wagenziek

bijv.naamw.
Verbuigingen:  wagenzieker
Verbuigingen:  wagenziekst

ziek door het rijden in een auto, trein of wagen
Voorbeeld:  `- „Rijden we open of dicht?” Open uiteraard, zo deden we het thuis ook. Eend-rijder Kees-Jan Smit maakt de klemmen boven de voorruit los, de rest doen we samen; man links, man rechts. Rollen tot halverwege het dak, nog twee klemmen lossen en zo symmetrisch mogelijk doorrollen tot de achterruit, waar het geheel met drukknopen wordt vastgezet. Voilà, de vierpersoons cabrio die de 2CV van 1948 tot 1990 was, de anti-auto van mijn ouders. De enige auto waarin ik niet wagenziek werd. `


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. Zie handboek wagenziek
  2. 1) Onpasselijk
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `wagenziek`.