zinnen

werkw.
Uitspraak:  zɪnə(n)]
Vervoegingen:  zinde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezind (volt.deelw.)

plezier doen
Voorbeeld:  `Het zint me niks dat de benzine nog duurder wordt.`
Synoniem:  bevallen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanstaan bedenken behagen beramen bevallen broeden nadenken overdenken plan beramen verzinnen volzinnen wikken

Spreekwoorden en zegswijzen
• men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
• kroes haar kroeze zinnen (=iemand met gekruld haar is wispelturig)
• gekruld haar gekrulde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)
• gekroesd haar gekroesde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)
• ergens zijn zinnen op zetten (=iets graag willen hebben)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Wat is juist: `Zij zon op wraak of `Zij zinde op wraak`? Zie Zinde / zon op wraak

3 definities op Encyclo
  • • [inerg] de gedachten ergens over laten gaan. • [onpr] in de smaak vallen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  • naar de zin zijn, bevallen - Jaar van herkomst: 1840 (WNT ) peinzen over - Jaar van herkomst: 1480 (MNW )
  • 1) Aanstaan 2) Bedenken 3) Behagen 4) Beramen 5) Bevallen 6) Broeden 7) Denken 8) Denken over 9) Nadenken 10) Overdenken 11) Peinzen 12) Verzinnen 13) Wikken
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met zinnen:
    zinnen op

    Deze woorden eindigen op zinnen:
    bazinnenbezinnenbijzinneneenoudergezinnengezinnenverzinnenvolzinnenvraagzinnen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    zinnen (peinzen over)