbilzen - Minsters)
- da ligt nie in 't vier (=daar is geen haast bij) (Meers)
- da pak bij mich geen verf (=dat gaat je bij mij niet lukken) (Munsterbilzen - Minsters)
- da steed waaj en tang oppe vèrke (=dat past niet bij elkaar) (Munsterbilzen - Minsters)
- Da stoa as een tang oep een varke (=Dat past niet bij elkaar) (Herentals)
- da zitj in mènnen neus (=het verkorven hebben bij mij) (Meers)
- Da-w ze nog langen maggn lusten, kriegn zal wel gaon (=Wordt wel eens gezegd bij het aanbieden van een borreltje) (Giethoorns)
- da's 'n kolfke noar zien haand (=dat past precies bij hem) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen