ploegen

werkw.
Uitspraak:  [ˈpluxə(n)]
Vervoegingen:  ploegde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geploegd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(grond) met een ploeg (1) bewerken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
omgraven omploegen omspitten omwerken ploeteren spitten

Spreekwoorden en zegswijzen
• op rotsen ploegen (=iets doen wat tevergeefse moeite is)
• met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
• er is met hem te eggen noch te ploegen (=er is met hem niets aan te vangen)
• de zee ploegen (=de zee bevaren)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. 1> baggerploegen. 2> moeizaam vooruit komen in ondiep vaarwater.
  2. er met een apparaat doorheen gaan waardoor de aarde wordt omgekeerd vb: de boer ploegde zijn land we ploegden door het zand [er met grote moeite doorheen lopen]
  3. Grondbewerking waarbij het werktuig, de ploeg, de grond horizontaal en verticaal lossnijdt, door respectievelijk het kouter en de ploegschaar. Het los gesneden deel noemt...
  4. zie reuk.
  5. •zwoegen, met grote moeite vooruitkomen. •(m.b.t. land) met de ploeg bewerken
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met ploegen:
ploegendienst

Deze woorden eindigen op ploegen:
haakploegenkeerploegenomploegen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ploegen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `ploegen` kennen.