broeden

werkw.
Uitspraak:  [ˈbrudə(n)]
Vervoegingen:  broedde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebroed (volt.deelw.)

(van vogels) op een ei zitten om het kuiken eruit te laten komen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gebroed koesteren nadenken uitbroeden warmhouden zinnen

Taaladvies
Wat is juist: eendagskuiken of ééndagskuiken? Zie eendagskuiken / ééndagskuiken

8 definities op Encyclo
  • Reproductieproces bij vogels in het algemeen, het op eieren zitten in het bijzonder (z.o. broedseizoen, incubatie)..
  • • [inerg] een gelegd ei met lichaamswarmte warm houden.
  • Het reproductieproces of de reproductie-activiteit (zie de inleiding). Alternatieven: broedend broedvogel broedvogels
  • Broeden is het door warmte doen uitkomen van eieren, in het bijzonder bij vogels. De plaats waar eieren in de natuur worden uitgebroed heet een nest. Broeden vindt gewoo...
  • op eieren zitten tot de jongen eruit komen vb: die kip zit te broeden ergens op zitten broeden [het in stilte uitdenken]
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met broeden:
    broeden op

    Deze woorden eindigen op broeden:
    bebroedenuitbroeden

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    broeden (op eieren zitten; beramen)