de bobbel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbɔbəl]
Verbuigingen:  bobbel|s (meerv.)

1) ronde gezwollen plek
Voorbeeld:  `een bobbeltje op je been`
Synoniemen:  bult, knobbel

2) ronde plek die uitsteekt boven de omgeving
Voorbeelden:  `een bobbel in een fietsband`,
`een bobbel in de weg`
Synoniem:  bult

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bolling buil bult dikte hobb hobbel knobb knobbel oneffenheid ongelijkheid opgezwollen plek opzetting pukkel steenpuist uitpuiling uitstulping zwelling

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), opborreling; (door koking of gesting), waterbel; bies. ~EN, ow. [gelijkvloeiend] (ik bobbelde, heb gebobbeld), koken, bobbels ...
  2. 1) Bel 2) Blaar 3) Blaar of buil 4) Blaas 5) Bolling 6) Buil 7) Bult 8) Bultje 9) Dikbuikig jeneverflesje 10) Dikte 11) Gezwel 12) Hobbel 13) Knobbel 14) Knots 15) Matten...
  3. ronde verhoging op het lichaam vb: er zit een bobbel op je arm Synoniemen: bult knobbel
  4. knobbel, luchtbel Jaar van herkomst: 1490 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bobbel:
bobbeldebobbeldenbobbelenbobbelsbobbelt

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bobbel (bult)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `bobbel`.