riskeren

werkw.
Uitspraak:  [rɪsˈkerə(n)]
Vervoegingen:  riskeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geriskeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

bewust de kans lopen dat iets onaangenaams gebeurt
Voorbeeld:  `Door valse gegevens op te geven, riskeer je een flinke boete.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
avonturen durven gevaar lopen wagen

4 definities op Encyclo
  1. het risico nemen vb: iemand kan ons betrappen; dat moeten we maar riskeren
  2. 1) Avonturen 2) Blootstellen 3) De kans lopen 4) Dreigen 5) Durven 6) Gevaar lopen 7) Gokken 8) Op het spel zetten 9) Wagen
  3. [Nederlands] gevaar lopen
  4. wagen Jaar van herkomst: 1777 (MEY )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
riskeren (wagen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `riskeren`.