fantaseren

werkw.
Uitspraak:  [fɑntaˈzerə(n)]
Vervoegingen:  fantaseerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefantaseerd (volt.deelw.)

(dingen die niet waar zijn) in je gedachten bedenken
Voorbeelden:  `Hij fantaseert de gekste dingen.`,
`fantaseren over de toekomst`
Synoniem:  verzinnen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bazelen bedenken opdissen raaskallen uitdenken verdichten verzinnen voorwenden

2 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 willekeurig, naar zijn gevoel en zijne invallen, voor de vuist spelen. Zie phantaseren en phantasie
  • 1) Bazelen 2) Bedenken 3) Dagdromen 4) Fabuleren 5) IJlen 6) Liegen 7) Onwaarheden zeggen 8) Opdissen 9) Raaskallen 10) Uitdenken 11) Verbeelden 12) Verdichten 13) Verzin...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    fantaseren