I de wagen

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['waxə(n)]
Verbuigingen:  wagen|s (meerv.)

1) voertuig, meestal op vier wielen en zonder motor
Voorbeelden:  `aanhangwagen`,
`winkelwagentje`
Synoniem:  kar

2) auto
Voorbeeld:  `vrachtwagen`


II wagen

werkw.
Uitspraak:  ['waxə(n)]
Vervoegingen:  waagde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gewaagd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iets gevaarlijks of iets waarvan je niet goed weet of het zal lukken) doen
Voorbeelden:  `een poging wagen`,
`Hij waagde het erop en liet zijn paraplu thuis.`,
`Waag het niet om dichterbij te komen!`,
`Ik waag mij niet op het ijs.`,
`waaghals`
Synoniem:  riskeren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandurven auto avonturen durven kar paardenwagen rijtuig riskeren vehikel voertuig

Spreekwoorden en zegswijzen
• zich in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
• krakende wagens lopen/rijden het langst. (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
• het vijfde rad/wiel aan de wagen (=totaal overbodig, ongewenst)
• het paard achter de wagen spannen (=iets nutteloos doen of verkeerd aanpakken)
• een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
Toon alle 7 spreekwoorden die wagen bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met wagen een ander begrip versterken?
wagenwijd;

13 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik waagde, heb gewaagd), ondernemen, beproeven, zich (aan onzekere kansen) blootstellen; in de...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), voertuig, rijtuig; naam van [zeker, zekere] gesternte; de groote -, de groote beer (sterrebeeld). ~AAR, m. (-s), voerman. ~AS,...
  3. vervoermiddel dat bestaat uit een kar of bak met vier wielen vb: de baby ligt in de kinderwagen ze komen met de wagen [met de auto]
  4. je niet door angst of onzekerheid laten tegenhouden vb: hij waagde het toch naar huis te rijden met die gladheid een kansje wagen [iets proberen] waag het niet om ...! [d...
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Wagen``] De opmerking, dat men in den oorlog weinig met zekerheid kan voorzien, is zeer oud en waarschijnlijk even oud als de oorlo...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met wagen:
wagenswagenwijdwagenziek

Deze woorden eindigen op wagen:
aanhangwagenbestelwagenbezemwagenformulewagenheksenwagenkinderwagenkruiwagenladderwagenvluchtwagenverhuiswagenwijtewagenluiwagenpersonenwagenpraalwagenstrijdwagenracewagenlepelwagenoprijwagentakelwagensleepwagen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. wagen (in beweging zijn)
  2. wagen (riskeren)
  3. wagen (voertuig)
  4. wagen = gewagen (vermelden)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `wagen` kennen.