de vis

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [vɪs]
Verbuigingen:  vis|sen (meerv.)

dier met vinnen, schubben en kieuwen dat onder water leeft
Voorbeelden:  `een school vissen`,
`Ik lust geen vis.`,
`visvangst`
je als een vis in het water voelen  (het heel erg naar je zin hebben)
zo gezond als een vis  (heel gezond)
iemand voor rotte vis uitschelden  (iemand heel erg uitschelden)

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo stom als een vis (=iemand die geen woord zegt)
• zo gezond als een vis (=heel gezond)
• zich als een vis in het water voelen. (=zich helemaal op zijn plaats voelen.)
• waar geen vis is, is haring ook vis (=je moet voor alles moeite doen)
• vuile boter, vuile vis (=Zonder goed gereedschap bereik je geen goede resultaten)
Toon alle 41 spreekwoorden die vis bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met vis een ander begrip versterken?
fris als een vis; gezond als een vis; zwemmen als een vis; spartelen als een vis op het droge; je voelen als een vis op het droge;

23 definities op Encyclo
  1. koudbloedig, gewerveld dier dat in het water leeft vb: hij heeft met zijn hengel een grote vis gevangen hem voor rotte vis uitmaken [heel erg uitschelden] zo gezond als e...
  2. geloof, vertrouwen, spiritualiteit.
  3. Let op: Spelling van 1858 Lat., kracht, geweld. Vis legis, kracht van wet; vis probandi, bewijskracht. Vires, krachten; conjunctis viribus, met vereenigde krachten
  4. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 soort van scharnier.
  5. Def.: volgens de Visserijwet is dit: aangewezen vissen + delen + kuit en broed, aangewezen schaal-, schelp- en weekdieren + delen + broed en zaad, zeesterren, zee- of kor...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vis:
vis opvis uitvis-à-visvisavisagistvisarendvisarendenvisblaasmotiefvisboervisboerenvisburgervisburgersvisceraalvischviscositeitviscouvertsvisduivelviséenviseerviseerde
Toon alle woorden die beginnen met vis

Deze woorden eindigen op vis:
ansjovisbevisbruinvisgoudvisinktviskogelvisvis-à-visaquariumvispijlinktvispotviskoolvisschurftviszoenvisclownsvisanemoonviswalvislancetvisreuzeninktvisreuzenpijlinktviszeevis
Toon alle woorden die eindigen op vis

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. vis (dier)
  2. vis (kracht)
  3. vis (scharnier)
  4. vis = vits


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vis` kennen.