zelfverzekerd

bijv.naamw.
Uitspraak:  [zɛlfəzekərt]

(van iemand) met veel zelfvertrouwen
Voorbeelden:  `een zelfverzekerde deelnemer aan de wedstrijd`,
`zelfverzekerd antwoorden`
Antoniem:  onzeker
Synoniem:  zelfbewust

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
assertief gedecideerd vast zeker zelfbewust bang (antoniem)onzeker (antoniem)

Taaladvies
Zelfzeker / zelfverzekerd: Is zelfzeker correct?

Intensiveringen
Uitdrukkingen die zelfverzekerd betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
man van de wereld;

4 definities op Encyclo
  1. zeker van jezelf, vol zelfvertrouwen vb: zelfverzekerd nam hij het woord
  2. [Nederlands] je twijfelt niet, je gaat op je doel af, je weet wat je wilt.
  3. 1) Assertief 2) Astrant 3) Astrantig 4) Gedecideerd 5) Parmantig 6) Stevig in zijn schoenen staand 7) Vast 8) Zeker 9) Zelfbewust 10) Zonder vrees
  4. Zelfverzekerdheid, zelfzekerheid of zelfvertrouwen is een toestand waarin men (sterk) vertrouwen heeft in het eigen kunnen. Veelal betreft het een vertrouwen in de zaken...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zelfverzekerd:
zelfverzekerdheid

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zelfverzekerd` kennen.