de auto

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ɑuto, 'oto]
Verbuigingen:  auto|'s (meerv.)

motorrijtuig op vier wielen
Voorbeelden:  `met de auto naar je werk rijden`,
`een auto huren op het vliegveld`,
`de auto parkeren`,
`leaseauto`
Synoniem:  wagen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
automobiel bak bolide kar vehikel wagen

Spreekwoorden en zegswijzen
• een vogel in de auto rijden (=elk geval kan overal mee leven)
• de auto is voor velen een heilige koe. (=iets heiligs, waar je niet aan mag komen.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Stukke / kapotte auto: Kan stuk voor een zelfstandig naamwoord gebruikt worden, bijvoorbeeld een stukke auto of een stuk horloge?

7 definities op Encyclo
  1. Een auto of automobiel (van Grieks auto- (`vanzelf`) en Latijn mobile (`bewegend`) is een uit het rijtuig en de fiets ontwikkeld voertuig dat zich zelfstandig voortbeweeg...
  2. Een personenauto is een voertuig op 3 of meer wielen waarvan de toegestane maximummassa minder bedraagt dan 3500 kg. Voor het besturen van een auto is rijbewijs B vereist...
  3. zelf vb: hij is autodidact - heeft het zichzelf geleerd
  4. vervoermiddel met motor en meer dan twee wielen vb: als het slecht weer is, ga ik met de auto
  5. 1) Automobiel 2) Bak 3) Bolide 4) Grieks voorvoegsel 5) Heilige koe 6) Jongensspeelgoed 7) Kar 8) Mechanisch voortgedreven voertuig 9) Motorrijtuig 10) Motorvoertuig 11) ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met auto:
auto-immuunauto-immuunziekteauto-ongelukauto-ongevalauto-ongevallenauto'sautoantenneautobaanautobandautobandenautobanenautobestuurderautobezitautobezitterautobiografieautobiografieënautobiografischautobouwerautobusautobussen
Toon alle woorden die beginnen met auto

Deze woorden eindigen op auto:
bestelautokampeerautoleaseautolesautoluxeautovluchtautowaterstofautoterreinautotrapautogeldautorobotautosportautodwergautodeelautobotsautovuilnisautopersonenautoraceautokraanautotakelauto
Toon alle woorden die eindigen op auto

Herkomst volgens etymologiebank.nl
auto (motorrijtuig)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `auto`.